Gedeeltelijke vergoeding na foutieve meterregistratie en hoge verbruikscorrectie

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 766311/914843

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument kreeg een naheffing van € 2.176,20 nadat bleek dat haar energiemeter sinds 2020 foutief was gekoppeld aan de woning van de buren. Hoewel de verbruikscorrectie over 21,5 maanden terecht was, oordeelt de commissie dat de fout tot ongerief heeft geleid en mogelijk ander energiegedrag veroorzaakte. De klacht is deels gegrond. De ondernemer moet € 250 schadevergoeding en € 52,50 klachtengeld betalen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de door de ondernemer gecorrigeerde jaarafrekening met een bij te betalen bedrag van € 2.176,20.

De consument heeft de klacht op 4 november 2024 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de oplevering van de nieuwbouwwoning van de consument in 2020 heeft de ondernemer een verkeerde meter aan de woning van de consument gekoppeld. Dit leidde tot een onverwachte en hoge naheffing.
Op 27 juni 2024 nam de consument contact op met de ondernemer vanwege een afwijkende opbrengst van haar zonnepanelen. Op 4 juli 2024 kwam een monteur van de ondernemer onderzoek doen, maar die constateerde geen afwijkingen. Tot haar verbazing ontving de consument in oktober 2024 de telefonische mededeling dat de ondernemer haar meter onjuist had geadministreerd en had gekoppeld aan de woning van de buren en vice versa. Korte tijd later kreeg de consument bericht van haar leverancier dat sprake was van een verbruikscorrectie en dat zij een bedrag van € 2.404,20 diende te betaling.

De consument begrijpt dat zij voor het afgenomen verbruik dient te betalen, maar de consument heeft wel degelijk schade geleden door de administratieve fout van de ondernemer. Als zij 4 jaar eerder had geweten dat haar energiekosten hoger waren dan had zij veel eerdere energiebesparende maatregelen kunnen treffen, maar omdat de maandlasten laag waren, werd daar toen niet toe overgegaan.

Zij werd gedwongen een betalingsregeling te treffen.

De consument verlangt dat het in rekening gebrachte bedrag deels wordt verlaagd.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De consument heeft overal in de woning tochtstrippen geplaatst. De vloerverwarming is uitgezet in de slaapkamer en de lampen zijn door led exemplaren vervangen. Verder is de woning goed geïsoleerd. De fout kwam aan het licht omdat de omvang van de terug levering van de energie van de zonnepanelen niet klopte. De consument vermoedt dat de buren dat ook constateerden. Hierna bleek van de administratieve fout. Als de fout eerder was ontdekt had zij eerder maatregelen kunnen treffen om de energiekosten te drukken. Om die reden is het redelijk dat zij niet het volle bedrag hoeft te betalen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft een administratieve fout gemaakt en de meters van huisnummers 170A en 170C in de administratie verwisseld. Na deze constatering heeft de ondernemer een correctie gemaakt, zodat de leverancier alsnog het juiste verbruik in rekening kan brengen.

Het is niet duidelijk waarop de consument baseert dat de ondernemer aansprakelijk is voor het door haar genoten verbruik van energie.

De onjuiste administratie vond plaats op 30 juni 2020. De ondernemer mag ten hoogste over een periode van twee jaar corrigeren. De correctie is gedaan over de periode van 31 december 2022 t/m 1 oktober 2024. De rest is kwijtgescholden. De correctie heeft betrekking op een periode van 21,5 maanden en niet over 24 maanden. Dat is een bijkomend voordeel. De ondernemer beschikte over de werkelijke stand per 31 december 2022 en heeft die gehanteerd.

De consument heeft niet meer voor haar verbruik betaald dan in het geval de fout niet was gemaakt.

De klacht van de consument is ongegrond.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De administratie van de meter was onjuist; de meter zelf heeft goed gefunctioneerd. De correctie is beperkt tot 21,5 maanden. Er loopt een betalingsregeling. De betalingen komen in mindering van de correctie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de onjuiste administratie van haar meters waardoor zij jarenlang een te laag bedrag aan energie heeft betaald en uiteindelijk met een forse correctie van haar verbruik en een hoge naheffing werd geconfronteerd.

De consument verlangt dat de ondernemer een deel van het gecorrigeerde verbruik voor eigen rekening neemt.

De ondernemer voert verweer en stelt een juiste verbruikscorrectie te hebben doorgevoerd met inachtneming van de verjaring en over een periode van minder dan 24 maanden.

De commissie stelt vast dat de consument geen bezwaar maakt tegen de hoogte van de correctie als zodanig, zij trekt de gehanteerde meterstanden niet in twijfel en evenmin de periode betwist waarover de correctie betrekking heeft.

De consument stelt schade te hebben geleden omdat zij niet eerder dan na 4 jaar op de hoogte was van haar de facto hogere gebruik dat aan haar in rekening is gebracht, waardoor zij niet eerder besparende maatregelen heeft genomen en de correctie is opgelopen tot een hoog bedrag.

De consument heeft haar schade niet geconcretiseerd en heeft zich beperkt tot een opsomming ter zitting van de door haar genomen maatregelen.

De commissie is van oordeel dat de fout, hoewel menselijk, wel voor behoorlijk wat ongerief bij de consument heeft geleid en sluit niet uit dat de lange duur van de foute administratie van de meters inderdaad heeft geleid tot een ander (stook) gedrag dan in het geval het werkelijke verbruik van meet af aan zichtbaar was geweest.

Gelet op dit ondervonden ongerief acht de commissie een daarvoor door de ondernemer te betalen vergoeding passend en geboden. Naar billijkheid begroot de commissie de vergoeding op een bedrag van € 250,–.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer betaalt een vergoeding van € 250,– aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 22 april 2025.

Opslaan als PDF