Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
563652/623151
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat de ondernemer te veel uren en kosten had berekend voor het installeren van een tweedehands pelletkachel. Ook klaagde hij dat de kachelpijp scheef was gemonteerd. De ondernemer stelde dat er vooraf een richtprijs was afgesproken en dat de uiteindelijke kosten van € 744,15 redelijk waren, omdat het werk onder regie werd uitgevoerd en de maatvoering van de kachel vooraf niet bekend was. De deskundige bevestigde dat de pijp scheef zat, maar dit was inmiddels door een derde hersteld zonder extra kosten.
De commissie oordeelde dat de factuur van de ondernemer redelijk was en dat de klacht ongegrond is. Het depotbedrag van € 744,15 wordt aan de ondernemer uitgekeerd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de door de ondernemer bij de consument in rekening gebrachte kosten voor de uitgevoerde werkzaamheden.
De consument heeft een bedrag van € 744,15 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument stelt dat de ondernemer teveel uren in rekening heeft gebracht
Het halen van onderdelen vanuit [plaatsnaam A] naar [plaatsnaam B], terwijl hier vlakbij een zaak ligt waar ik eventueel de onderdelen had kunnen halen, is ten onrechte in rekening gebracht. De richtprijs was € 750,00 exclusief btw. Hierop heb ik al gelijk gereageerd dat dit teveel was. De ondernemer betwist dit. Bovendien is de kachelpijp van de pelletkachel scheef gemonteerd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Er is een regieprijs voor de overeengekomen werkzaamheden aan de consument afgegeven. De in rekening gebrachte kosten zijn redelijke kosten en terecht bij de consument in rekening gebracht. Het gaat in casu om de installatie van een door een derde partij geleverde tweedehands kachel. De maatvoering van de kraantjes en aansluitmateriaal was vooraf niet bekend en week af van de het materiaal dat de monteur bij zich had. Dit was niet te voorzien. De klacht is ongegrond.
Deskundigenrapport
De door de commissie benoemde deskundige heeft zoals blijkt uit zijn rapport en voor zover thans van belang het volgende vastgesteld.
De scheef gemonteerde rookgasafvoer is inmiddels door een derde hersteld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt vast dat de ondernemer voorafgaand aan de werkzaamheden een richtprijs van € 907,50 heeft afgegeven, wat betekent dat er sprake is van regie. De kosten van het werk staan niet bij voorbaat vast en moeten achteraf worden berekend. Na afronding van de werkzaamheden heeft de ondernemer de consument een factuur gestuurd van € 744,15. De commissie acht de door de consument tegen deze factuur ingebrachte bezwaren niet juist en is van oordeel dat de kosten die de ondernemer uiteindelijk bij de consument in rekening heeft gebracht gelet op de aard en de omvang van het werk redelijk. Dat geldt ook voor de kosten van met ophalen van de kraantjes en het aansluitmateriaal. De maatvoering van het materiaal was afhankelijk van de tweedehands kachel die door een derde werd geleverd en de maatvoering was de ondernemer vooraf niet bekend en had ook niet bij de ondernemer bekend moeten zijn.
De deskundige heeft vastgesteld dat de rookgasafvoer scheef gemonteerd was, maar dat dit inmiddels door een derde is hersteld. Nu gesteld noch gebleken is dat hier herstelkosten voor in rekening zijn gebracht, zal de commissie hier verder geen gevolgen aan verbinden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het depotbedrag van € 744,15 zal aan de ondernemer worden uitgekeerd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer R.A. Timmer en mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 17 januari 2025.