Gebreken zijn te gering voor ontbinding

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Herstel    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT08-0002

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil heeft betrekking op de (ver)koop en levering van een nieuwe Bavaria 30 sport voor een koopprijs van € 137.000,–. De boot is geleverd op in mei 2007.   De consument heeft de klacht op 23 november 2007 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Het schip heeft de volgende gebreken: – Olielekkage bij stuurstand en via uitlaat; – Verwarmingsuitmonding is onjuist geplaatst; – Bevestigingsschroeven dasboard zitten los; – Water in motorruimte; – Vuil en bouwstof achter dashboard; – Kras in glas van dashboardmeter.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De klachten over de olielekkage en het water in de motorruimte zijn niet opgelost; de andere klachten wel. In het winterseizoen 2007 heeft de ondernemer alle gelegenheid gehad alle problemen definitief op te lossen, maar dat is dus niet gelukt. Intussen is er anderhalf jaar verstreken. Eigenlijk wil de consument van de boot af. In de afgelopen tijd kon op zichzelf wel met de boot gevaren worden, maar de consument was er niet gerust op en hield het daarom bij korte trips.   De consument verlangt 1) ontbinding van de koopovereenkomst, dan wel 2) betaling van de kosten die de consument onnodig heeft moeten maken ad € 3.000,–, alsmede herstel van alle gebreken, met een deskundigenonderzoek bij aflevering.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Alle klachten zijn tijdens de winterberging verholpen: – Olielekkage bij stuurstand en via uitlaat: probleem is verholpen. – Verwarmingsuitmonding is onjuist geplaatst: klopt, er is een extra uitblaas gemaakt in de salon; probleem is verholpen; – Bevestigingsschroeven dasboard zitten los: probleem is verholpen; – Water in motorruimte: probleem is verholpen door divers kitwerk; – Vuil en bouwstof achter dashboard: is gereinigd; – Kras in glas van dashboardmeter: is vervangen, maar wie betaald dit?   Het gaat de consument om de reparatie van de oliekoeler van de stuurbekrachtiging. Deze bleek lek te zijn. Volgens de consument heeft het allemaal te lang geduurd, maar het schip heeft al die tijd gewoon kunnen functioneren. Het matige gebruik van de boot in de zomer van 2007 heeft niet alleen aan de kapotte koeler gelegen, maar ook aan de slechte weeromstandigheden in die zomer.   De ondernemer heeft een voorstel gedaan in de vorm van een roerstandwijzer ten bedrage van € 1.100,–. Daarnaast is een voorstel gedaan in de vorm van het kosteloos verstrekken van onderdelen die noodzakelijk zijn voor het jaarlijkse onderhoud van de motor ten bedrage van € 457,– incl. BTW. De consument heeft dit niet geaccepteerd.   Ten aanzien van het deskundigenrapport: – de olielekkage: er is door Volvo Penta experts aan gewerkt en uiteindelijk is het probleem opgelost. De consument heeft in het voorjaar de boot opgehaald en zelf niets meer geconstateerd. Als was gebleken dat het probleem toch niet was opgelost, dan had de consument contact op moeten nemen met de ondernemer. Dat heeft hij niet gedaan. De ondernemer zal kijken wat er geregeld kan worden. Vervanging van het lijfhout is niet nodig. Het probleem lost zich vanzelf op, want de olie trekt uit het hout. Met reinigingsmiddelen is dat te bespoedigen. – water in motorruimte: uit ervaring kan de ondernemer zeggen dat het beetje water wat binnenkomt niets te maken heeft met de afdichting aan de achterkant van de deksel. Waarschijnlijker is een lekkage aan de radarbeugel of de stootlijst. Ook hier heeft de ondernemer echter geen klachten gehad nadat de werkzaamheden waren uitgevoerd. De ondernemer was ervan overtuigd dat het probleem was verholpen.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Voor wat betreft de olielekkage is de ondernemer afhankelijk van de fabrikant van de motor. Omdat het een nieuw type motor betreft, is daar nog niet alles over bekend. De consument weet dat de ondernemer er alles aan doet om het probleem op te lossen. Daartoe is de ondernemer ook nog steeds bereid. Het gaat om zeer minieme druppels olie. Met de boot kan dan ook gewoon gevaren worden.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   – Olielekkage bij stuurstand en via uitlaat: tijdens het onderzoek heeft de motor een tijdje gelopen. Nadat de motor was gestopt, werd geen olie op het wateroppervlak waargenomen. Vervolgens werd de motor weer gestart. Tijdens dit draaien werd het roer een aantal malen heen en weer gedraaid en vervolgens werd de motor gestopt. Direct daarna werden meerdere ‘oliedruppels’ waargenomen rond het achterschip. De deskundige kan niet anders concluderen dan dat de waargenomen olie een direct verband heeft met een defect in de hydraulische stuurinrichting. Bij de hydraulische stuurpomp in de stuurstand was eerder olie vandaan gekomen. Bij het onderzoek werd vastgesteld dat vanuit een bevestigingsschroef, van de polyester stuurstand aan de onderzijde, sporen van olielekkage liepen. De teak lijfhouten rond dit oliespoor waren deels gedrenkt met olie. Of de olielekkage door een defect of door morsen bij vullen is ontstaan, heeft de deskundige niet vast kunnen stellen. Uitgebreid onderzoek naar de oorzaak zal moeten plaatsvinden. Het verwijderen van de hydraulische olie in de teak lijfhouten van de kuipvloer is nagenoeg onmogelijk. Herstel zal bestaan uit het verwijderen van drie lijfhouten. De kosten hiervan worden geschat op € 350,–. – Verwarmingsuitmonding is onjuist geplaatst: door ondernemer verholpen; – Bevestigingsschroeven dasboard zitten los: door ondernemer verholpen; – Water in motorruimte: de consument heeft waargenomen dat er water langs de antennebeugel in de motorruimte liep. De deskundige heeft dat niet kunnen vaststellen. De deskundige heeft zich laten insluiten in de motorruimte. Nadat het motorluik was gesloten, stelde de deskundige vast dat het luik aan de achterzijde en de achterhoeken fors kierde. Tussen het afsluitrubber en de onderdeksel zat nog een handdikte ruimte. Nader onderzoek zal nodig zijn. – Vuil en bouwstof achter dashboard: door consument zelf verwijderd. – Kras in glas van dashboardmeter: betreffende meter werd vervangen en de kras is derhalve niet meer waargenomen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie neemt de bevindingen van de deskundige over, nu zij geen aanleiding heeft daarvan af te wijken. Zodoende is naar het oordeel van de commissie vast komen te staan dat er (nog steeds) sprake is van olielekkage bij de stuurinrichting en waterlekkage bij het motorruim. De herstelwerkzaamheden van de ondernemer, al dan niet uitbesteed aan een derde, hebben deze klachten dus niet verholpen. Dat valt de ondernemer aan te rekenen, zodat de klacht gegrond is. Dat de ondernemer voor wat betreft de olielekkage (mogelijk) afhankelijk is van de inspanningen van de fabrikant van de motor, doet daaraan niet af, omdat de ondernemer de contractuele wederpartij van de consument is. De fabrikant is dat niet.   Met name omdat de olielekkage na 1,5 jaar nog niet is opgelost, zou de consument bij voorkeur de koopovereenkomst ontbinden. De commissie begrijpt de teleurstelling van de consument, doch acht de resterende klachten niet van die omvang dat ontbinding van de koopovereenkomst proportioneel zou zijn. Althans, op dit moment. Ook al zijn de resterende klachten relatief gering van omvang, de consument mag wel verwachten dat de klachten opgelost worden. De commissie geeft de ondernemer daartoe nog een laatste kans in het komende winterseizoen. In die periode dient de ondernemer zowel de olielekkage als de waterlekkage op te lossen. Bovendien dient het in olie gedrenkte lijfhout vervangen te worden. De commissie volgt hierin de deskundige van de commissie.   In aanvulling daarop acht de commissie het redelijk om de consument een vergoeding toe te kennen voor de extra kosten die hij heeft moeten maken. Daarnaast is in dit geval ook een vergoeding voor het niet genoten vaartgenot in 2007 en 2008 op zijn plaats. In totaal acht de commissie een vergoeding van € 2.000,– redelijk en billijk.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 2.000,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   De ondernemer voert de herstelwerkzaamheden uit zoals hierboven omschreven. De ondernemer brengt de consument ter zake geen kosten in rekening. De werkzaamheden dienen uiterlijk vóór Pasen 2009 te zijn uitgevoerd.   De ondernemer neemt contact op met het secretariaat van de commissie, zodra bekend is wanneer de herstelwerkzaamheden zullen zijn uitgevoerd, opdat de deskundige van de commissie het werk kan beoordelen. De boot dient tijdens het deskundigenonderzoek in het water te zijn.   Indien de deskundige van mening is dat de werkzaamheden niet (volledig) naar behoren zijn uitgevoerd, zal deze de commissie rapporteren over de resterende gebreken. De commissie zal vervolgens nader beslissen.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 150,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 8 oktober 2008.