Energiecontract vernietigd wegens onjuiste verbruiksopgave

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Dwaling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 812835/890154

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument sloot op 12 september 2024 een driejarig energiecontract via een [energiedeal]. De ondernemer vernietigde dit contract omdat het werkelijke elektriciteitsverbruik van circa 60.000 kWh ver boven de toegestane grens van 20.000 kWh lag. De consument had bij aanmelding slechts 6.000 kWh opgegeven. De commissie oordeelt dat sprake was van dwaling en dat de ondernemer terecht het contract buitengerechtelijk heeft vernietigd. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument heeft op 12 september 2024 een driejarig energiecontract met de ondernemer gesloten via deelname aan [energiedeal] van [vereniging]. De ondernemer heeft (buitengerechtelijk) de vernietiging ingeroepen van de overeenkomst, omdat uit het feitelijk elektriciteitsverbruik was gebleken dat de consument voor de betreffende aansluiting niet in aanmerking kwam voor deelname aan de [energiedeal] en de daarmee samenhangende voordelige tarifering. Daartegen richt zich de klacht van de consument die wenst dat het energiecontract hersteld wordt. De commissie oordeelt dat aan de zijde van de ondernemer bij het aangaan van het energiecontract sprake is geweest van dwaling. De consument heeft bij zijn aanmelding bij [vereniging] een jaarlijks elektriciteitsverbruik opgegeven van 6.000 kWh, terwijl zijn feitelijk verbruik circa 60.000 kWh bleek te zijn en voor deelname aan [energiedeal] een maximum verbruik van 20.000 kWh gold. Aldus oordeelt de commissie dat de ondernemer met recht heeft gesteld dat hij bij een juiste voorstelling van zaken door de consument in het kader van de aanmeldingsprocedure het energiecontract met de voordelige tarifering niet met de consument had gesloten en dat zulks ook aan de consument kenbaar moet zijn geweest gelet op de wijze waarop hij de gegevens in de aanmeldingsprocedure heeft ingevuld.

De klacht is ongegrond verklaard.

Beoordeling

De consument heeft op 12 september 2024 een driejarig energiecontract met de ondernemer gesloten via deelname aan [energiedeal] van [vereniging]. De ondernemer heeft buitengerechtelijk de ongeldigheid (de commissie begrijpt: de vernietiging) ingeroepen van de overeenkomst, omdat uit het feitelijk elektriciteitsverbruik was gebleken dat de consument voor de betreffende aansluiting niet in aanmerking kwam voor deelname aan [energiedeal] en de daarmee samenhangende voordelige tarifering. Daartegen richt zich de klacht van de consument die wenst dat het energiecontract hersteld wordt.

De ondernemer heeft in zijn verweerschrift een uiteenzetting gegeven (met screenshots) van de (in september 2024 geldende) aanmeldingsprocedure voor deelname aan [energiedeal] van [vereniging], op basis waarvan aan de consument het aanbod is gedaan van het energiecontract dat op 12 september 2024 is gesloten. Daaruit blijkt dat een contractaanbod wordt gedaan op basis van het elektriciteitsverbruik van de aanvrager en dat bij een opgave van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van 20.000 kWh of meer geen contractaanbod wordt gedaan. Dat is namens [vereniging] bij email van 29 oktober 2024 ook uitdrukkelijk bevestigd. De consument heeft ter zitting verklaard dat hij bij de aanmelding een verbruik van 6.000 kWh heeft ingevuld, terwijl zijn feitelijk verbruik het tienvoudige is. De consument heeft in het kader van de aanmelding verklaard dat hij zijn toenmalige contractsituatie juist heeft ingevuld, hetgeen dus niet het geval was. Dat is dan voor zijn risico, welk risico zich heeft verwezenlijkt toen de ondernemer bekend werd met zijn feitelijk elektriciteitsverbruik.

De commissie oordeelt op grond van deze gang van zaken dat aan de zijde van de ondernemer bij het aangaan van het energiecontract sprake is geweest van dwaling. De ondernemer heeft met recht gesteld dat hij bij een juiste voorstelling van zaken door de consument in het kader van de aanmeldingsprocedure het energiecontract met de voordelige tarifering niet met de consument had gesloten en dat zulks ook aan de consument kenbaar moet zijn geweest gelet op de wijze waarop hij de gegevens in de aanmeldingsprocedure heeft ingevuld.

De ondernemer heeft op grond van een en ander het recht gehad het energiecontract van 12 september 2012 buitengerechtelijk te vernietigen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 10 april 2025.

Opslaan als PDF