Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
300114/390275
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat hij na beëindiging van zijn energiecontract geen eindnota kreeg. Hij moest vaak bellen en chatten en voelde zich van het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk ontving hij de eindnota pas in april 2024, na het indienen van de klacht. Hij vroeg om compensatie voor frustratie, kosten en tijd. De commissie oordeelt dat het langer duren van de eindnota te verklaren was door problemen met de meter en de overdracht van standen, en dat dit de ondernemer niet te verwijten is. Compensatie wordt afgewezen, maar de ondernemer moet wel het klachtengeld van € 52,50 terugbetalen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over het achterwege blijven van de eindnota. Die nota heeft hij na het aanhangig maken van deze procedure ontvangen. De gevraagde compensatie voor geleden frustratie en kosten wordt afgewezen.
Beoordeling
De overeenkomst tussen partijen betreffende de levering van energie is op 3 december 2023 (niet 2024 als in het klachtformulier vermeld) beëindigd en de consument is op die datum naar een andere leverancier overgestapt. De consument klaagt erover dat hij in maart 2024 nog geen eindnota ontvangen heeft. Hij heeft vele keren gebeld en gechat met de ondernemer, de nieuwe leverancier en de netbeheerder. Hij is steeds van het kastje naar de muur gestuurd. De aan hem gedane beloftes werden niet nagekomen. Hij verlangt restitutie van de door hem betaalde voorschotten en compensatie voor de geleden frustratie, gemaakte kosten en tijdinvestering. Hij erkent na de melding van de klacht (25 maart 2024) de eindnota ontvangen te hebben. Ter zitting beperkte hij zijn vordering tot de gevraagde compensatie.
De ondernemer betoogt dat hij afhankelijk is van de nieuwe leverancier. Immers in de markt is afgesproken dat de nieuwe leverancier de door hem geregistreerde beginstanden doorgeeft aan de ondernemer die die standen als eindstanden hanteert. De nieuwe leverancier heeft eerst na herinnering door de ondernemer in april 2024 de standen doorgegeven, waarna de ondernemer de eindnota heeft opgemaakt die de consument op 18 april 2024 ontvangen heeft.
De commissie overweegt dat de consument ter zitting de gang van zaken rond de eind-/beginstand heeft medegedeeld. De ondernemer heeft die gang van zaken niet bevestigd wegens afwezigheid. Bij het opmaken van de eind-/beginstand bleek dat de meter niet goed gefunctioneerd heeft. De netbeheerder heeft de meter vervangen en een herberekening gemaakt. De nieuwe leverancier heeft vervolgens als beginstand 0 gehanteerd. De eindstand bij de ondernemer is door de netbeheerder berekend. De commissie overweegt ook dat gezien deze achtergrond begrijpelijk is dat het opmaken van de eindnota langer dan gebruikelijk heeft geduurd. Dat valt de ondernemer niet te verwijten. Daarbij komt dat vergoeding voor ondergane frustratie, immers immateriële schade, niet aan de orde komt, omdat niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek. De gemaakte kosten en bestede tijd komen op grond van artikel 23 reglement niet voor vergoeding in aanmerking (dergelijke kosten dient de consument zelf te dragen; van een bijzonder geval als bedoeld in dat artikel is geen sprake). De gevraagde compensatie wordt dan ook afgewezen. Niettemin is de commissie van oordeel dat de ondernemer aan de consument het klachtengeld dient te vergoeden. Immers duidelijkheid over het late versturen van de eindnota is eerst in de loop van deze procedure gegeven, zodat de klacht op goede gronden is ingediend.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument het klachtengeld ad € 52,50 dient te vergoeden.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 januari 2025.