Commissie: Energie
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
240245/249556
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een klacht over zijn energierekening van augustus 2022 tot augustus 2023. Volgens hem had de energieleverancier de meterstanden van het normaal tarief en het daltarief verwisseld. Hij gebruikt geen stroom tegen daltarief, maar op de rekening stond een negatief verbruik, wat volgens hem niet klopt. De leverancier gaf toe dat er een fout was gemaakt en zei dat hij de rekening zou aanpassen. Tijdens de zitting bevestigde hij dat er een nieuwe, juiste eindnota komt met de correcte meterstanden: 20.978 voor het normaal tarief en 18.310 voor het daltarief. De commissie gaf de consument gelijk en besloot dat hij een bedrag van € 863,52 terugkrijgt. Ook krijgt hij € 52,50 terug voor het klachtengeld. De leverancier moet de rekening corrigeren en de behandelingskosten van de commissie betalen. De klacht is dus gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt erover dat de ondernemer in zijn eindnota de meterstand van dal- en normaaltarief verwisseld heeft. De ondernemer erkent die fout. De commissie beslist dat de ondernemer een herstelnota dient op te maken met de correcte meterstanden.
Beoordeling
De consument klaagt over de door de ondernemer op zijn eindafrekening (16 augustus 2022 tot 17 augustus 2023) gehanteerde beginstanden. Zijns inziens is de meterstand van het daltarief verwisseld met die van het normaal tarief. Hij gebruikt geen elektriciteit tegen daltarief; in die jaarafrekening is een negatief verbruik tegen het daltarief afgerekend, hetgeen volgens de consument in zijn situatie niet kan.
Zoals de ondernemer al in de overgelegde correspondentie had aangegeven zal hij de eindafrekening aanpassen. Ter zitting bevestigde hij dat een correctienota opgemaakt moet worden conform de eis van de consument met een beginstand voor normaaltarief van 20.978 en een beginstand voor daltarief van 18.310. De klacht van de consument wordt dan ook toegewezen.
De commissie dient nog te beslissen over het in depot gestorte bedrag. De commissie betreurt dat de ondernemer niet eerder een herstelnota heeft opgemaakt. Ter zitting verklaarde hij dat in plaats van het door de consument volgens de eindnota 2022/2023 verschuldigde bedrag ad € 689,52 de consument een bedrag van ruim € 300,– terugkrijgt. Omdat het in depot gestorte bedrag bestaat uit die € 689,52 (die niet meer verschuldigd is) en een verschuldigde termijn van € 174,–, dient het in depot gestorte bedrag aan de consument uitgekeerd te worden. Zo de termijn van € 174,– nog verschuldigd is, kan de ondernemer dat in mindering brengen op het uit te keren bedrag van ruim € 300,–.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient over het jaar 2022/2023 de eindnota van de consument te corrigeren in die zin dat hij een correctienota opmaakt met een beginstand voor normaaltarief van 20.978 en een beginstand voor daltarief van 18.310.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0
Depotverrekening, bedrag aan consument € 863,52
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 6 juni 2024.