Commissie: Energie
Categorie: facturering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
201867/204166
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt over een energienota van december 2022, die volgens hem gebaseerd is op verkeerde meterstanden. Hij stelt dat hij te veel heeft betaald en dat de ondernemer niet duidelijk heeft gecommuniceerd over het doorgeven van meterstanden. De ondernemer geeft aan dat de consument klant is geworden na het faillissement van een andere leverancier en dat de jaarnota is opgesteld op basis van geschatte meterstanden, omdat de consument niet tijdig gegevens heeft aangeleverd. Volgens de commissie is dit toegestaan volgens de algemene voorwaarden en zijn de werkelijke meterstanden later gebruikt bij de eindnota. De commissie ziet geen bewijs dat de consument te veel heeft betaald, behalve een bedrag van € 315 dat als voorschot is voldaan en moet worden terugbetaald. De rest van het depotbedrag van € 428,09 gaat naar de ondernemer. De klacht is ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van energie tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs. Het geschil heeft betrekking op de hiervoor gezonden jaarafrekening van 5 december 2022 over de periode van 1 november 2021 tot 14 november 2022. De consument heeft naar aanleiding van een daartoe door de commissie gegeven depotbeslissing een bedrag van € 743,09 bij de commissie gedeponeerd.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De factuur van de ondernemer is gebaseerd op louter aannames. De meterstanden zoals vermeld op de jaarnota, zijn aantoonbaar onjuist. Zo staat bijvoorbeeld op de jaarnota een meterstand per 14 november 2022 voor elektriciteit van 79.917, dit terwijl de stand op 1 januari 2023 is: 79.891. De consument heeft aangegeven dat hij beschikt over de meterstanden, dat het probleem niet is dat hij moet betalen, maar dat hij dat wil doen op basis van de juiste gegevens. De ondernemer verlangt dat de consument foto’s stuurt van de meterstanden, maar dat is nooit meegedeeld en is ook niet meer mogelijk.
De consument meent dat het de plicht van de ondernemer is om te zorgen dat de juiste gegevens worden vastgelegd bij vaker wisselende tarieven gedurende een bepaalde periode. Als daar van de zijde van de consument een inspanning voor wordt verwacht, moet de ondernemer dat ook aan de consument meedelen. De ondernemer blijft zeer eenzijdig reageren en zegt de jaarnota niet aan te kunnen passen.
Ten onrechte stelt de ondernemer dat nog een bedrag van € 743,09 open staat en in depot gestort moet worden. Het voorschot van € 315,– voor maart 2023 is gewoon voldaan via de incassomachtiging die de ondernemer heeft. De werkelijke achterstand zou daarom ten hoogste € 428,09 kunnen zijn.
Het overzicht van betalingen van de ondernemer klopt niet, omdat daarin de betalingen over de periode van november 2021 tot en met februari 2022 tot een totaal van € 804,– niet zijn meegenomen. Uiteindelijk is aan de consument dus € 375,91 te veel in rekening gebracht. Met het gestorte depotbedrag heeft de consument naar eigen zeggen aanspraak op betaling van € 1.119,–.
Ook bezien vanuit een ander perspectief bestaat een recht op terugbetaling. Voor de gehele periode waarin de consument klant is geweest van de ondernemer becijfert hij het totaal aan kosten op € 7.906,08. Uit de overgelegde administratie (bankafboekingen) blijkt volgens de consument dat hij over deze periode in totaal € 8.221,08 aan de ondernemer heeft betaald, inclusief het depot bij de commissie. Zo bezien bestaat een aanspraak op terugbetaling van € 315,–.
De consument heeft geen bericht gehad over een tariefwijziging en daarmee samenhangend verzoek om de meterstanden door te geven. De consument heeft e-mails gehad op 1 oktober 2022 en op 26 oktober 2022, maar daarin werd niets gevraagd. De ondernemer is in gebreke gebleven om de consument te wijzen op het feit dat in verband met tussentijdse tariefwijzigingen de meterstanden moesten worden opgegeven. Dit is de ondernemer pas (proactief) gaan doen, nadat de consument zijn klacht bij de commissie had ingediend.
De ondernemer blijkt voor de consument telefonisch niet bereikbaar te zijn.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Als ik alle bankmutaties bekijk, heb ik te veel betaald.
Wanneer de tarieven schommelen, moet de ondernemer helderder zijn met betrekking tot de spelregels. Daar communiceert de ondernemer niet helder over. Ik heb nooit een verzoek gezien om de meterstanden door te geven, in elk geval niet tussentijds. Ik heb geen slimme meter. Voor de eindafrekening heb ik wel mijn meterstanden doorgegeven.
Het klopt dat ik aanvankelijk bij een leverancier zat die failliet is gegaan. In het eerste jaar had ik geen aanleiding om contact op te nemen met de ondernemer. Alles verliep zoals gebruikelijk. Toen ik eenmaal contact zocht bleek dat moeilijk. Een belafspraak viel voor mij niet te maken, want ze waren telefonisch alleen onder werktijd bereikbaar en dan werk ik zelf ook.
De consument verlangt een terugbetaling van € 880,94 op basis van de door hem genoteerde meterstanden en berekend verbruik, alsmede een vergoeding van het klachtengeld.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De consument is klant geworden van de ondernemer na de overname van het klantenbestand van een andere ondernemer, die vanwege een faillissement niet langer in staat was haar leveringsverplichtingen na te komen. De ondernemer heeft de levering per 1 november 2021 overgenomen onder de voorwaarden en tarieven van de ondernemer. De voorwaarden en de tarieven waartegen geleverd zou worden zijn ter toetsing aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voorgelegd. Op grond van de Besluiten Leveringszekerheid Elektriciteit en Gas was de ondernemer gehouden tot de levering van energie en de consument tot betaling van de geleverde energie. Het stond de consument na de dertigdagentermijn vrij om te switchen naar een andere leverancier. Van deze mogelijkheid heeft de consument geen gebruik gemaakt. De leveringsovereenkomst heeft vervolgens tot 9 november 2023 voortgeduurd.
De jaarnota van 5 december 2022 is opgemaakt op basis van berekende meterstanden. Vlak voor de jaarnota heeft de ondernemer aan de consument gevraagd om de eindstanden ten behoeve van de jaarnota door te geven. De consument heeft daar niet tijdig op gereageerd, waarna de ondernemer genoodzaakt was om per 5 december 2022 een jaarnota op te maken op basis van berekende standen. Dat een correctie na ontvangst van de meterstanden per 1 januari 2023 niet gunstig zou uitpakken voor de consument, blijkt ook als wij het gasverbruik nader analyseren.
Na de uitvoering van de verbruiksanalyse is de ondernemer niet gebleken dat zij als leverancier van energie steken zou hebben laten vallen. Immers, het gasverbruik tot het afrekenmoment (14 november 2022) van de jaarnota is weliswaar op basis van berekende eindstand(en) tot stand gekomen, maar bij simulatie van het verbruik op basis van twee vaste meetmomenten (1 november 2021 en 1 januari 2023) ziet de ondernemer dat bij toepassing van correctie het verbruik hoger uitvalt voor de consument. Teneinde de consument niet verder te benadelen, heeft de ondernemer besloten deze jaarnota niet te corrigeren. De ondernemer handhaaft de jaarnota, want het afgenomen verbruik moet betaald worden. De ondernemer verzoekt de commissie dan ook om de klacht jegens haar ongegrond te verklaren.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Na indiening van de klacht hebben wij inderdaad nog een bedrag van € 315,– ontvangen. Dat er nu nog een bedrag van € 428,09 open staat klopt.
Wij verwijzen naar het gevoerde verweer. De jaarnota is niet gecorrigeerd. Pas in januari hebben wij meterstanden doorgekregen. Bij een vergelijking met de geschatte meterstand voor gas (1.499 m3) met de werkelijke stand (1.569 m3) bleek een verschil van 70 m3 ten nadele van de consument. Omdat een correctie nadelig zou zijn voor de consument, is daarvan afgezien. Bij de eindafrekening is uitgegaan van de opgegeven werkelijke meterstanden. Is er bij de jaarafrekening al van een verkeerde meterstand uitgegaan, dan is dat bij de eindafrekening gecorrigeerd.
De consument is door ons overgenomen na het faillissement van zijn vorige leverancier. Pas in december 2022 hebben wij voor het eerst een telefoontje gekregen van de consument. Wanneer een telefoongesprek binnenkomst, wordt dat automatisch in een daarvoor bestemd systeem geregistreerd. Wanneer een klant verzoekt om teruggebeld te worden, dan doen wij dat ook.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het bezwaar van de consument is gericht tegen de gezonden jaarnota van 29 november 2022 over de periode van 1 november 2021 tot 14 november 2022. Daarna is de consument vanwege een switch naar een andere leverancier op 20 november 2023 een eindnota gestuurd. De vraag of bij het opstellen van de jaarnota van de juiste meterstanden is uitgegaan is nu verder niet meer relevant. Volgens de verklaring van partijen heeft de consument voor het opstellen van de eindnota de meterstanden doorgegeven en heeft de ondernemer die voor het berekenen van de eindnota gebruikt. Wanneer het al zo zou zijn dat bij de jaarnota een onjuiste schatting van het verbruik is gemaakt (en dus is uitgegaan van een onjuiste meterstand), is dat gecorrigeerd doordat voor de eindnota van de werkelijke meterstanden is uitgegaan.
Daarbij merkt de commissie op dat de consument op grond van artikel 8.1 van de toepasselijke algemene voorwaarden verplicht is om de ondernemer alle informatie te verstrekken die de ondernemer nodig heeft om de kosten voor de levering van energie in rekening te kunnen brengen. Dat is op zich ook niet onredelijk, omdat de consument toegang heeft tot de meters die voor het registreren van het verbruik worden gebruikt. Dit is nog eens uitdrukkelijk zo bepaald in artikel 9.5 van de algemene voorwaarden. Uit de reactie van de consument op het verweer van de ondernemer volgt dat hij ook (vlak) voor het opmaken van de eindnota een verzoek heeft gekregen om de meterstanden door te geven. Wanneer de consument nalaat om tijdig meterstanden door te geven, is de ondernemer bevoegd om bij het opstellen van een jaarafrekening uit te gaan van geschatte meterstanden en is de consument ook gehouden het op die basis berekende factuurbedrag te betalen.
Volgens het door de consument opgevoerde betalingsoverzicht zou hij tussen 6 november 2021 en
27 december 2022 in totaal € 4.284,09 betaald. Dat komt overeen met het door de ondernemer overgelegde overzicht, waarbij vervolgens nog een bedrag van € 1.300,– is opgeteld wegens na 27 december 2021 tot en met 1 mei 2023 nog ontvangen bedragen. Het door de consument overgelegde overzicht van betalingen aan de ondernemer komt voor de periode tot en met 2 mei 2023 overeen met het door de ondernemer overgelegde overzicht van ontvangen betalingen. De commissie heeft niet kunnen onderkennen waar nu een verschil in zit zoals door de consument wordt geclaimd. Voor zover dat verschil is berekend op grond van het standpunt dat voor de jaarnota een verkeerde meterstand is gehanteerd, volgt uit het voorgaande dat dat uitgangspunt onjuist is.
De consument is dus niet in staat gebleken de commissie ervan te overtuigen dat hij te veel heeft betaald, met uitzondering dan van een bedrag van € 315,– waarvan de ondernemer ter zitting heeft verklaard dat dit een voorschot betrof dat na indiening van het verweer alsnog is betaald. Dit bedrag zal aan de consument worden terugbetaald. Voor het overige zal het depotbedrag aan de ondernemer worden betaald, omdat niet is gebleken dat dit ten onrechte in rekening is gebracht.
Beslist wordt daarom als hierna vermeld.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 428,09
Depotverrekening, bedrag aan consument € 315,00
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, de heer mr. SJ.S. Bakker, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 11 maart 2024.