Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
293219/443896
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een jaarrekening waarbij de salderingsregeling niet correct was toegepast. Hoewel hij een dynamisch contract had, bleek uit de jaarrekening niet dat verbruik en teruglevering per uur waren verrekend zoals afgesproken. De commissie oordeelt dat de ondernemer in strijd met de contractvoorwaarden heeft gehandeld en dat de saldering niet conform de Elektriciteitswet is uitgevoerd. De klacht is gegrond. De ondernemer moet binnen vier weken een aangepaste jaarrekening sturen, waarbij per tariefperiode per maand het saldo wordt berekend en afgerekend tegen de juiste marktprijzen. Ook moet hij € 52,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van energie (elektriciteit en gas). Het geschil heeft betrekking op de omvang van het factuurbedrag op een gezonden jaarafrekening, meer in het bijzonder op de wijze waarop de ondernemer de salderingsregeling heeft toegepast.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Op 27 februari 2024 heeft de ondernemer de jaarafrekening gestuurd voor de levering van elektriciteit in de periode van 5 februari 2023 tot 5 februari 2024. Volgens deze rekening is de consument voor de levering van elektriciteit € 639,10 verschuldigd bij een verbruik van 1.238 kWh. Het verbruik is niet op jaarbasis gesaldeerd. Over hetgeen na saldering door de ondernemer meer is geleverd dan door de consument is teruggeleverd, is de consument volgens de leveringsovereenkomst de gemiddelde uurprijs ‘over de betreffende periode’ verschuldigd. De consument merkt op dat hij die prijs niet kan uitrekenen, maar stelt dat deze eerder de helft is van de prijs die de ondernemer heeft berekend, zodat het te betalen bedrag om en nabij € 300,– te hoog is en dat bedrag terugbetaald zou moeten worden.
Volgens de salderingsregeling wordt het teruggeleverde vermogen in kWh afgetrokken van het door de ondernemer geleverde verbruik in kWh. Als er door de ondernemer meer geleverd is dan door de consument teruggeleverd, dan wordt het resterend verbruik afgerekend tegen de gewogen gemiddelde uurprijs over de factuurperiode. Deze regel is niet toegepast. De afgenomen kWh worden gewoon afgerekend tegen de dan geldende tarieven en hetzelfde voor de teruggeleverde kWh. Alleen de energiebelasting wordt officieel gesaldeerd. De energiemaatschappij verwijst steeds naar een tekst op de website, maar dat is niet wat in de overeenkomst staat. Saldering zou prima kunnen volgens de formule die in het geschil onder nummer 202466/207819 wordt beschreven.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
In de overeenkomst staat aangegeven dat de ondernemer saldeert “per periode”. De ondernemer praat langs mij heen. Wat op hun website staat is niet bepalend voor wat wij hebben afgesproken. In de overeenkomst staat wat anders dan op de website. En de uitleg die de ondernemer nu geeft is mij in de e-mailwisseling niet gegeven.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De ondernemer verwijst naar haar standpunt zoals dat aan de consument is meegedeeld. Bij bericht van 21 maart 2024 heeft de ondernemer de consument gewezen op de omstandigheid dat hij met de ondernemer voor de levering van elektriciteit en gas een zogenaamd dynamisch contract heeft afgesloten. Het gaat hierbij om een contract met volledig variabele, dynamische tarieven. Het elektriciteitsverbruik wordt steeds afgerekend tegen de uurprijs die op het moment van dat verbruik geldt. De teruglevering van elektriciteit wordt ook afgerekend tegen de geldende uurprijs. Op basis van het contract dat de consument heeft afgesloten, betaalt hij direct de geldende inkoopprijs op de beurs voor het verbruik en wordt ook de teruglevering direct afgerekend op basis van diezelfde beursprijs. Dat betekent dat verbruik en teruglevering simultaan per uur worden verrekend. De overheidsheffingen worden daarnaast op jaarbasis gesaldeerd.
Jaarlijks ontvangt de consument een afrekening waarop het verbruik en de teruglevering worden gesaldeerd, zodat de kosten (energiebelastingen, btw en netbeheerkosten) worden betaald over de geleverde elektriciteit verminderd met de opgewekte elektriciteit. Volgens de ondernemer, die ook verwijst naar een (eerdere in vergelijkbare zaken) oordeel van de geschillencommissie, is in geval van een contract met volledig dynamische prijzen, zowel voor de levering als voor de teruglevering, de wijze waarop de ondernemer saldeert niet strijdig met het bepaalde in de Elektriciteitswet.
Wanneer de consument anders wil, is de ondernemer bereid het bestaande contract om te zetten naar het modelcontract en volgens dat contract af te rekenen.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De overeenkomst vermeldt inderdaad dat wij per periode salderen. Die periode is één uur. Wij stellen de prijs voor de levering ook vast per periode van een uur. De website geeft een nadere uitleg van en toelichting op het contract. Wij hebben dat op de website gezet (en de medewerker klantservice verwijst daar naar) om ervan verzekerd te zijn dat elke klant die met vragen komt hetzelfde antwoord krijgt en niet twee verschillende medewerkers van de klantenservice met verschillende antwoorden komen. De toelichting op de website wijkt niet af van de inhoud van het contract.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen is niet in geding dat de consument met de ondernemer een zogenaamd ‘dynamisch contract’ heeft afgesloten. Voor wat betreft de levering van elektriciteit houdt dit in dat de prijs per kWh van uur tot uur wordt vastgesteld en kan verschillen. De bevestigingsbrief vermeldt ten aanzien van de terugleververgoeding en het salderen:
“Als u zelf energie opwekt en een deel daarvan teruglevert wordt de salderingsregeling toegepast. Daarbij trekken we eerst het aantal door uw geleverde kWh af van de door uw verbruikte kWh. Heeft u meer verbruikt dan geleverd dan betaalt u voor de resterende kWh de gewogen gemiddelde uurprijs over de betreffende periode. Levert u meer terug dan u verbruikt heeft? Dan vergoeden wij deze hoeveelheid tegen de gewogen gemiddelde EPEX uurprijs.”
Bij de bevestigingsbrief zijn de Aanvullende Contractvoorwaarden (ACV) en de Algemene Leveringsvoorwaarden (ALV) meegestuurd. De ACV vermeldt ten aanzien van de teruglevering van elektriciteit:
· “Als u beschikt over eigen opwekcapaciteit, meldt u dit voorafgaand aan de totstandkoming van de Leveringsovereenkomst aan ons. Ook wanneer u gedurende uw contractperiode eigen opwek gaat installeren op het leveringsadres, dan horen wij dat graag vooraf.
· Wanneer u zelf energie opwekt en eventueel een deel daarvan teruglevert, wordt voor de Kleinverbruikaansluiting de salderingsregeling toegepast.
· Voor alle elektriciteit die u meer opwekt dan verbruikt geldt een terugleververgoeding die gelijk is aan de EPEX Day Ahead gewogen gemiddelde uurprijs.”
De ACV definiëren verder niet wat moet worden verstaan onder ‘de salderingsregeling’.
De ALV kennen in artikel 4 een regeling voor consumenten die zelf stroom opwekken. Deze bepaling luidt als volgt:
“4.1 Wekt u op uw adres zelf (duurzame) elektriciteit op, bijvoorbeeld met zonnepanelen, dan verminderen wij uw afgenomen elektriciteit met de door u teruggeleverde elektriciteit.
4.2 Wekt u zelf meer elektriciteit op dan u heeft verbruikt, dan ontvangt u hiervoor van ons de afgesproken terugleververgoeding.
4.3 Wekt u voor het eerst elektriciteit op, dan moet u ook bij uw netbeheerder melden dat u elektriciteit gaat opwekken (…).”
Ook de ALV definieert verder niet wat ‘de salderingsregeling’ inhoudt, althans niet anders dan vermeld in artikel 4.
In de bevestigingsbrief van de ondernemer wordt de consument gewezen op de omstandigheid dat hij een flexibel contract heeft gesloten voor de levering van elektriciteit tegen uurprijzen. Het moet de consument voldoende duidelijk zijn geweest dat deze contractvorm een zogenaamd ‘dynamisch contract’ betreft. Deze contractvorm kenmerkt zich door volledig vrije levertarieven, waarvan de hoogte bepaald wordt door de inkooptarieven voor de leverancier, vermeerderd met een opslag. De prijs voor te leveren elektriciteit kan daarbij van uur tot uur verschillen. In het onderhavige geval wordt het tarief bepaald door de EPEX Day Ahaed uurprijzen. Niet betwist is dat de ondernemer door het uitlezen van de slimme meter in staat is om uur voor uur bij te houden wat de consument verbruikt en wat de consument teruglevert aan het net.
De ACM heeft met betrekking tot de salderingsregeling het navolgende gepubliceerd:
“Wekt u zelf duurzame energie op? Bijvoorbeeld via zonnepanelen? Een deel van deze energie verbruikt u zelf. De rest levert u terug aan het openbare net. Uw leverancier trekt dit van de door hem geleverde energie af. Deze aftreksom heet salderen. Salderen is dus het aantal kWh die u opwekt min de kWh’s die u verbruikt.”
Dit berust op het bepaalde in artikel 31c, lid 1 van de Elektriciteitswet, welke bepaling luidt als volgt:
“Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.”
De contractvorm met een volledig variabele prijs (dynamisch contract) kenmerkt zich doordat de door de consument verschuldigde tarieven per uur kunnen wijzigen en bepaald worden door de inkooptarieven van de ondernemer. De ondernemer heeft aangevoerd dat zij per uur levering en teruglevering saldeert. De commissie stelt vast dat noch de bevestigingsbrief, noch de ACV, noch de ALV concreet en voldoende duidelijk definiëren wat dient te worden verstaan onder ‘de salderingsregeling’. Voor zover de bevestigingsbrief verwijst naar de verschuldigdheid van een (terug)leververgoeding ‘over de betreffende periode’, laat de bevestigingsbrief ook in het midden wat daaronder dient te worden verstaan, wat de omvang van die periode is.
Verder stelt de commissie vast dat uit de jaarrekening over de periode van 5 februari 2023 tot 5 februari 2024 niet blijkt dat de ondernemer van uur tot uur de teruggeleverde elektriciteit in mindering heeft gebracht op de geleverde elektriciteit. De jaarrekening is onderverdeeld in drie periodes, van 5 februari 2023 tot 1 april 2023, van 1 april 2023 tot 1 januari 2024 en van 1 januari 2024 tot 5 februari 2024. Voor elk van die periodes is op basis van de meterstanden vastgesteld wat het verbruik gedurende die periode is geweest en wat de hoeveelheid elektriciteit is geweest die de consument op het net heeft ingevoed. Vervolgens heeft de ondernemer eerst met toepassing van de gewogen gemiddelde marktprijs bepaald wat voor de geleverde elektriciteit verschuldigd is (de leverprijs). Vervolgens is voor elk van deze periodes met toepassing van de gewogen gemiddelde marktprijs vastgesteld wat de ondernemer voor de teruggeleverde elektriciteit verschuldigd is (terugleverprijs). Vervolgens wordt de terugleverprijs (als negatief bedrag) in mindering gebracht op de leverprijs. Dit is in strijd met hetgeen de bevestigingsbrief vermeldt: eerst de teruggeleverde kWh’s aftrekken van de geleverde kWh’s en dan de prijs berekenen aan de hand van de gewogen gemiddelde uurprijs. Ook de ALV vermelden in artikel 4 dat eerst de afgenomen elektriciteit zal worden verminderd met de teruggeleverde elektriciteit. Dat op die wijze via de jaarafrekening is gefactureerd, volgt niet uit die afrekening.
De consument wordt benadeeld door de hierop gehanteerde wijze van salderen, omdat de gehanteerde gewogen gemiddelde marktprijs voor de teruggeleverde elektriciteit lager is dan voor de geleverde elektriciteit. De commissie neemt als voorbeeld periode 1 op de jaarafrekening, de periode van 5 februari 2023 tot 1 april 2023. Het verbruik is vastgesteld op 559 kWh, waarvoor € 88,51 in rekening wordt gebracht. Teruggeleverd is 424 kWh, waarvoor een tegoed wordt berekend van € 45,55. Per saldo komt dit neer op een door de consument verschuldigde vergoeding van € 42,96. Bij de overeengekomen wijze van salderen zou, de verdeling over de maanden februari en maart in acht nemend, 114 kWh (251 -/- 137) tegen € 0,176434 verschuldigd zijn geworden (€ 20,11) en 21 kWh (308 -/-287) tegen € 0,143244 (€ 3,01), per saldo dus € 23,12, bijna de helft van wat op de jaarrekening over deze periode in rekening is gebracht.
De commissie kan niet anders dan concluderen dat de ondernemer bij het opstellen van de jaarrekening niet heeft gesaldeerd overeenkomstig hetgeen de bevestigingsbrief en de toepasselijke ALV daarover vermelden. Dat maandelijks bij het opstellen van voorschotnota’s het verbruik uur-voor-uur op de juiste wijze wordt gesaldeerd, is door de ondernemer niet aangetoond. Dat is overigens verder niet van belang, nu de ondernemer haar vordering op de consument baseert op de jaarrekening die zij hem heeft gestuurd. Bepalend voor de vraag hoe de ondernemer saldeert, is dus de inhoud en berekeningswijze van de jaarrekening. De klacht van de consument, voor zover daarmee de wijze van salderen op die jaarrekening wordt aangevochten, is gegrond. De ondernemer dient de jaarrekening te corrigeren door op de overeengekomen wijze verbruik en teruglevering te salderen. Omdat sprake is van een slimme meter, waarbij het verbruik per tariefperiode is geregistreerd, brengt een redelijke uitleg van de salderingsregeling met zich mee dat de saldering ook per tariefperiode mag plaatsvinden. Dan is immers verzekerd dat de consument voor de ingevoede elektriciteit die hij saldeert hetzelfde bedrag ontvangt als voor de in die periode verbruikte energie.
De consument voert ook aan dat hij niet kan beoordelen of de door de ondernemer gehanteerde ‘gemiddelde uurprijs’ slechts de helft zou zijn van wat de ondernemer in rekening heeft gebracht. Deze stellingname is verder niet onderbouwd en komt de commissie, gelet op de gehanteerde tarieven, voorshands ook niet aannemelijk voor. Op dit punt heeft de consument zijn gelijk niet aangetoond.
Het voorgaande betekent dat de commissie zal beslissen als hierna vermeld.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ten aanzien van de wijze van salderen op de gezonden jaarrekening gegrond.
De ondernemer dient de consument een aangepaste jaarrekening te sturen, waarbij het verschuldigd bedrag wordt bepaald door per tariefperiode per maand van de hoeveelheid geleverde elektriciteit de hoeveelheid teruggeleverde elektriciteit af te trekken en het saldo in rekening te brengen tegen de gewogen gemiddelde marktprijzen voor de desbetreffende maand.
Een en ander dient te geschieden binnen vier weken na verzending van deze beslissing.
Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, de heer ing. C. Verloop en de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 23 september 2024.