Eindafrekening gasverbruik blijft staan, maar tariefinzicht vereist: klacht deels gegrond

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 260118/419250

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vond zijn gasrekening te hoog en vermoedde een fout. De commissie oordeelt dat de meterstanden kloppen en het verbruik moet worden betaald. Wel moet de ondernemer uitleg geven over het gebruikte tarief. De klacht is deels gegrond en het klachtengeld wordt vergoed.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De eindafrekening die de consument heeft ontvangen moet onjuist zijn. De consument zegt onmogelijk zoveel gas te hebben gebruikt als door de ondernemer is berekend. De consument vraagt om een nieuwe beoordeling van de eindafrekening en vermoedt een technische fout.
Hij is met zijn klacht van het kastje naar de muur gestuurd en door de ondernemer niet geholpen.

Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat de ondernemer de consument op 25 april 2023 een eindafrekening heeft gestuurd over de periode 22 januari 2023 tot en met 3 april 2023. Over die eindafrekening gaat de klacht.
De consument had een zogenaamd flexibel contract met de ondernemer.
De ondernemer heeft die eindafrekening opgemaakt aan de hand van de meterstanden die door de consument zelf zijn doorgegeven. Op 17 april 2023 is telefonisch contact opgenomen met de consument en zijn de standen gevalideerd. De bij de eindafrekening gehanteerde eindstand op de meter staat ook op het inspectieformulier van de verhuurder.

Op grond van de gegevens die de commissie heeft vastgesteld, is de commissie van oordeel dat er geen twijfel kan zijn over de hoeveelheid energie die de consument in rekening is gebracht met de eindafrekening.
De standen aan het begin van de levering en die aan het einde ervan staan wel vast.
Uitgangspunt van de commissie in zaken als deze is dat de energie moet worden betaald die is verbruikt. Dat uitgangspunt geldt ook voor de consument.
De vraag van de consument over de hoeveelheid energie die hem in rekening is gebracht, kan de commissie niet beantwoorden.
Die hoeveelheid wordt vastgesteld aan de hand van beginstanden op de meter en de eindstanden op het moment dat een afrekening wordt opgesteld.
De consument heeft niet gevraagd om de meter na te kijken en de meter is ook niet nagekeken. Een technisch probleem is niet vastgesteld en daarom moet ook de commissie ervan uitgaan dat de meter goed heeft gefunctioneerd.

Verbruik van energie is een privé aangelegenheid van de consument waar de ondernemer geen zicht op heeft en zeker geen bemoeienis mee heeft.

Ter zitting kwam de vraag naar voren of de eindafrekening wel tegen het juiste tarief is afgerekend. De consument heeft de indruk dat dat tegen het hoogste tarief is gebeurd. Door de ondernemer is op dat punt geen inzicht verschaft.
De stelling van de consument dat de ondernemer hem niet heeft geholpen met zijn klacht is niet met feiten weerlegd door de ondernemer.
De commissie gaat daarvan dan ook uit en is van oordeel dat de ondernemer daarom alsnog gehouden is de consument inzicht te geven in het tarief waarmee de eindafrekening is opgemaakt.
De commissie gaat er van uit dat de ondernemer dat na ontvangst van het bindend advies zal doen.

Al met al is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument voor het grootste deel ongegrond is.

De commissie heeft ook de indruk gekregen dat er onvoldoende is gedaan door de ondernemer om de consument antwoord te geven op zijn vragen en daarom is het goed te begrijpen dat de consument zich tot de commissie heeft gewend om duidelijkheid te krijgen over de betwiste rekening. Naar het oordeel van de commissie is de ondernemer daarom ook gehouden het klachtengeld dat de consument heeft moeten betalen, te vergoeden.
Een bijdrage in de behandelkosten van deze klacht zal van de ondernemer gegeven de omstandigheden niet worden gevraagd.

Wat het in depot gestorte bedrag betreft overweegt de commissie het volgende.
Het is het goed recht van de ondernemer om de vordering op de consument aan een derde partij over te doen. De commissie staat daarbuiten. Daarom zal de commissie beslissen dat het in depot gestorte bedrag aan de ondernemer zal worden uitgekeerd. Die is immers partij in dit geschil. Er is geen juridische grond, die uitbetaling van het depotbedrag aan een derde partij rechtvaardigt.
Het is aan de ondernemer om ervoor te zorgen dat het depotbedrag wordt aangewend om de vordering van de derde partij op de consument af te lossen.
De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer daarvoor zal zorgen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer zal handelen als hiervoor is bepaald.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 5685,88

Depotverrekening, bedrag aan consument € 0

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 10 december 2024.

Opslaan als PDF