Gedeeltelijk gegrond: consument krijgt vergoeding voor onterecht termijnbedrag

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 332983/426339

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over een te hoog termijnbedrag voor januari 2024, terwijl ze pas halverwege die maand energie ontving. Ook kreeg ze aanmaningskosten en werd gedreigd met afsluiting. De commissie oordeelt dat de ondernemer een pro rata bedrag had moeten rekenen voor die maand en dat de aanmaningskosten onterecht waren. Daarom moet de ondernemer € 114,50 terugbetalen. Andere schadevergoedingen, zoals voor stress en telefoonkosten, worden afgewezen. De klacht is deels gegrond en het klachtengeld van € 52,50 wordt ook vergoed.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument is het niet eens met een aangepast termijnbedrag. De ondernemer heeft haar gemaand tot betaling en daarvoor kosten berekend. Ook is gedreigd met afsluiting. Voorts is een vol termijnbedrag over de eerste maand berekend, terwijl in die maand slechts gedurende twee weken energie geleverd is. De commissie wijst voor die eerste maand een pro rata bedrag toe, alsmede de kosten van aanmaning. Overige schade die door de consument gevorderd wordt, wordt afgewezen.

Beoordeling
Met ingang van 15 januari 2024 is tussen partijen een overeenkomst tot levering van energie aan de consument tegen een vast eenjaarstarief ingegaan. In de daaraan voorafgegane schriftelijke bevestiging was een maandtermijn van € 113,56 genoemd. De ondernemer heeft voor januari 2024 een termijn van € 156,– berekend. De consument heeft € 56,50 betaald, ervan uitgaande dat over twee weken in januari slechts een pro rata bedrag van een maandtermijn verschuldigd was, hetgeen haars inziens volgt uit de toepasselijke Algemene Voorwaarden (AV). Dat heeft geleid tot aanmaningskosten en dreiging met afsluiting. De consument noemt de dreiging en de eventuele afsluiting (die niet is doorgegaan) onrechtmatig, naast contractbreuk wegens de incasso van onjuiste maandtermijnen. De consument heeft zelf de maandtermijn verlaagd naar € 113,56. Ten slotte heeft de consument het verschil tussen € 156,– en de betaalde € 56,50 plus de aanmaningskosten, derhalve € 114,50 alsnog betaald. De consument wijst er nog op dat de ondernemer zich niet gehouden heeft aan de verplichting tot vooraankondiging van de afsluiting aan de gemeente. De consument vordert restitutie van genoemde € 114,50, handhaving van een maandtermijn van € 113,56 en € 750,– als vergoeding voor stress, tijd, telefoonkosten en kosten van e-mail. De ondernemer voert aan dat het maandbedrag herberekend is omdat de belastingen en netbeheerkosten per 1 januari 2024 gewijzigd waren, naast herberekening op basis van het later gebleken historisch verbruik van de consument. Ter zitting erkende hij dat over januari 2024 een pro rata bedrag juister was geweest.

Uit het voorgaande volgt dat de ondernemer bereid is het verschil tussen € 156,– en een pro rata bedrag voor januari 2024 ad € 56,50 te vergoeden. Dan zijn de aanmaningskosten eveneens toewijsbaar. In totaal derhalve € 114,50. De door de consument gevorderde eigen kosten (tijd, telefoon en e-mail) wijst de commissie af op grond van artikel 23 reglement. Van een bijzonder geval, als in dat artikel bedoeld, is geen sprake. De kosten van stress, zijnde immateriële schade, zijn niet toewijsbaar omdat niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek. De consument klaagt nog dat in februari 2024 drie termijnen geïncasseerd zijn (over januari, februari en maart), terwijl twee het maximum zou zijn. Ter zitting heeft de ondernemer ontkend dat er drie incasso’s in februari hebben plaatsgevonden. De consument is daarop niet meer ingegaan, zodat de commissie daaraan verder voorbijgaat.

De commissie wijst er nog op dat een termijnbedrag niets meer is dan een voorschot op de jaarrekening en geen vast bedrag. Hoewel het termijnbedrag gesteld is en gedurende een jaar gesteld blijft op € 113,56 kan het goed zijn dat de jaarrekening door meer verbruik en/of door gestegen belastingen en netbeheerkosten leidt tot bijbetaling, ondanks de door de ondernemer ontvangen termijnbedragen. Overigens was de ondernemer gerechtigd in verband met gewijzigde belastingen en netbeheerkosten het maandbedrag aan te passen (artikel 21 AV).

Het voorgaande leidt dan ook tot vergoeding aan de consument van € 114,50.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. Dat leidt tot vergoeding van het klachtengeld aan de consument.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient aan de consument te betalen een bedrag van € 114,50. Betaling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing. Bij niet tijdige betaling is de ondernemer over dat bedrag wettelijke rente verschuldigd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop , mevrouw mr. B.J. van Gent , leden, op 13 september 2024.

Opslaan als PDF