Geen bewijs voor foutieve installatie thermostaat; klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: gebrekkige installatie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 741126/788349

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelt dat haar thermostaat verkeerd is geïnstalleerd door een monteur van de ondernemer, waardoor zij een extreem hoog warmteverbruik zou hebben gehad. Zij vraagt daarom om een vermindering van 75% van een openstaande factuur van € 1.696,23. De commissie vindt echter dat de consument geen enkel bewijs heeft geleverd dat het hoge verbruik door een foutieve installatie komt. De ondernemer heeft bovendien overtuigend en onweersproken uitgelegd dat de plaatsing van de thermostaat geen invloed heeft op het totale warmteverbruik. De berekeningen van de ondernemer laten zien dat het verbruik van de consument past binnen een normaal jaarverbruik. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en wordt de vordering afgewezen. Het depotbedrag wordt volledig aan de ondernemer uitgekeerd.

De volledige uitspraak

Beoordeling

De consument stelt dat de (een monteur van de) ondernemer een thermostaat verkeerd in haar thuis heeft geïnstalleerd en dat zij daardoor geconfronteerd is met een enorm hoog warmteverbruik. Om die reden verlangt zij dat de ondernemer het nog openstaande aan haar in rekening gebrachte factuurbedrag van € 1.696,23 vermindert met 75%. De consument heeft geen feiten en/of omstandigheden naar voren gebracht waaruit de conclusie kan worden getrokken dat het gestelde hoge warmteverbruik het gevolg is van het verkeerd monteren van de thermostaat.

In dit verband heeft de ondernemer onweersproken het volgende verweer gevoerd. De plaatsing van de thermostaat (in februari 2024) heeft geen enkel invloed gehad op het totaal afgenomen warmteverbruik van de consument. Vooral niet als haar warmteverbruik in de periode 18 september 2024 – 31 december 2024 (=23 GJ) nader onder de loep wordt genomen en vervolgens nader wordt geëxtrapoleerd op jaarbasis. Bij de bepaling van het verwacht jaarverbruik wordt het verbruik in het geval van een ‘normale’ winter (d.w.z. jaar 365 dagen en 3000 graaddagen) als uitgangspunt gehanteerd. Uit het ‘prognose verbruik p/j ‘normale’ winter (3000 graaddagen)’ volgt een verwacht verbruik van +/- 71,65 GJ. Het geregistreerde verbruik in de periode 21 december 2023- 18 september 2024 bedraagt 38 GJ. Extrapolatie van dit verbruik levert een verwacht jaarverbruik op van 73,5 GJ. Het verschil (73.5 GJ -71.65 GJ) tussen deze twee waarden is marginaal en verwaarloosbaar. Aldus de ondernemer.

De commissie acht de klacht dan ook ongegrond en zal de vordering afwijzen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1696,23

Depotverrekening, bedrag aan consument € 0

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 13 maart 2025.

Opslaan als PDF