Energieverbruik terecht afgerekend: klacht consument ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 229632/246117

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat zijn energierekening te hoog is en dat de meterstanden niet kunnen kloppen, vooral omdat hij alleen woont en het verbruik sterk afwijkt van eerdere jaren. De ondernemer stelt dat de begin- en eindstanden van de meter juist zijn en dat het verbruik normaal is voor een eenpersoonshuishouden. De commissie heeft onderzocht of het verbruik klopt en ziet dat er sprake is van zogenoemd verschoven verbruik: energie die eerder is gebruikt, maar pas later is afgerekend door te lage schattingen bij tussentijdse rekeningen. Omdat het verbruik wel echt heeft plaatsgevonden en de meterstanden kloppen, moet de consument dit gewoon betalen. De klacht is daarom ongegrond en het gevraagde wordt afgewezen. De ondernemer krijgt het volledige depotbedrag van € 3542,98, de consument krijgt niets terug.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Tussentijdse afrekeningen van energie hebben kennelijk plaatsgevonden op basis van te laag geschatte meterstanden. Hier is sprake van zogenoemd geschoven verbruik. De rekening is terecht.

Standpunt van de consument

De meterstanden kunnen gelet op de situatie van de consument (eenpersoonshuishouden) niet kloppen.
Daarbij wijken de eindfactuur en het verbruik sterk af van eerdere jaren.

Standpunt van de ondernemer

Consument is van mening dat het afgerekende elektriciteitsverbruik veel te hoog is. Het is niet aan ondernemer om te bepalen of er sprake is van een hoog verbruik als zowel de begin- als eindstanden juist zijn. Wel wil ondernemer graag meedenken met consument.
De vraag moet worden gesteld of er wel sprake is van een hoog verbruik. Om te bepalen of er sprake is van een te hoog verbruik is het goed om te kijken naar de momenten waarop er wel feitelijke meterstanden bekend zijn. Dat blijkt bij aanvang van de overeenkomst tussen consument en energieleverancier te zijn en aan het einde van de overeenkomst met ondernemer. Uit de afrekeningen van enegieleverancier blijkt dat op 29 december 2018 een meterstand is opgenomen door consument. Consument had zich op dat moment al kunnen afvragen waarom energieleverancier om een meterstand vroeg terwijl er slimme meters aanwezig zijn. Deze meterstand was 785 kWh (normaal tarief) en 490 kWh (daltarief). In totaal 1.275 kWh. De eindstand van ondernemer was op 1 juli 2022: 12.822 kWh. Dit betreft een uitgelezen meterstand, welke overeenkomt met de gefotografeerde meterstanden die consument als productie heeft overgelegd. Over de periode van 29 december 2018 tot en met 1 juli 2022 heeft er een daadwerkelijk verbruik plaatsgevonden van 11.547 kWh. Dit betreft een periode van 3,5 jaar (+/- 42 maanden). Rekent ondernemer dit om naar een jaarverbruik dan is er circa 3.300 kWh verbruikt op jaarbasis. Dit is zeker niet abnormaal hoog voor een eenpersoonshuishouden.

Over de periode van 29 december 2018 tot en met 1 juli 2022 heeft er een daadwerkelijk gasverbruik plaatsgevonden van 2.960 m3. Dit betreft een periode van 3,5 jaar (+/- 42 maanden). Rekent ondernemer dit om naar een jaarverbruik dan is er circa 846 m3 per kalenderjaar verbruikt. Dit is zeker niet abnormaal hoog voor een eenpersoonshuishouden.

Oordeel van de commissie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Zowel wat betreft elektriciteit als wat betreft gas staan begin- en eindstanden vast. Het is aannemelijk dat tussentijds afrekeningen hebben plaatsgevonden op basis van te laag geschatte meterstanden. Daardoor wordt energie die feitelijk eerder is verbruikt pas op een later stadium in rekening gebracht. Het verbruik heeft echter wel plaatsgevonden en behoort daarom te worden afgerekend. Hier is sprake van zogenoemd verschoven verbruik. Er bestaat geen rechtsgrond om aan de consument een lager bedrag in rekening te brengen dan door de ondernemer is gedaan. De klacht treft geen doel.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 3542,98

Depotverrekening, bedrag aan consument € 0

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 mei 2024.

Opslaan als PDF