Geen bevoegdheid commissie bij verzoek om gasaansluiting zonder overeenkomst

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Energie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1035354/1180554

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over de weigering van de ondernemer om een gasaansluiting te realiseren voor zijn woning op een landgoed. De ondernemer stelde dat het verzoek betrekking had op een locatie buiten de bebouwde kom en dat aansluiting niet doelmatig of rendabel was. De consument beriep zich op de Gaswet en stelde dat de Algemene Voorwaarden een bevoegdheidsgrond voor de commissie bevatten. De Geschillencommissie Energie oordeelde echter dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen en dat de toepasselijke voorwaarden geen beding bevatten dat de commissie bevoegd maakt. Omdat de klacht betrekking heeft op een eenmalige opdracht zonder contractuele basis, verklaart de commissie zich onbevoegd om het geschil inhoudelijk te behandelen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft het verzoek van de consument om ten behoeve van zijn woning/kavel op Landgoed [woonplaats] een gasaansluiting te realiseren.

De consument heeft op 30 december 2022 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De commissie verklaart zich onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument over de bevoegdheid van de commissie c.q. diens ontvankelijkheid verwijst de commissie naar de stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument en andere kaveleigenaren zijn thans aangesloten op een privaat netwerk, dat door een besloten vennootschap wordt geëxploiteerd, maar illegaal is.

De consument heeft een aanvraag ingediend bij de ondernemer voor een gasaansluiting, gelijk andere kaveleigenaren dat ook hebben gedaan.

De ondernemer weigert tot uitvoering van de aanvraag over te gaan omdat het een aanvraag voor een gasaansluiting buiten de bebouwde kom betreft, die door haar niet doelmatig en rendabel kan worden geëxploiteerd. De consument is van mening dat voor de ondernemer krachtens de Gaswet een aansluitingsverplichting bestaat.

Blijkens de opdracht aan de ondernemer en de bevestiging daarvan door de ondernemer zijn op de opdracht de Algemene Voorwaarden aansluiting en transport en de Algemene Voorwaarden werkzaamheden en diensten van toepassing en is een betalingsverplichting voor de consument ontstaan. Op grond van artikel 18.2 van de AV volgt dat een klacht over de totstandkoming of uitvoering van een aansluit- of transportovereenkomst door de consument aan de commissie kan worden voorgelegd. Aldus is voldaan aan het gestelde in artikel 3 en 4 van het reglement van de commissie.

De ACM heeft het handhavingsverzoek dat mede namens de consument tegen de exploitant van het private netwerk was gedaan afgewezen, omdat daarvoor onvoldoende prioriteit was.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer over de ontvankelijkheid van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De commissie is niet bevoegd om van de klacht van de consument kennis te nemen. Tussen partijen is geen overeenkomst van opdracht tot eenmalige aansluitwerkzaamheden tot stand gekomen. De ondernemer heeft het verzoek daartoe wel in behandeling genomen, omdat hij daartoe verplicht is, maar dit verzoek heeft niet geleid tot een overeenkomst tussen partijen. De ondernemer heeft geweigerd, na een onderzoek, om op het verzoek in te gaan. Dat stond haar vrij en zulks is ook door de ACM aan onder andere de consument bevestigd.

Omdat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, omdat de feiten en omstandigheden dat niet toestaan, is er geen grond voor de bevoegdheid van de commissie. Er is geen overeenkomst met een beding dat de consument de toegang tot de commissie biedt.

Op de overeenkomst eenmalige werkzaamheden zijn uitsluitend de Algemene Voorwaarden Werkzaamheden en Diensten van toepassing. De overeenkomt noch deze AV bevatten een beding dat de commissie bevoegd maakt. Anders dan in de aansluit- en transportovereenkomst zijn partijen ten aanzien van deze separate opdracht voor het uitvoeren van eenmalige werkzaamheden niet overeengekomen dat de commissie bevoegd is een klacht over de inhoud en de uitvoering van de werkzaamheden te behandelen.

Het is vaste jurisprudentie van de commissie dat zij zich niet bevoegd acht om een geschil te behandelen dat betrekking heeft op het uitvoeren van eenmalige werkzaamheden waarvoor een separate opdracht is gegeven. De ondernemer wijst daartoe op een drietal bindend adviezen van de ondernemer.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Alvorens een geschil inhoudelijk te kunnen behandelen dient de commissie ambtshalve of op verzoek vast te stellen of zij bevoegd is om het aan haar voorgelegde geschil te behandelen en/of de consument in zijn klacht kan worden ontvangen.

De consument stelt zich op het standpunt dat gelet op het bepaalde in artikel 18. 2 van de Algemene Voorwaarden tussen partijen is overeengekomen dat een geschil aan de commissie kan worden voorgelegd en dat de commissie gelet op het bepaalde in artikel 3 en 4 van haar reglement dan ook bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.

De ondernemer betwist dat sprake is van een (contractuele) bevoegdheid van de commissie, nu de toepasselijke voorwaarden geen beding bevatten dat de commissie in het onderhavige geschil bevoegd maakt.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

Gelet op het bepaalde in artikel 4 van haar reglement is de commissie slechts bevoegd een geschil te behandelen, indien en voor zover partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen. Niet gebleken is dat partijen met elkaar zijn overeengekomen zich ter zake van dit geschil te onderwerpen aan de uitspraak van de commissie. Een dergelijke bevoegdheid is noch aan de overeenkomst – die niet gesloten is -noch uit de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden te ontlenen. Het beroep op de Algemene aansluit- en transport voorwaarden kan de consument niet baten, omdat deze niet van toepassing zijn op de relatie van partijen. Er is geen sprake van een reeds tussen partijen bestaande aansluit- en transportovereenkomst met een beding dat de commissie bevoegd maakt en zodanig is geformuleerd dat daaronder ook de onderhavige eenmalige werkzaamheden kunnen vallen.

De commissie is dan ook niet bevoegd dit geschil (inhoudelijk) te behandelen.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 21 augustus 2025.

Opslaan als PDF