Eerst duidelijkheid over ontvankelijkheid van energieklacht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 1326385/1332069

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een geschil met zijn energieleverancier over een bedrag van € 5.371,45. Omdat de Geschillencommissie Energie normaal geen klachten behandelt met een financieel belang boven € 5.000,- zonder instemming van beide partijen, verlaagde de consument zijn vordering naar € 4.999,-. De commissie oordeelde dat het niet-betwiste deel van € 372,45 dan eerst moet worden betaald of waarvoor een betalingsregeling moet worden getroffen. Pas daarna kan worden beoordeeld of de klacht inhoudelijk behandeld wordt. De commissie heeft daarom nog geen definitieve uitspraak gedaan en houdt de zaak voorlopig aan.

De volledige uitspraak

Beoordeling

Niet in geschil is dat het geschil over een bedrag van € 5.371,45 gaat.

Indien het financieel belang groter is dan € 5.000, – verklaart de commissie zich ambtshalve niet-ontvankelijk tenzij partijen anders overeenkomen (artikel 5, lid 1 sub d Reglement geschillencommissie Energie, verder het “reglement”).

De ondernemer heeft de commissie bericht niet met behandeling van de klacht in te stemmen omdat het financieel belang meer is dan € 5.000, -.

De consument heeft aan de commissie laten weten de vordering te matigen tot € 4.999, -.

De commissie stelt vast dat daarmee de klacht formeel binnen de ontvankelijkheidsgrens valt. Het matigen van de klacht brengt echter tevens met zich dat het meerdere door de consument niet langer als betwist kan worden aangemerkt. In dit geval dus € 372,45 (€ 5.371,45 – € 4.999, -). Dat de consument dit bedrag moet betalen staat daarmee vast.

De commissie is van oordeel dat dit bedrag eerst daadwerkelijk betaald zal moeten worden (of daarvoor op zijn minst een afdwingbare betalingsregeling overeengekomen moet zijn) alvorens de consument definitief in de klacht kan worden ontvangen. Indien dit anders zou zijn, zou de uit artikel 5 reglement voortvloeiende bevoegdheid van een partij (in dit geval de ondernemer) om niet in te stemmen met de behandeling van een klacht met een geldelijk belang boven € 5.000, – immers een lege huls zijn. De andere partij zou dan immers ongehinderd ten aanzien van het meerdere in de gestelde niet-nakoming kunnen volharden, waardoor het geschil op papier weliswaar tot het lagere belang is gereduceerd, maar in werkelijkheid niet.

De commissie zal daarom bepalen dat de consument eerst het meerdere boven de gematigde klacht aan de ondernemer betaalt, of daar een afdwingbare betalingsregeling voor overeenkomt, alvorens hij in zijn klacht kan worden ontvangen. Bij gebreke hiervan zal de consument alsnog niet-ontvankelijk verklaard worden. De commissie zal de consument daarvoor de hierna te melden termijn gunnen.

De consument heeft daarnaast om depotontheffing verzocht.

Uit de door de consument overgelegde financiële gegevens blijkt naar het oordeel van de commissie dat hij niet in staat is het bij de gematigde klacht behorende depotbedrag in een keer in depot te storten bij de commissie. Daarom zal de commissie hem gedeeltelijk ontheffen van de verplichting dit bedrag in depot te storten. Deze ontheffing is voorwaardelijk en geldt slechts voor het geval dat de consument aan de hiervoor genoemde verplichtingen met betrekking tot het meerdere boven het gematigde belang heeft voldaan en (dus) in zijn klacht kan worden ontvangen. De commissie stelt het bedrag dat de consument bij de commissie in depot moet storten naar redelijkheid en billijkheid vast op het hierna in de beslissing genoemde bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

Bepaalt dat de consument het niet langer betwiste bedrag van € 372,45 binnen twee weken na de datum van verzending van deze beslissing volledig aan de ondernemer dient te betalen, althans ter zake met de ondernemer een afdwingbare betalingsregeling dient te treffen, alvorens in zijn klacht te kunnen worden ontvangen;

Bepaalt dat partijen de commissie binnen twee weken na de datum van verzending van deze beslissing schriftelijk dienen te berichten of aan het onder 1 bepaalde is voldaan;

Bepaalt dat, indien de consument niet aan het onder 1 bepaalde voldoet, hij na ommekomst van de onder 2 genoemde termijn terstond niet-ontvankelijk zal worden verklaard;

Bepaalt dat, indien de consument wel aan het onder 1 bepaalde blijkt te hebben voldaan, hij binnen vier weken nadien een bedrag van € 2.500, – bij de commissie in depot dient te storten, waarna het geschil in behandeling zal worden genomen;
Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 9 april 2026.

Opslaan als PDF