Geen bouwkundige keuring, wel gebreken

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Makelaardij Consumentenmarkt    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 120278

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft de makelaar ingeschakeld voor bemiddeling bij de aankoop van een woning, maar is niet tevreden over zijn dienstverlening. Bovendien kende de woning tal van gebreken. De makelaar begrijpt de klachten niet en geeft aan dat de consument een bouwkundige inspectie niet nodig vond. De commissie vindt de verwijten van de consument niet terecht. Dat de gebreken pas na aankoop van de woning zijn gesignaleerd komt voor risico van de consument, omdat zij geen bouwkundige keuring heeft laten uitvoeren.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil ziet op de kwaliteit van de verrichte dienstverlening. De consument wenst de reeds betaalde courtage terug. Tevens wenst zij een bouwkundig rapport  op kosten van de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak.

De consument heeft opdracht gegeven tot dienstverlening bij bemiddeling van een aankoop van een woning. Zij is niet tevreden over de verrichte dienstverlening.  Bovendien kende de woning  tal van gebreken. Zij geeft puntsgewijs haar klachten als volgt weer:

  • de ondernemer is niet komen opdagen bij de aankoopbezichtiging door de consument van de aan te kopen woning, alleen bij de zogenaamde inspectie op dag van overdracht was de ondernemer aanwezig
  • hij heeft geen informatie verstrekt m.b.t. VVE. De VVE heeft maar € 3.2000,– in de kas en alle kozijnen moeten worden vervangen;
  • er schijnt een bouwkundig rapport te zijn, dat is laten maken door de verkoper, maar dat heb ik niet gezien;
  • zonder overleg was er een notaris opgenomen in de voorlopige koopovereenkomst, toen ik aangaf                   deze (huis)notaris te duur te vinden en een andere notaris wilde, werd mij door de ondernemer  verteld dat hij zich dan niet meer met mij zou bemoeien en dat ik alles zelf maar moest regelen, als het fout zou gaan. Bij het tekenen van de voorlopige koopovereenkomst zou er een afstandsverklaring liggen, die ik moest tekenen. Toen ik daarom vroeg had de ondernemer daar vanaf gezien;
  • de kozijnen vertonen schimmel;
  • het kozijn in de keuken geeft lekkage;
  • de magnetronplaat draait niet;
  • het sanitair vast gekalkt;
  • sifon onder badkamertafel zit vol smurrie;
  • verwarmingen, magnetron, oven en badkamer zeer vies;
  • kraan sanitair moet vervangen worden, is volgens loodgieter verwaarloosd.

Standpunt van de  ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer kan zich niet vinden in de klachten van de consument.

De consument heeft de ondernemer verzocht te helpen bij de aankoop van een woning. De ondernemer heeft haar een groot aantal keren begeleid bij bezichtigingen, hetgeen resulteerde in de aankoop van een woning in Leiden. De consument vond een bouwkundige inspectie zonde van haar geld en heeft ervoor gekozen de woning niet te laten keuren. Dat is terug te vinden in de getekende opdracht tot dienstverlening. Een blanco door de consument in het geding gebrachte opdracht maakt geen deel uit van de overeenkomst. De ondernemer stelt uitstekend werk te hebben verricht en vindt de klacht belachelijk. Dit betreft een zaak tussen koper en verkoper en die regardeert hem niet. De ondernemer heeft de consument er op gewezen dat zij de woning zou kopen in de staat waarin die woning zich bevindt en dat het verstandig zou zijn een bouwkundige keuring te laten verrichten.  Agenda technisch lukte het niet om met de consument mee te gaan naar de  bezichtiging.

Afgesproken is dat de consument zonder de ondernemer naar de bezichtiging zou gaan. Nadat de consument de woning had bezichtigt heeft de ondernemer de woning samen met de verkopende makelaar bezichtigd. De ondernemer heeft daar vervolgens uitgebreid met mevrouw over gesproken en haar gewezen op de staat van de woning.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt het volgende.

Uit de schriftelijke opdracht blijkt dat de ondernemer heeft bedongen dat bij een verkoop van de woning een courtage van € 995,– verschuldigd zou zijn. Ook de van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden bepalen dat courtage verschuldigd is indien tijdens de looptijd van een opdracht een overeenkomst met betrekking tot een onroerende zaak tot stand komt. In beginsel is de consument daaraan gebonden.

Voor de vraag of de ondernemer, zoals de consument stelt, toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de opdracht tot dienstverlening is bepalend wat in deze omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar verwacht mag worden.

Dat de ondernemer niet is meegegaan naar de bezichtiging brengt niet zonder meer met zich dat er sprake is van een tekortkoming. Niet betwist is dat de consument wist dat de ondernemer verhinderd was om aanwezig te zijn, maar dat de consument de bezichtiging toch wilde laten plaatsvinden. Volgens de ondernemer heeft hij de woning nadien nog zonder de consument bezichtigd. Vaststaat dat na de bezichtiging telefonisch contact tussen partijen heeft plaatsgevonden. De ondernemer stelt dat hij de consument in dat gesprek heeft gewezen op de staat waarin het appartement zich bevond. De consument betwist dit. Zij betwist echter niet dat de ondernemer haar voor de aankoop heeft aangeraden om een bouwkundige keuring te laten plaatsvinden.

Dat de consument, zoals zij ter zitting heeft gesteld, later alsnog op een keuring heeft aangedrongen wordt door de ondernemer betwist. De consument heeft hiervoor geen bewijs geleverd zodat dit niet is komen vast te staan. De commissie gaat er dan ook vanuit dat de consument ook in een later stadium niet kenbaar heeft gemaakt dat zij een bouwkundige keuring wenste.

Indien de consument wel een bouwkundige keuring had laten uitvoeren zouden eventuele gebreken mogelijk al voor de aankoop aan het licht zijn gekomen, evenals de gesignaleerde gebruikssporen. Dat de consument de gestelde gebreken pas na aankoop van de woning heeft gesignaleerd komt dan ook voor haar risico en kan zij niet aan de ondernemer tegenwerpen.

Verder staat vast dat de ondernemer wel aanwezig was bij de eindinspectie. Samen met de consument is een digitale checklist doorlopen die zij vervolgens heeft ondertekend. Indien de consument van mening dat dat de staat van de woning niet overeenstemde met hetgeen vermeld was op de checklist had zij deze niet moeten ondertekenen.

De consument stelt verder dat de ondernemer haar geen informatie heeft verstrekt over de vermogenspositie van de Vereniging van Eigenaren. De commissie stelt echter vast dat de vermogenspositie van de VvE blijkt uit de bijgevoegde documenten die deel uitmaken van de ondertekende koopovereenkomst.

De commissie is op grond van het voorgaande van oordeel dat niet is gebleken dat de ondernemer niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam makelaar verwacht mag worden. De commissie ziet dan ook geen omstandigheden die met zich zouden brengen dat de ondernemer in redelijkheid geen aanspraak kan maken op de overeengekomen courtage. Het verzoek om de ondernemer te veroordelen tot terugbetaling hiervan zal daarom niet worden toegewezen. De commissie ziet op grond van het voorgaande evenmin aanleiding om de ondernemer te veroordelen tot betaling van een bouwkundige keuring.

Dat brengt de commissie tot het oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit

  1. D. van den Brink, voorzitter,
  2. D. Jongsma en mevrouw J.P.J. de Kleermaker als leden op 25 januari 2019.