Commissie: Water Zakelijk
Categorie: commissie onbevoegd
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
340143/435515
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een klant vroeg een schadevergoeding van € 5.000 vanwege een gesprongen waterleiding op 25 juli 2023. Volgens hem stroomde het water vanaf de berm via een sloot naar zijn weilanden, wat tot verontreiniging zou hebben geleid. De Geschillencommissie Water zakelijk oordeelde echter dat de leidingbreuk niet plaatsvond bij de aansluiting op het pand van de klant, maar op een andere locatie. Volgens de algemene voorwaarden is de ondernemer alleen aansprakelijk voor schade die ontstaat door gebreken aan de aansluiting van het pand zelf. Omdat er geen direct verband is met de aansluiting van de klant, is er geen sprake van een contractuele aansprakelijkheid. Daarom verklaarde de commissie zich onbevoegd om de klacht inhoudelijk te behandelen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Klant is contractant van de ondernemer met betrekking tot de drinkwatervoorziening van het pand straatnaam te plaatsnaam. Op 25 juli 2023 is er aan straatnaam te plaatsnaam een bij de ondernemer in beheer zijnde waterleiding gesprongen. Volgens klant is door deze leidingbreuk water gestroomd vanaf de berm door de sloot richting weilanden die in eigendom zijn van klant. Dit heeft volgens hem tot verontreiniging geleid van die weilanden. Hij wenst een schadevergoeding van € 20.609,37, die hij ter zitting beperkt heeft tot € 5.000,–.
Beoordeling
Contractueel is de ondernemer jegens gebruikers aansprakelijk voor schade aan zaken ten gevolge van een gebrekkige aansluiting (artikel 19.2 van de Algemene Voorwaarden van de ondernemer). Volgens de begripsomschrijving in de Algemene Voorwaarden wordt onder de aansluiting verstaan: de leiding van de ondernemer die de drinkwaterinstallatie met de hoofdleiding verbindt. De breuk in de waterleiding, die volgens klant de gestelde schade heeft veroorzaakt, betreft evenwel niet de leiding die de drinkwaterinstallatie met de hoofdleiding van het pand van klant verbindt, maar ligt elders in plaatsnaam aan straatnaam, en wel op geruime afstand van het pand van klant en van de aansluiting van de waterleiding naar dat pand. Van enig verband tussen de gebroken leiding en de aansluiting naar het pand van klant blijkt niet.
Een op de contractuele relatie tussen partijen gebaseerde schadevordering, zoals door klant bedoeld, kan dan ook niet worden aangenomen. Bij gebreke daarvan is de commissie niet bevoegd om de klacht te behandelen.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin , de heer J.H.L. den Otter , leden, op 5 november 2024.