Commissie: Voertuigen
Categorie: Aansprakelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
252504/278171
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in omdat zijn Mercedes C 180 CGI motor was vastgelopen, en hij vermoedde dat dit kwam door verkeerde motorolie die de ondernemer in augustus 2022 had gebruikt. Een deskundige stelde dat de gebruikte olie ongeschikt was voor dit type motor, maar andere experts gaven aan dat de olie waarschijnlijk geen schade heeft veroorzaakt. Omdat de motor niet meer beschikbaar was voor onderzoek en er geen duidelijke sporen of bewijs zijn, kon de commissie niet met zekerheid vaststellen wat de oorzaak van de schade was. De verklaringen van de deskundigen verschillen van elkaar en geven geen eenduidig antwoord. Daarom vindt de commissie dat niet bewezen is dat de ondernemer een fout heeft gemaakt. De klacht is ongegrond en het verzoek van de consument wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie heeft kennisgenomen van het gedegen onderbouwde rapport van 15 november van [consument] en van diens toelichting ter zitting van 3 februari 2025. Hij argumenteert dat er causaliteit bestaat tussen de op 12 augustus 2022 door de ondernemer toegepaste motorolie en het vastlopen van de motor, zulks gelet op de specificaties van die olie en de viscositeit ervan, die volgens deze deskundige ongeschikt zijn voor de (direct ingespoten) motor van de Mercedes C 180 CGI.
De ondernemer heeft nog in het geding gebracht een verklaring van een senior technisch expert verbonden aan Bovemij. Hij stelt dat de viscositeit van de motorolie een te verwaarlozen invloed heeft op de snelheid van slijtage van de distributieketting, die niet onder druk wordt gesmeerd.
En dan ligt nog voor het rapport van de door de commissie benoemde deskundige, H.A.B.P Jacobs, die heeft verklaard dat een lagere viscositeit geen aantoonbare gevolgen heeft voor de distributie.
Een groot manco voor de vaststelling van de causaliteit betreffende de motorschade is het feit dat de vastgelopen motor niet meer voor onderzoek beschikbaar is. De omschrijving van L’Atelier Auto luidend “dépannage chaine de distribution’ geeft evenmin een informatief beeld van hoe deze garagist de motor heeft aangetroffen. Naar het oordeel van de commissie had een fysiek onderzoek waarschijnlijk wel enige sporen kunnen opleveren die indicatief zijn voor de oorzaak van de motorschade, die bij een auto uit 2010 en met veel gereden kilometers velerlei kan zijn.
Bij gebreke van zodanige fysieke aanwijzingen is de commissie aangewezen op voormelde verklaringen van deskundigen, die evenwel niet eensluidend zijn. Om een definitief oordeel te kunnen geven over de stelling van de consument dat de ondernemer in deze een kunstfout heeft begaan die tot grote schade heeft geleid, kan de commissie niet volstaan met een afweging welke van de voorliggende verklaringen het meest waarschijnlijk is. Voor de commissie dient die vraag met voldoende zekerheid te worden beantwoord en zij acht dat met de voorliggende gegevens niet mogelijk.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 3 februari 2025.