Geen bevestiging van optie: geen overeenkomst totstandgekomen.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Totstandkoming    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI-D02-1028

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of er al dan niet begin april 2002 via het boekingskantoor met een reisorganisator een overeenkomst tot stand is gekomen tot het leveren van verblijf in een appartement voor twee personen in Bad Kissingen in Duitsland voor de periode van 1 juni t/m 9 juni voor de som van € 536,– in totaal.   Klager heeft een bedrag van € 123,–, zijnde het bedrag aan in rekening gebrachte annuleringkosten, niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 2 april heb ik vrijblijvend bij het boekingskantoor informatie ingewonnen over een vakantie in Bad Kissingen. Op 3 april heb ik telefonisch contact gehad met het boekingskantoor over hetgeen wij reeds mondeling hadden besproken. Het boekingskantoor heeft daarop een fax gezonden met de gevraagde informatie. Op 4 april heb ik wederom telefonisch contact gehad met het boekingskantoor, daar een aantal punten gewijzigd dienden te worden. In dit telefoongesprek heb ik aangegeven, dat indien ik akkoord zou gaan met het voorstel, ik dit op 9 april in de winkel zou komen bevestigen.   De onderhandelingen bevonden zich nog in het voortraject en er was dus nog geen overeenkomst totstandgekomen. Het boekingskantoor gaat daarvan dan ook ten onrechte uit en brengt, nu wij van de reis afzien, annuleringskosten ad € 123,– in rekening.   Klager verlangt niet verplicht te worden tot betaling van de verlangde annuleringskosten, alsmede een vergoeding van € 20,– voor gemaakte correspondentiekosten en tijdbesteding aan de gehele gang van zaken.   Standpunt van het boekingskantoor   Het standpunt van het boekingskantoor luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 2 april heeft klager in persoon bij ons geïnformeerd naar de beschikbaarheid van een gewenste eigen vervoersreis. Klager wilde een verblijf van 8 tot 10 nachten op basis van logies met ontbijt. Op ons advies is een verblijf voor 10 nachten met vertrek op 31 mei in optie genomen, waarbij dit eventueel in 8 nachten gewijzigd kon worden. Tevens heeft klager toen aangegeven dat er ook een annuleringsverzekering moest worden afgesloten.   Op 3 april heeft klager telefonisch verzocht het besprokene op papier te zetten. Hierbij gaf hij aan dat van 8 nachten met vertrek op 1 juni moest worden uitgegaan. Deze optie is als zodanig in het systeem verwerkt en desgevraagd naar klager gefaxt.   Op 4 april heeft klager telefonisch aangegeven nog een wijziging in de optie te willen aanbrengen. Naar aanleiding daarvan is de verzorging van de reis gewijzigd van logies met ontbijt naar alleen logies. Klager heeft toen tevens toegezegd in verband met het aflopen van de optie uiterlijk op 9 april te komen betalen.   Wij hebben de optie in het volste vertrouwen aangenomen. Het komt wel meer voor dat wij telefonische bevestigingen van de klant accepteren zonder dat hiervoor door de klant wordt getekend.   Omdat er niet aan de betalingsverplichting op 9 april werd voldaan, hebben wij op 10 april telefonisch contact gezocht met klager. Wij hebben toen gesproken met de moeder van klager. Deze zou doorgeven dat klager contact met ons moest opnemen.   Op 12 april heeft klager ons gebeld. Hij deelde mede dat hij eerst de volgende week tijd zou hebben om te komen betalen. Hiermee gingen wij niet akkoord en gaven aan dat wij het bedrag ook automatisch konden incasseren. Pas toen bracht klager naar voren dat hij geen handtekening had gezet, omdat hij geen reis had gereserveerd, maar alleen om informatie had gevraagd. Hij was niet van plan te betalen.   Vervolgens hebben wij de reservering geannuleerd en klager schriftelijk gemaand de annuleringskosten te betalen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Het in optie nemen van een vakantieverblijf houdt in dat gedurende een bepaalde periode van gebruikelijk vijf dagen dat verblijf wordt geblokkeerd, teneinde de cliënt de gelegenheid te geven zich nader te beraden of met reisgenoten te overleggen. Indien er binnen die periode geen definitieve opdracht tot boeking wordt gegeven, vervalt de optie en is de blokkade van het vakantieverblijf opgeheven. Handelingen van de cliënt zijn daarvoor niet vereist.   In dit geval liep de optie tot en met 8 april. Uit de verklaringen over en weer volgt niet dat er vóór die datum opdracht tot boeking werd gegeven. Er is slechts sprake geweest van wijzigingen in de optie.  Strikt genomen heeft klager het gelijk aan zijn zijde met zijn betoog dat de afspraak om op 9 april de betaling te komen verrichten alleen opgaat voor het geval hij zijn akkoord zou geven.   Het boekingskantoor is er echter in goed vertrouwen vanuit gegaan dat de boeking tijdig zou rond komen. Dit kan niet worden vergeleken met een telefonische bevestiging van een tevoren overwogen boeking. Een tijdige bevestiging is hier namelijk uitgebleven. Wat er nadien tussen partijen is besproken, is verder niet relevant en geeft slechts blijk van de communicatiestoornis tussen partijen met betrekking de consequenties van het aflopen van de termijn van de optie.   Onder de gegeven omstandigheden komt de commissie dan ook tot de slotsom dat er via het boekingskantoor geen definitieve overeenkomst tussen klager en de desbetreffende reisorganisator tot stand is gekomen. Dat dit wel zo bij die reisorganisator is doorgevoerd komt voor verantwoordelijkheid van het boekingskantoor. De door die reisorganisator in rekening gebrachte annuleringskosten kan het boekingskantoor niet op klager afwentelen. Het bedrag dat bij de commissie in depot staat komt klager toe.   Ingevolge het reglement van de commissie worden slechts in bijzondere gevallen kosten vergoed, die verband houden met de behandeling van het geschil door de commissie. De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding voor deze kosten toe te kennen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Klager is niet verplicht tot betaling van annuleringskosten.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 34,03 aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is het boekingskantoor aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, op 14 oktober 2002.