Commissie: Reizen
Categorie: Bewijs
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
651564/849069
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat er €210 van zijn creditcard was afgeschreven voor een tweede bestuurder bij de huurauto in Napels, terwijl dit niet was afgesproken bij de pakketreis. De commissie oordeelt dat de consument bij het ophalen van de auto een overeenkomst heeft getekend waarin de tweede bestuurder stond vermeld. Er zijn geen feiten die de bewijswaarde van die overeenkomst ondermijnen. De ondernemer was geen partij bij deze latere afspraken en kan niet aansprakelijk worden gehouden. De klacht is daarom ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een pakketreis naar Napels met vertrekdatum 22 mei 2024.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een pakketreis naar Napels geboekt bij de ondernemer.
In die reis was ook een huurauto begrepen.
Bij de aankomst in Napels was het bij de autoverhuur druk en chaotisch. Bij de balie zijn de papieren overhandigd, de auto is opgehaald en op de afgesproken datum weer afgeleverd voor vertrek naar huis.
Eenmaal thuis bleek er een bedrag van € 210,- van de creditcard te zijn afgeschreven voor de kosten van een tweede bestuurder.
Ten onrechte vindt de consument want de consument had met de ondernemer bij het boeken van de pakketreis geen tweede bestuurder afgesproken en ook bij het afhalen van de auto is dat niet afgesproken.
In de overeenkomst die in Napels getekend is, staan niet de gegevens van het rijbewijs van de tweede bestuurder wat wel had gemoeten op grond van de eigen regels van de autoverhuurder.
De ondernemer hoort volgens de consument de belangen van de consument te behartigen en dat heeft hij niet gedaan. De ondernemer moet het ten onrechte geïncasseerde bedrag aan de consument overmaken en het probleem verder regelen met de autoverhuurder.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij aankomst in Napels kennelijk in de hectiek van het ophalen van de auto getekend voor extra kosten van een tweede bestuurder en de afkoop van een volle tank brandstof.
Het lijkt erop dat het in dit geval is gegaan om de verkoop van onnodige extra’s door de autoverhuurder ter plaatse.
De ondernemer heeft de zaak besproken met de autoverhuurder en die heeft uit coulance aangeboden een bedrag van € 65,- te willen uitkeren.
De consument heeft een overeenkomst getekend waar de extra diensten op vermeld stonden. Daarvoor is de ondernemer niet verantwoordelijk of aansprakelijk
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de stukken die zijn overgelegd blijkt, dat de consument en haar partner met de ondernemer heeft afgesproken dat er alleen een bestuurder zou zijn, terwijl op de huurovereenkomst die de getekend is bij het afhalen van de huurauto in Napels staat, dat er een tweede bestuurder zou zijn overeengekomen.
De consument erkent dat de handtekening onder die laatste overeenkomst is gezet bij het afhalen van de auto.
De commissie gaat er daarom vanuit dat de tekst van de getekende overeenkomst juist is.
Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gebleken om aan te nemen dat wat daarin staat over de tweede bestuurder onjuist is. De mededeling van de consument dat dat niet is overeengekomen en er gegevens van die tweede bestuurder ontbreken, zijn onvoldoende feiten en omstandigheden om de bewijswaarde van een getekende overeenkomst opzij te zetten.
De commissie sluit niet uit dat er in de hectiek van het ophalen van de auto in Napels de papieren die toen zijn overhandigd, niet nauwgezet zijn gelezen voordat er getekend werd.
Wat daarvan ook zij. De consument is vrij om in Napels nadere afspraken te maken rond de huur van een auto na het boeken van de reisovereenkomst met de ondernemer.
De ondernemer was daarbij in ieder geval geen partij en kan daarom niet verantwoordelijk zijn voor zaken die na het sluiten van de reisovereenkomst zijn overeengekomen met anderen.
Als er een meningsverschil is over de inhoud van die laatste overeenkomst wat de tweede bestuurder betreft, dan is dat een zaak tussen de consument en haar partner en de autoverhuurder.
Hoe begrijpelijk de handelwijze van de consument en haar partner na aankomst in Napels ook is, feit blijft dat het op hun weg had gelegen de overeenkomst zorgvuldig door te lezen voor die te tekenen.
Als er geen afspraken waren gemaakt rond een tweede bestuurder, dan was dat op zo een moment duidelijk geworden.
De gevolgen van die handelwijze komt toch echt voor rekening van de consument en haar partner en kan niet worden verhaald op de ondernemer.
De consument verwijt de ondernemer ten onrechte dat die de belangen van de consument niet zou hebben behartigd.
Uit de stukken blijkt dat hij zich heeft verstaan met de autoverhuurder waarna laatstgenoemde een coulance betaling heeft willen doen aan de consument.
Naar het oordeel van de commissie is dat onder de gegeven omstandigheden voldoende.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw J.H. van Dongen-Romein, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 19 februari 2025.