Geen aansprakelijkheid voor olieverbruik na terugroepactie: klacht afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 706807/754821

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over zijn Peugeot 5008, die na een terugroepactie waarbij de distributieriem werd vervangen, plotseling veel olie begon te verbruiken. Hij stelde dat de motor daardoor versleten raakte en vervangen moest worden, en wilde dat de ondernemer de kosten zou vergoeden. De ondernemer gaf aan dat hij de auto niet had verkocht of onderhouden en dat het olieverbruik niet door zijn werkzaamheden kwam, maar door bestaande slijtage. Ook was er geen volledige onderhoudshistorie beschikbaar. Een deskundige bevestigde dat het vervangen van de distributieriem niet de oorzaak kan zijn van het hoge olieverbruik. De commissie oordeelde dat de ondernemer de werkzaamheden correct heeft uitgevoerd en niet verantwoordelijk is voor de staat van de motor. Omdat de consument de auto niet bij deze ondernemer heeft gekocht en er geen bewijs is dat de schade door diens handelen is ontstaan, is de klacht ongegrond en wordt het verzoek van de consument afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft olieverbruik van een Peugeot 5008.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij een terugroepactie is de distributieriem van de Peugeot 5008 vervangen. Sindsdien is de auto enorm veel olie gaan verbruiken (momenteel 1,5 liter op ongeveer 500 kilometer). De ondernemer wijt het probleem aan achterstallig onderhoud. De consument heeft de auto gekocht met nieuwe APK en BOVAG-garantie met ongeveer 74.000 kilometer op de teller. De motor moet worden vervangen en de gemaakte kosten moeten worden terugbetaald. De consument heeft ter zitting verklaard dat hij de auto inmiddels met verlies heeft verkocht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft deze auto niet bij de ondernemer gekocht en ook niet voor onderhoud bij hem aangeboden. Voor deze terugroepactie distributieriem was de auto bij de ondernemer onbekend. De reden van het olieverbruik is dat de motor nu schoon is en de oliekanalen in de motor dus niet verstopt meer zijn. De slijtage van de motor waardoor het olieverbruik optreedt is dan al opgetreden en komt niet door het vervangen van de distributie. Het feit dat de consument aanhaalt dat snel na de terugroepactie het olieverbruik is gestegen bevestigt dit verhaal. De door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden hebben het olieverbruik niet veroorzaakt. Omdat er geen sluitende onderhoudshistorie aanwezig is komt de consument voorts niet in aanmerking van een coulance toekenning van de fabrikant.

Deskundigenbericht

Voor de bevindingen van de deskundige wordt verwezen naar de stukken. Kort gezegd komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

De ondernemer was niet op de hoogte van de staat van de motor en kon niet weten wat het olieverbruik was voordat de riem vervangen werd. Uit ervaring is de deskundige van mening dat het vervangen van de distributieriem niet de oorzaak van een hoog olieverbruik kan zijn.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Hoewel aannemelijk is dat het hoge olieverbruik is opgetreden na het vervangen van de distributieriem, volgt daar niet uit dat de ondernemer aansprakelijk is voor (de gevolgen van) dat olieverbruik. De ondernemer heeft onweersproken gesteld dat hij de werkzaamheden op de correctie wijze volgens de fabrieksvoorschriften heeft uitgevoerd. Het ligt daarmee voor de hand dat de staat waarin de motor zich bevindt, de (dieperliggende) oorzaak van het olieverbruik is. Daar kan de ondernemer, die de auto niet aan de consument heeft verkocht of voor hem heeft onderhouden, niet op aangesproken worden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer B.H. Oving en de heer H.H. van der Linden, leden, op 17 februari 2025.

Opslaan als PDF