Drie ondernemers; onjuiste meterstanden; afspraken B’con Issues

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Switchprocedure    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE08-2130

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit te hoog gehanteerde en bij de consument in rekening gebrachte (switch)standen per 12 juni 2008 voor de levering van gas en elektriciteit door de ondernemer 1.

De consument heeft de klacht in september 2008 voorgelegd aan de ondernemer 1.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Per 12 juni 2008 ben ik voor de levering van gas en elektriciteit overgestapt van de ondernemer 1. naar de ondernemer 2. De ondernemer 1. heeft bij die switch/overstap onjuiste en te hoge meterstanden gehanteerd. De ondernemer 1. heeft voor elektra I 582 kWh, voor elektra II 472 kWh en voor gas 1.659 m3 teveel bij mij in rekening gebracht. Ik heb contact gehad met zowel de ondernemer 1. als de ondernemer 2., maar zij verwijzen naar elkaar voor het vervaardigen van een daadwerkelijke correctie voor het leveringsgedeelte. Ik heb wel een correctie gehad terzake de netwerkkosten van de ondernemer 3.

De consument verlangt dat het door hem teveel betaalde aan leveringskosten voor gas en elektriciteit zal worden terugbetaald.

Standpunt van de ondernemer 1

Doordat de ondernemer 1. en de consument een schikking/minnelijke regeling hebben getroffen vlak voorafgaande aan de zitting wordt zijn standpunt hieronder uitsluitend en alleen nog aangegeven ten behoeve van de beoordeling door de commissie van deze zaak ten opzichte van de ondernemers 2. en 3.

Het standpunt van de ondernemer 1. luidt – kort gezegd – in hoofdzaak als volgt.

De consument is voor de levering van gas en elektriciteit per 12 juni 2008 overgestapt van de ondernemer 1. naar de ondernemer 2. Zowel de gas- als elektriciteitstanden zoals die door de ondernemer 1. zijn gehanteerd zijn niet correct; de ondernemer 1. heeft de consument teveel in rekening gebracht. De ondernemer 3. heeft inderdaad een correctie uitgevoerd en de netwerkkosten jegens de consument gecorrigeerd. De consument wenst echter ook dat zijn leveringskosten worden gecorrigeerd. De ondernemer 1. verwijst de consument daarvoor naar de ondernemer 2. De DTE (Directie Toezicht Energie) heeft vastgesteld dat de nieuwe leverancier – in casu de ondernemer 2. – verantwoordelijk is voor de aanvraag van een eventuele correctie op de berekende en gehanteerde meterstanden. Binnen de Nederlandse Energiesector zijn via de onafhankelijke organisatie Energie Data Services Nederland (EDSN) een aantal marktafspraken gemaakt (B’con Issues) en in B’con Issue HD 247 is vastgelegd dat het klantencontact via de actuele en huidige energieleverancier dient te verlopen. Conform de toepasselijke B’con Issues HD 205E en HD 205F is er in deze zaak een correctierekening door de keten heen gemaakt door de netbeheerder (de ondernemer 3.) en dat betreft optie 2 van de B’con Issue en dat betekent dat de ondernemer 2. de consument dient te crediteren voor het leveringsgedeelte.

Standpunt van de ondernemer 2

Het standpunt van de ondernemer 2. luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument is sedert 12 juni 2008 klant bij de ondernemer 2. De netbeheerder (de ondernemer 3.) heeft de meterstanden aangepast en gecorrigeerd. Dat dient de ondernemer 1. derhalve ook te doen, conform optie 1 van de toepasselijke B’con Issue. Vaststaat dat het in deze zaak betwiste verbruik niet door de ondernemer 1. is geleverd zodat de ondernemer 1. dat gedeelte dient te crediteren.

Ter zitting heeft de ondernemer 2. – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Dit soort kwesties speelt al langer tussen de ondernemer 1. en de ondernemer 2. Nu de ondernemer 2. op deze zitting heeft vernomen dat het geschil tussen de consument en de ondernemer 1. in der minne is geschikt neemt de ondernemer 2. aan dat de ondernemer 1. op haar eerdere onjuiste standpunt is teruggekomen en heeft de ondernemer 2. niets meer toe te voegen aan hetgeen zij in haar verweerschrift al naar voren heeft gebracht. De ondernemer 2. treft in ieder geval geen blaam.

Standpunt van de ondernemer 3

Het standpunt van de ondernemer 3. luidt – in hoofdzaak – als volgt.

De ondernemer 3. is slechts de boodschapper en de energieleveranciers dienen één en ander uit te voeren. Nu de ondernemer 3. op de zitting te horen heeft gekregen dat de ondernemer 1. en de consument het geschil in der minne hebben geregeld, gaat de ondernemer 3. er vanuit dat het geschil is opgelost. De ondernemer 3. treft in deze zaak geen blaam.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Doordat de consument en de ondernemer 1. een schikking/minnelijke regeling zijn overeengekomen komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen die partijen. Ten aanzien van de ondernemers 2. en 3. merkt de commissie het volgende op.

Terecht heeft de consument aanspraak gemaakt op een correctie. Vaststaat verder dat de ondernemer 1. energie (gas en elektriciteit) bij de consument in rekening heeft gebracht die hij niet aan de consument heeft geleverd. Vaststaat verder dat de ondernemer 2. (uiteindelijk) bij zijn levering van energie aan de consument is uitgegaan van de juiste (lagere) eindstanden voor gas en elektriciteit. De commissie hanteert als uitgangspunt dat een ondernemer (energieleverancier) aan de consument niet meer mag berekenen dan dat die energieleverancier aan de consument heeft geleverd. Daaruit volgt dat de energieleverancier die meer in rekening heeft gebracht dan de consument heeft verbruikt, dit dient te corrigeren. De B’con Issues waarop beide ondernemers zich (hebben) beroepen bieden klaarblijkelijk geen éénduidige oplossing en kunnen de consument – zoals in deze zaak – in de kou laten staan. Het geschil over de toepassing van de B’con Issues en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheid tussen de ondernemers regardeert de consument niet. De commissie stelt vast dat de B’con Issues afspraken behelzen tussen leveranciers en niet is komen vast te staan op welke gronden de consument gebonden is aan die afspraken. Het is ook niet aan de commissie om in dit verband te oordelen over de uitleg van de genoemde B’con Issues waarover tussen de ondernemers klaarblijkelijk verschil van inzicht bestaat c.q. bestond.
Uit het voorgaande volgt dat de ondernemer 2. niet behoeft te corrigeren voor het leveringsgedeelte zodat de klacht jegens de ondernemer 2. dan ook ongegrond is. Ditzelfde geldt jegens de ondernemer 3., waarbij heeft te gelden dat die de netwerkkosten vrij snel na de switch/overstap al heeft gecorrigeerd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klachten jegens de ondernemers 2. en 3. zijn ongegrond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer 1. aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 20 april 2009.