Geen compensatie voor vertraagde netverbetering: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Energie    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 827158/1116006

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de ondernemer zijn toezegging niet was nagekomen om vóór de zomer van 2024 een project tot verbetering van het energienet af te ronden. Door de vertraging tot september 2024 zou hij inkomsten zijn misgelopen uit energieproductie. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat er geen sprake was van een toezegging, maar van een streven, en dat de ondernemer zich voldoende heeft ingespannen. Er bestaat geen compensatieregeling voor gemiste teruglevering. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer zich in voldoende mate heeft ingespannen om het project tot verbetering van het transport van energie in het verzorgingsgebied van de consument (tijdig) te realiseren.

De consument heeft op 10 maart 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 6 oktober 2023 heeft de commissie een uitspraak gedaan in een door de consument tegen de ondernemer ingediende klacht en daarbij geoordeeld dat de ondernemer aan hem een bedrag van € 75,–dient te vergoeden omdat de klacht van de consument niet adequaat heeft behandeld.

Uit de uitspraak volgt dat de ondernemer tijdens de zitting aangaf dat het streven is om het werk voor de zomer van 2024 gereed te maken. De consument vatte dat op als een toezegging dat het werk voor de zomer van 2024 gereed zou zijn. Dat is de ondernemer niet gelukt. De benodigde aanpassingen zijn pas in september 2024 uitgevoerd.

De consument vroeg de ondernemer op 17 oktober 2024 opnieuw om hem te compenseren voor zijn gemiste opbrengsten als gevolg van het overbelaste net. De ondernemer heeft bij de commissie ten onrechte en te rooskleurig beeld heeft geschetst.

De consument verlangt dat de ondernemer hem compenseert voor de gederfde inkomsten, die hij begroot op € 1.500,–.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende naar voren gebracht.

Tijdens de zitting zei men we hopen het werk voor de zomer van 2024 gereed te hebben. De consument heeft meerdere maanden energieproductie moeten missen als gevolg van de gebrekkige infrastructuur van het net. Op zijn klacht heeft hij opnieuw geen adequate reactie gehad. Ook kocht de consument een warmtepomp, maar heeft daarvan onvoldoende kunnen profiteren. Na september 2024 is er geen uitval meer geweest. Het gaat juist om de piekmaanden in de zomer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In haar eerdere beslissing heeft de commissie, in lijn met de vaste rechtspraak van de commissie, geoordeeld dat de ondernemer in voldoende mate aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan, nu al met het project was gestart en niet gebleken was dat de grenswaarde uit de Netcode was overschreden. Er bestaat geen compensatieregeling voor het niet kunnen terug leveren van elektriciteit.

De ondernemer heeft ernaar gestreefd om het project in september 2024 gereed te hebben. Dat houdt geen resultaatsverbintenis en een verplichting in om het net uiterlijk voor de zomer van 2024 te verzwaren. De voortgang van een dergelijk project is van meerdere factoren afhankelijk. In dit geval heeft de grondoverdracht langer op zich laten wachten dan verwacht. Het verdere verloop verliep voortvarend met als resultaat dat de netverbetering in september 2024 was afgerond.

De consument heeft erkend dat sprake was van een streven en ook verder geen feiten gesteld waaruit zou kunnen blijken dat de ondernemer zich onvoldoende heeft ingespannen.
Er bestaat geen vergoedingsplicht voor de ondernemer en al helemaal niet voor een geheel jaar.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over het niet tijdig realiseren van de netverbetering in zijn verzorgingsgebied.

Naar de opvatting was sprake van een toezegging van de ondernemer om het werk voor de zomer van 2024 gereed te hebben maar is dit niet gelukt.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

Uit de door de consument overgelegde stukken, waarvan zij kennis heeft genomen, is de commissie niet gebleken dat de ondernemer op enig moment een toezegging heeft gedaan dat het project tot netverbetering voor de zomer van 2024 gereed zou zijn. Er wordt slechts gerept van een streven. Dat aan deze uitlating van de ondernemer door de consument een verdergaande strekking wordt gegeven moge zou zijn, maar dat maakt nog niet dat aan de duidelijke woorden en uitingen van de ondernemer een andere betekenis moet worden toegekend, dan gebruikelijk, zoals de consument – ten onrechte – stelt.

Aan de uitingen van de ondernemer kan de consument dan ook geen grondslag ontlenen voor een verplichting tot het geven van een vergoeding aan de consument. Nog daargelaten dat het door de consument verlangde bedrag van € 1.500,– in het geheel niet is onderbouwd.

Ook de stelling dat de ondernemer zijn klacht niet adequaat heeft opgepakt moet falen nu de ondernemer daarop wel heeft gereageerd. De omstandigheid dat dit antwoord de consument niet paste, maakt nog niet dat de ondernemer aldus klachtwaardig heeft gehandeld.

De slotsom is dat de klacht van de consument ongegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 4 juli 2025.

 

 

Opslaan als PDF