Energiecontract nietig verklaard: consument krijgt gelijk na ontbrekend bewijs

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Totstandkoming overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 238055/243144

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument zegt dat hij in augustus 2023 telefonisch is misleid bij het afsluiten van een energiecontract van drie jaar. De ondernemer beloofde een geluidsopname van dat gesprek te sturen als bewijs, maar heeft dat niet gedaan. Omdat het bewijs uitbleef, kon de commissie niet controleren of er echt geen sprake was van bedrog. Daarom krijgt de consument gelijk en is het contract ongeldig verklaard. De consument hoeft niet kosteloos teruggezet te worden naar zijn oude leverancier, omdat niet bewezen is dat die dat zou accepteren. Wel moet de consument betalen voor de energie die hij heeft ontvangen, maar tegen aangepaste tarieven zoals bepaald door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De klacht is gegrond en de ondernemer moet € 52,50 klachtengeld aan de consument vergoeden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
In het tussenadvies had de commissie de ondernemer verzocht, conform diens aanbod, een bandje van een tussen partijen gevoerd telefoongesprek over te leggen. Nu de ondernemer dat bandje niet heeft overgelegd, stelt de commissie de consument in het gelijk en verklaart de tussen partijen gesloten overeenkomst nietig.

Beoordeling
In voornoemde tussenbeslissing heeft de commissie, voor zover thans nog van belang, overwogen dat de consument zich erop beroept in augustus 2023 bedrogen te zijn bij het telefonisch sluiten van een overeenkomst tussen partijen tot het leveren van energie. Die overeenkomst betrof een vast contract voor drie jaar. De commissie achtte het dienstig dat de ondernemer het bandje van het tussen partijen gevoerde telefoongesprek (op welk bandje de ondernemer zich beroept en waarvan hij overlegging heeft aangeboden) in de procedure zou inbrengen, althans een transcriptie daarvan. Aldus is in het tussenadvies beslist. De ondernemer heeft het gevraagde bandje echter niet overgelegd, noch is enig bericht van zijn kant binnengekomen bij de commissie.

De commissie is van oordeel dat de consument zich met vrucht kan beroepen op het door hem genoemde wilsgebrek. Immers de ondernemer heeft, anders dan aangeboden, het bandje niet overgelegd. Dat werkt tegen hem, want daardoor heeft de commissie niet kunnen vaststellen dat de ondernemer met zijn verweer (waarin hij stelde dat er geen sprake was van bedrog) gelijk had terwijl het binnen zijn mogelijkheden lag om dat bewijs te leveren.

De honorering van het wilsgebrek betekent dat de tussen partijen gesloten overeenkomst nietig is.

De consument heeft ook gevorderd dat hij kosteloos wordt teruggezet naar zijn oude leverancier. Dat de oude leverancier bereid is de door hem met de consument gesloten overeenkomst met terugwerkende kracht te hervatten, heeft de consument gesteld, noch aangetoond. De commissie gaat daar niet van uit, zodat in zoverre de vordering wordt afgewezen.

Terzijde merkt de commissie op dat het voorgaande niet betekent dat de consument over de periode dat de ondernemer hem energie geleverd heeft, niets hoeft te betalen. Immers de consument is door de levering verrijkt. Daarbij is nog van belang dat de ondernemer conform het besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) d.d. 26 april 2024 de in rekening gebrachte tarieven dient te herzien. Daarbij heeft de ACM maxima voor de te hanteren prijzen bepaald. Aangenomen mag worden dat deze marktconform zijn.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. In die situatie dient de ondernemer aan de consument het klachtengeld te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie stelt vast dat de tussen partijen in augustus 2023 gesloten overeenkomst nietig is.

De commissie wijst het meer of anders gevorderde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 13 mei 2024.

Opslaan als PDF