Geen compensatie voor te zware aansluiting: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 227466/241363

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zakelijke verbruiker klaagt dat hij jarenlang te veel heeft betaald voor een te zware stroomaansluiting van 3x80A, terwijl hij eerder een lichtere aansluiting van 3x35A had. Volgens hem is dit nooit met hem gecommuniceerd en ontdekte hij het pas na analyse van zijn energiekosten. Hij vraagt om terugbetaling van ruim € 8.000. Het bedrijf stelt dat bij een meterwisseling in 2018 is vastgesteld dat de aansluiting feitelijk 3x80A was, en dat de administratie toen is aangepast. De commissie oordeelt dat het de verantwoordelijkheid is van de zakelijke klant om te controleren of de aansluiting past bij het gebruik. Omdat de klant jarenlang de facturen heeft ontvangen en pas in 2022 actie heeft ondernomen, is er geen reden voor compensatie. De klacht is ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Beoordeling
Het geschil betreft de zwaarte van de aansluiting van de verbruiker/aangeslotene.

In 2018 werd een nieuwe (slimme) meter in het complex geïnstalleerd waarna de verbruiker/aangeslotene werd belast voor een onnodig zware aansluitcapaciteit van 3x80Ampère (hierna: A). De verbruiker/ aangeslotene is ten onrechte vanaf 17 december 2018 t/m 3 juli 2022 belast voor die aansluitcapaciteit, terwijl dit eerder 3x35A was, met als gevolg niet terechte verhogingen van tarieven. De zwaardere capaciteit werd niet aan de verbruiker/aangeslotene gecommuniceerd. De verbruiker/aangeslotene heeft dit opgemaakt nadat hij de facturen door de sterk gestegen energielasten nader is gaan analyseren.

Het factuurbedrag betreft het totaal van gefactureerde kosten van het bedrijf via de energieleverancier over de periode 2018-2022. Hierop heeft een correctie plaatsgevonden over de periode 4 juli 2022 t/m 14 september 2022. De verbruiker/aangeslotene stelt dat het bedrijf ook in de periode 17 december 2018 t/m 3 juli 2022 alleen de kosten voor een 3x35A aansluiting in rekening mag brengen. De verbruiker/ aangeslotene stelt dat hij te veel heeft betaald over die periode. Hij verzoekt daarom om toepassing van een correctie over die periode en terugbetaling van een bedrag van € 8.193,51, zijnde het verschil in transportkosten tussen een 3x35A en een 3x80A aansluiting.

Op verschillende pogingen die zijdens de verbruiker/aangeslotene werden ondernomen om hierover in gesprek te gaan, is door het bedrijf niet of niet voldoende gereageerd.

Het bedrijf heeft verweer gevoerd en daartoe het volgende aangevoerd.
De aansluiting stond tot 2018 geregistreerd als 3x35A. Bij de meterwisseling in 2018 constateerde de monteur dat de feitelijk aanwezige aansluiting een capaciteit van 3x80A had. In de systemen stond abusievelijk een te kleine aansluiting van 3x35A vermeld. De registratie in de systemen is aangepast aan de feitelijke situatie en vanaf dat moment is de bij de feitelijke aansluiting horende transportkosten geïnd. In 2022 heeft de verbruiker/aangeslotene alsnog de capaciteit van de aansluiting laten verlichten naar 3x35A en sindsdien zijn lagere transportkosten in rekening gebracht. Het bedrijf is vanaf de meterwisseling een hoger tarief gaan rekenen. De transportkosten die het bedrijf in rekening mag brengen zijn gebaseerd op het zgn capaciteitstarief. De verbruiker/aangeslotene had die kosten steeds zelf op de leveringsnota’s kunnen zien staan. Er is geen recht op restitutie van transportkosten.

De commissie volgt de verbruiker/aangeslotene niet in zijn standpunt.
De commissie is van oordeel (en dat is in deze materie vaste lijn van de commissie) dat in dit soort zaken de zorgplicht van het bedrijf niet zover gaat dat van het bedrijf gevergd en verwacht mag worden (met een aantal miljoen aansluitingen) om de verbruiker/aangeslotene te wijzen op zijn mogelijk te hoge aansluitwaarde/capaciteit. Van een zakelijke afnemer mag worden verwacht dat deze zichzelf ervan vergewist of de aansluiting past bij diens gebruik. Dit is wellicht anders indien de aanbieder de aangeslotene bij het aangaan van de overeenkomst verkeerd heeft geïnformeerd of geadviseerd. Dat is echter in dit geval niet gebleken.

Niet is in geschil dat de verbruiker/aangeslotene in de betreffende periode steeds over de leveringsnota’s de beschikking had en dat daarop de transportkosten in de categorie tot en met 3x80A in rekening werden gebracht. De verbruiker/aangeslotene heeft blijkens zijn eigen stellingen in de betreffende periode nimmer gecontroleerd over welke aansluiting hij beschikte en evenmin de facturen daarop gecontroleerd. Hiertoe is hij eerst in 2022 overgegaan. Dit dient voor zijn eigen rekening en risico te blijven. Het is aan de verbruiker/aangeslotene zelf om ervoor te zorgen dat zijn aansluitcapaciteit voldoet aan zijn eigen wensen dan wel aanpassing behoeft. Dat het gaat om vaste gegevens op de factuur die niet snel wijzigen zodat de verbruiker/aangeslotene er minder scherp op was is mogelijk een verklaring, maar maakt het voorgaande niet anders. Overigens heeft het bedrijf aangevoerd dat een capaciteit voor een aansluiting van 3x80A voor een appartementencomplex met liften en afzuiginstallaties zoals hier niet ongebruikelijk is. Dat vier vergelijkbare objecten in de wijk van het complex een aansluitcapaciteit van 3x35A hebben, leidt, in het licht van het voorgaande, niet tot een ander oordeel.
Volgens de commissie bestaat dan ook geen grond voor een door verbruiker/aangeslotene gewenste compensatie.

Blijkens de overgelegde stukken zijn over de klacht tussen de verbruiker/aangeslotene en het bedrijf meerdere contacten (telefonisch en per brief) geweest. Gelet op die stukken is de commissie van oordeel dat het bedrijf op de klacht afdoende heeft gereageerd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 20 maart 2024.

Opslaan als PDF