Commissie: Energie
Categorie: facturering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
211369/232008
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Na het faillissement van zijn energieleverancier kreeg de consument een nieuw contract bij een andere ondernemer. Hij ontving een jaarnota met een gasverbruik van ruim 3.000 m³, wat volgens hem veel te hoog is. De ondernemer had geen beginstanden ontvangen en moest het verbruik schatten. Later gaf de consument wel eindstanden door, waarop een correctie volgde. De commissie stelt vast dat het hoge verbruik waarschijnlijk komt door een te laag geschatte beginstand bij de vorige leverancier. Daardoor heeft de consument toen te weinig betaald, en wordt het verschil nu alsnog verrekend. Omdat de meter goed werkte en de ondernemer volgens de regels heeft gehandeld, is de klacht ongegrond. Wel moet de ondernemer het klachtengeld aan de consument terugbetalen vanwege de grote afwijking in verbruik.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil vloeit voort uit een overname van een leveringscontract door de ondernemer na het faillissement van de leverancier van de consument. De ondernemer was na die overname verplicht tot het leveren van energie tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs. Het geschil heeft betrekking op de hiervoor gezonden eindafrekening en daaropvolgende correctienota voor het verbruik over de periode van 1 november 2021 tot 26 oktober 2022.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De factuur van de ondernemer is gebaseerd op geschatte meterstanden over de periode 2021-2022. Die zijn onjuist. De ondernemer is echter niet bereid om de gezonden eindfactuur te corrigeren, wat zij wel moet doen. De ondernemer verlangt dat de consument de juiste meterstanden aantoont, maar dat kan hij niet. Hij heeft wel een slimme gasmeter. De consument is alleenstaand, woont in een hoekwoning en zijn jaarverbruik aan gas schommelt rond de 2.000 m3. Een in rekening gebracht verbruik van 2.800 m3 kan dan niet juist zijn.
De consument heeft nooit bericht ontvangen van de overname van het contract door de ondernemer. Hij heeft geen contract gezien en weet dus ook niet of de berekende tarieven wel kloppen. Daarbij maakt de consument ook bezwaar tegen het in rekening brengen van incassokosten.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
‘Het geschatte gasverbruik kwam neer op ongeveer 3.000 m3. Ik ben maar alleen en ik kan volgens mij niet meer verbruikt hebben dan 2.000 m3. Ik heb veel gebeld met de ondernemer, maar nauwelijks contact kunnen krijgen met iemand die mij verder kon helpen. Daarom ben ik overgestapt naar een andere leverancier. Daarbij heb ik van de ondernemer een eindafrekening gekregen.
De ondernemer heeft mijn contract overgenomen na het faillissement van mijn vorige leverancier. Daardoor heb ik geen beginstanden van de meter kunnen doorgeven. Pas in december ontdekte ik dat mijn contract was overgenomen door de ondernemer.
E-mails van de ondernemer heb ik nooit gezien. Misschien zijn die in de SPAM-box terechtgekomen. Van mijn vorige leverancier heb ik alleen een brief gekregen dat zij failliet was gegaan. Een eindafrekening van haar heb ik nooit gehad.’
De consument verlangt een aanpassing van de geschatte meterstanden en kwijtschelding van de in rekening gebrachte incassokosten.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De ondernemer heeft per 1 november 2021 de levering van energie aan de consument overgenomen, nadat bekend was geworden dat zijn vorige leverancier de levering niet meer kon voortzetten. De levering is overgenomen onder de voorwaarden en tarieven van de ondernemer. Deze zijn ter toetsing aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voorgelegd. Na het faillissement van de oude leverancier viel de consument onder de leveringszekerheid van de overheid. De ondernemer was gehouden tot de levering van energie, de consument was gehouden tot betaling van de geleverde energie. Het stond de consument na de 30 dagentermijn vrij om te switchen naar een andere leverancier. Van deze mogelijkheid heeft de consument geen gebruik gemaakt, blijkens het feit dat
de leveringsovereenkomst tot 20 december 2022 heeft voortgeduurd.
De consument geeft via het vragenformulier aan dat de ondernemer de nota’s van 2021 tot 2022 heeft opgemaakt op basis van berekende meterstanden. In de periode dat de consument een klant van de ondernemer was zijn drie nota’s opgesteld. De consument heeft op 19 november 2022 de jaarnota van 2022 ontvangen. Deze jaarnota is op 14 december 2022 gecorrigeerd op basis van de aangeleverde standen door de consument. Ten slotte heeft de consument op 17 januari 2023 een eindnota ontvangen na zijn vertrek naar een andere energieleverancier. Bij het analyseren van de gegevens ziet de ondernemer dat de reguliere jaarnota 2022 inderdaad is opgemaakt op basis van berekende eindstanden.
Vlak voor de jaarnota heeft de ondernemer aan de consument gevraagd om de eindstanden ten behoeve van de jaarnota door te geven. Helaas heeft de consument hier niet tijdig op gereageerd, waarna de ondernemer genoodzaakt was om per 19 november 2022 een jaarnota op te maken op basis van berekende standen. Ook is de consument kort nadat hij klant van de ondernemer was geworden tevergeefs om meterstanden gevraagd. Daar heeft de consument toen niet op gereageerd. Hierdoor hebben wij ook de beginstanden op de jaarnota 2022 moeten berekenen.
Na verschijnen van de jaarnota 2022 heeft de consument op 9 december 2022 zijn destijds actuele standen van elektriciteits- en gasmeter doorgegeven. Op basis van deze nieuwe meterstanden zijn de eindstanden op de jaarnota 2022 gecorrigeerd. De ondernemer heeft alleen de eindstanden kunnen corrigeren, aangezien de consument niet in staat was ons ook de beginstanden door te geven.
Na de overstap van de consument naar een andere energieleverancier heeft de ondernemer de eindnota op basis van deels, voor het product elektriciteit, geschatte standen moeten opmaken. Op deze eindnota heeft de ondernemer het verbruik van stroom tussen periode 9 december 2022 tot 20 december 2022 moeten schatten dan wel berekenen, omdat geen standen werden ontvangen van de consument.
De consument geeft in het vragenformulier aan een slimme meter te hebben. Echter, wanneer het automatisch op afstand uitlezen van een meter door de consument via zijn netbeheerder is uitgeschakeld, is het voor de ondernemer niet mogelijk om de standen uit te lezen. Hierdoor zijn wij voor het opmaken van onze nota’s afhankelijk van de standen die wij van de consument ontvangen.
Wanneer de ondernemer niet of niet tijdig meterstanden voor het opmaken van een jaar- en of eindnota ontvangen, dan zijn wij gerechtigd conform artikel 9 lid 7 van onze Algemene Voorwaarden 2017, het verbruik op de desbetreffende nota te berekenen.
De incassokosten die bij de consument in rekening zijn gebracht zijn terecht. De consument is meerdere malen gevraagd de openstaande vordering te voldoen. Daarnaast heeft de consument op 23 januari 2023 een aanmaning en op 15 februari 2023 een slotsommatie voor het niet voldoen van de openstaande vordering ontvangen. Hierna was de ondernemer genoodzaakt een incassobureau in te schakelen. Momenteel heeft de consument dan ook een betalingsregeling lopen bij het incassobureau.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
‘Wij hebben van de vorige leverancier de door deze berekende eindstanden doorgekregen. Ook hebben wij bij de overname van de overeenkomst de consument gevraagd de meterstanden door te geven. De beginstanden hebben we van hem niet teruggekregen en dan moeten we uitgaan van de berekende standen zoals we die van de vorige leverancier hebben doorgekregen.
De consument moet van de vorige leverancier een eindnota hebben gekregen. Wij weten niet of hij aan de vorige leverancier te veel heeft betaald of te weinig. Wij kunnen die gegevens niet opvragen, op grond van de privacywetgeving.’
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen staat vast dat de ondernemer na het faillissement van de vorige leverancier van de consument het contract van die leverancier heeft overgenomen. De consument heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om na 30 dagen over te stappen naar een andere leverancier.
Op 19 november 2022 heeft de ondernemer aan de consument een jaarnota gestuurd voor de periode van 1 november 2021 tot 26 oktober 2022. Hierbij is een gasverbruik van 3.082 m3 in rekening gebracht. Blijkens deze factuur zijn de aangehouden eindstanden per 26 oktober 2022 door de consument aan de ondernemer doorgegeven. De beginstanden zijn geschat.
Op 14 december 2022 is een correctienota gestuurd, waarbij het gasverbruik is gecorrigeerd naar 2.819 m3 naar aanleiding van een gewijzigde meterstand (4.174 m3).
Op 17 januari 2023 heeft de ondernemer een eindnota aan de consument gestuurd. Ook voor deze nota is uitgegaan van een door de consument opgegeven meterstand, voor wat betreft het gas: 4.680 m3 per 20 december 2022. In de periode tussen 26 oktober 2022 en 20 december 2022 is een verbruik van 516 m3 vastgesteld en in rekening gebracht.
Bij een dergelijk verbruik in twee ‘stookmaanden’ ligt de vraag voor de hand waarop een verbruik van om en nabij 3.000 m3 van de jaarnota is gebaseerd. Dat sprake is geweest van een kapotte of slecht werkende meter is niet gebleken, zodat de commissie ervan uit moet gaan dat de afgelezen meterstanden deugdelijk zijn geweest en het daadwerkelijk via deze aansluiting verbruikte gas hebben geregistreerd. De enige oorzaak voor de afwijking op de jaarnota kan dan meer waarschijnlijk gelegen zijn in een veel te laag geschatte beginstand bij de overname van de leveringsovereenkomst door de ondernemer.
Wanneer die stand te laag is ingeschat, betekent dat dat de consument bij zijn vorige ondernemer meer gas heeft verbruikt dan op basis van de geschatte meterstand is aangenomen. Omdat de ondernemer de geschatte meterstand van de oude leverancier heeft doorgekregen, moet het ervoor worden gehouden dat de vorige leverancier de te laag geschatte eindstand heeft aangehouden voor haar eindafrekening, wat betekent dat de consument uiteindelijk te weinig verbruik aan de oude leverancier heeft betaald. Het verschil blijkt dan op het moment waarop een leverancier bekend wordt met de daadwerkelijke meterstanden. Het verbruik dat in het verleden te weinig is betaald, moet dan alsnog worden afgerekend.
Voor de vaststelling van het verschuldigde bedrag voor het verbruik van energie zijn de meterstanden bepalend. De consument is gehouden om op verzoek van de ondernemer die meterstanden door te geven. Wanneer de consument dat nalaat, is de ondernemer bevoegd de meterstanden te schatten. Dat is dus wat er in dit geval is gebeurd. In hoeverre een consument daardoor schade oploopt is moeilijk vast te stellen. Het verbruik dat bij hantering van de geschatte standen wellicht te veel moet worden betaald, is immers in het verleden bij de oude leverancier te weinig betaald. Dat levert alleen een schade op voor de consument, wanneer de tarieven van de nieuwe leverancier hoger zijn dan die van de oude. Over die tarieven is de commissie niets bekend en vergoeding van een dergelijke schade wordt ook niet verlangd.
De slotsom van dit alles is dat de commissie geen gronden zijn gebleken om de ondernemer tot enige correctie of vergoeding gehouden te achten. De klacht is ongegrond. Gelet op de enorme afwijking van het gefactureerde verbruik van het normaliter te verwachten gebruik kan de commissie zich echter wel voorstellen dat de consument hierover een uitspraak van de commissie wilde ontvangen. Daarin vindt de commissie aanleiding om op grond van het bepaalde in artikel 20, lid 2 van het Reglement Geschillencommissie Energie te bepalen dat de ondernemer alsnog het klachtengeld aan de consument dient te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, de heer mr. SJ.S. Bakker, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 11 maart 2024.