Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1152504/1258204
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwist het hoge gasverbruik dat op de jaarafrekening van 29 oktober 2024 is opgenomen, omdat de door de ondernemer gehanteerde begin- en eindstanden volgens hem niet kloppen en zouden leiden tot een onrealistisch verbruik in de zomermaanden. De ondernemer stelt dat de consument ondanks herhaalde verzoeken geen meterstanden heeft doorgegeven en dat daarom een schatting mocht worden gebruikt, gebaseerd op de geschatte eindstand van de vorige leverancier en de door de consument zelf opgegeven eindstand bij de nieuwe leverancier. De commissie oordeelt dat de ondernemer in zo’n situatie gerechtigd is te schatten en dat de consument onvoldoende onderbouwd heeft dat het in rekening gebrachte verbruik onjuist is, omdat de door hem aangeleverde foto’s slechts tussentijdse standen tonen. Daardoor kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat te veel verbruik is berekend, zodat de klacht ongegrond is.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft het op de jaarafrekening van 29 oktober 2024 in rekening gebrachte verbruik van energie, met een bij te betalen bedrag van € 649,73.
De consument heeft op 15 november 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument kreeg een enorme rekening voor het verbruik van drie maanden gas in de zomer. De beginstand en de eindstand komen niet overeen met de door de ondernemer gehanteerde standen. Dit blijkt ook uit de eindnota van de vorige leverancier, [naam leverancier], met daarop een geschatte stand van de gasmeter van 43652 m3. De consument heeft een aantal foto’s van de gasmeter gestuurd, met daarop de werkelijke standen. Het door de ondernemer geschatte verbruik leidt tot een gasverbruik in de zomer van 175 m3. Volgens de consument kan dat niet juist zijn.
De consument verlangt dat hij wordt afgerekend op basis van zijn gemiddeld gebruik in de voorafgaande jaren.
Ter (digitale) zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De door de consument overgelegde foto’s zijn tussendoor genomen en kunnen niet als beginstand of eindstand gelden. De consument had wel een foto met een juiste eindstand, maar die was slecht. De consument was indertijd niet in staat de juiste standen door te geven.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft vanaf 10 juli 2024 tot en met 2 oktober 2024 gas en elektriciteit aan de consument geleverd. In deze periode beschikte de consument over een conventionele gasmeter, die niet op afstand afleesbaar was. De consument is bij herhaling verzocht om de meterstanden door te geven, maar heeft daarop niet gereageerd. Daarop heeft de ondernemer de meterstanden moeten schatten en heeft deze doorgegeven aan de vorige leverancier. Op 2 oktober 2024 werd de energielevering door een andere leverancier overgenomen. Van deze leverancier ontving de ondernemer wel door de consument opgegeven meterstanden. De eindnota wordt op basis van de geschatte beginstand van 43.652 en doorgegeven eindstand van 44.126 opgemaakt.
Uit de opgave van de meterstand op 5 oktober 2023 door de consument bij zijn vorige leverancier blijkt dat aan hem het juiste verbruik in rekening is gebracht.
Het verschuiven van het verbruik is alleen maar mogelijk in samenspraak met de vorige leverancier en lijkt nadelig te zijn voor de consument gelet op de hogere tarieven van die leverancier.
Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De consument is bij vorige leverancier afgerekend op basis van een geschatte meterstand. De eindstand bij de ondernemer was 49.339 m3 en is door de consument zelf verstrekt. De ondernemer staat achter de eindafrekening en heeft zich voldoende ingespannen om achter de werkelijke standen te komen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hoogte van het gasverbruik in de periode dat hij klant was bij de ondernemer. Het berekende verbruik is niet in lijn met zijn werkelijke verbruik.
De ondernemer voert verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
De commissie stelt voorop dat in het geval de consument desgevraagd de werkelijke meterstanden niet aanlevert, de ondernemer gerechtigd is het verbruik te schatten. Om die reden mocht de ondernemer bij het opstellen van de eindnota uitgaan van de door de vorige leverancier geschatte meterstanden, die aan diens eindafrekening ten grondslag lagen en deze stamden als beginstanden hanteren.
Vervolgens heeft de consument bij zijn nieuwe leverancier, die de ondernemer opvolgde, wel de standen doorgegeven en zijn deze vervolgens door de ondernemer op de eindnota verwerkt.
Gelet op deze gang van zaken is niet geheel uit te sluiten dat aan de consument een gedeelte van het verbruik bij zijn vorige energieleverancier door de ondernemer in rekening is gebracht, hetgeen in beginsel onjuist is. In deze zaak heeft de consument weliswaar een berekening gemaakt van zijn gemiddeld gebruik, maar dat verder niet onderbouwd. De overgelegde foto’s van de meter betreffen slechts tussentijdse standen. Bij gebreke van verdere aanknopingspunten kan de commissie dan ook niet met de mate van waarschijnlijkheid, die is vereist, vaststellen, dat door de ondernemer aan de consument een te hoog verbruik in rekening is gebracht.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 17 oktober 2025.