Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
365124/447031
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over gecorrigeerde jaarafrekeningen nadat bleek dat zijn meter per ongeluk aan een ander adres was gekoppeld. De ondernemer paste de facturen aan op basis van correcte meterstanden. De commissie oordeelt dat dit volgens de leveringsovereenkomst mag en dat de ondernemer juist heeft gehandeld. De klacht is ongegrond. Het depotbedrag van € 1.040,97 wordt volledig aan de ondernemer uitbetaald.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de ondernemer met haar handelswijze in strijd heeft gehandeld met de leveringsovereenkomst. Klacht ongegrond.
Beoordeling
Wat is er gebeurd? Op 26 februari 2024 heeft de ondernemer bericht gekregen van de netbeheerder dat hij de meter op het woonadres van de consument heeft gecontroleerd en erachter is gekomen dat de meter per abuis is gekoppeld aan een ander adres en andersom. Naar aanleiding van deze ontdekking heeft de netbeheerder informatie over de meterstanden van de juiste meter naar de ondernemer gestuurd zodat de ondernemer de aan de consument in rekening gebrachte facturen kan corrigeren. De ondernemer is vervolgens tot correctie overgegaan van de jaarafrekeningen die na 26 februari 2022 aan de consument zijn verstuurd. De consument stelt geen duidelijke onderbouwing van de ondernemer te hebben ontvangen waarom hij nu door de schuld van een ander voor gecorrigeerde jaarafrekeningen zou moeten gaan betalen.
Naar de commissie begrijpt acht de consument zich niet gehouden tot betaling van bedragen die voortvloeien uit door de ondernemer opgestelde gecorrigeerde jaarafrekeningen en acht hij zich slechts gehouden tot betaling van het verbruik dat is vastgesteld vanaf het moment van constatering van de verwisselde meter tot 21 mei 2024. Hieromtrent overweegt de commissie als volgt.
Gelet op artikel 10 van de krachtens de tussen partijen gesloten leveringsovereenkomst toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt de netbeheerder op basis van onderzoek hoeveel elektriciteit en/of gas geleverd is indien uit onderzoek blijkt dat de elektriciteitsmeter en/of de gasmeter niet goed werkt, of de meting niet juist is. Was de meting niet juist, waarvan in casu sprake is, dan is de ondernemer gerechtigd een herberekening te maken over de periode van de daaraan voorgaande 24 maanden, waarbij wordt teruggerekend vanaf het moment dat de ondernemer twijfels aan de consument kenbaar heeft gemaakt over de juiste werking van de elektriciteits- en/of de gasmeter of de meting. Als uit het onderzoek geen duidelijke gegevens komen waarmee de ondernemer de omvang van de levering kan vaststellen, dan mag de ondernemer de omvang van de levering schatten. Dit alles volgt uit voornoemd artikel 10.
De ondernemer stelt gelet daarop een correctie uit te hebben gevoerd op de jaarafrekening 2022 en 2023. Daarbij stelt de ondernemer dat, omdat er sprake is van op afstand afgelezen meterstanden, de correcties eenvoudig te maken zijn geweest. Dit heeft, aldus de ondernemer, het volgende resultaat gehad. Voor de jaarafrekening 2022 kreeg de consument € 269,87 terug. Op de gecorrigeerde jaarafrekening 2022 krijgt hij € 277,04 terug. Op de jaarafrekening 2023 moest de consument € 99,05 bijbetalen. Op de gecorrigeerde jaarafrekening moet hij echter € 1.147,19 bijbetalen. Gelet op het voorgaande verzoekt de ondernemer de commissie de klacht van de consument ongegrond te verklaren. Omdat volgens de ondernemer er nog een door de consument te betalen bedrag van € 1.060,97 open staat (hetgeen niet door de consument is weersproken) verlangt de ondernemer dat het door de consument bij de commissie in depot gestorte bedrag van € 1.040,97 in zijn geheel aan de ondernemer wordt uitbetaald.
Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de ondernemer met haar handelswijze in strijd heeft gehandeld met de leveringsovereenkomst en is de ondernemer gelet op het hiervoor genoemde artikel 10 gerechtigd te handelen zoals zij heeft gedaan. In dit verband merkt de commissie voorts op dat voornoemd artikel 10 haar niet oneerlijk of onredelijk bezwarend voorkomt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1040,97
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk , mevrouw mr. A. Zwart-Hink , leden, op 3 oktober 2024.