Commissie: Energie
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
917450/1064593
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een geschat gasverbruik van 1226 m³ in de jaarrekening, terwijl zijn meter defect was en hij drie maanden afwezig was. Hij vond de schatting onrealistisch en vroeg om een verlaging van het verbruik. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de ondernemer het verbruik redelijk had geschat op basis van historische gegevens en het verbruik na vervanging van de meter. De afwezigheid van de consument was voldoende verwerkt in de schatting. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument acht de schatting wegens het niet functioneren van de gasmeter onrealistisch, vooral omdat hij drie maanden afwezig is geweest.
Beoordeling
De consument klaagt over de jaarrekening 26 januari 2024 tot en met 25 januari 2025, waarin hem een gasverbruik van 1226 m³ is berekend. Ondanks herhaalde reminders heeft de netbeheerder eerst op 11 november 2024 een nieuwe gasmeter geplaatst. De oude meter registreerde immers het verbruik sinds maart 2024 (volgens de ondernemer sinds 26 januari 2024) niet correct. In de periode tot de vervanging van de meter heeft de consument een laag verbruik gehad. Zijn verbruik is ¾ lager geweest dan het verbruik van vorige jaren. Hij voert daartoe aan dat zijn echtgenote overleden is, dat hij een nieuwe ketel heeft geplaatst, geen verwarming gebruikt op de bovenverdieping en bij douchen verwarmt met een elektrisch kacheltje. Bovenal is hij in de betreffende periode drie maanden weggeweest. De consument erkende het huidig verbruik niet te weten. De ondernemer, althans de netbeheerder, heeft het verbruik over de periode dat de meter niet functioneerde geschat. Over die periode berekende hij 655 m³ op basis van historisch verbruik en over het hele jaar, als gezegd, 1226 m³. In het jaar 2023/2024 gebruikte de consument 1314 m³. In de periode na vervanging van de meter, te weten van 11 november 2023 tot 1 mei 2025, 960 m³.
De commissie overweegt dat de ondernemer gehouden is het verbruik te schatten. Daartoe dienen historische gegevens, eventueel te toetsen aan het verbruik na vervanging van de meter. De commissie is van oordeel dat het verbruik op basis van de beschikbare gegevens niet onredelijk bepaald is. In elk geval wordt de vordering van de consument om het verbruik op ¾ minder dan in de vorige jaren te stellen afgewezen (hetgeen neerkomt op 328,5 m³ als 2023/2024 als uitgangspunt genomen wordt). Ter zitting was enige onduidelijkheid over de drie maanden dat de consument afwezig was geweest (in de correspondentie noemde hij juli tot en met oktober, ter zitting noemde eerst juli, september en oktober, later eind augustus tot half november). In elk geval zitten daarin een aantal maanden waarin een verbruik wegens verwarming doorgaans (bijna) nihil is. De commissie oordeelt dan ook dat de afwezigheid van de consument voldoende verwerkt is in de schatting die 88 m³ lager is dan het verbruik in het jaar daarvoor en past in het verbruik na de vervanging van de meter.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 14 juli 2025.