Geen correctie van geschat gasverbruik: consument levert onvoldoende bewijs

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 776964/1018496

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument betwistte het door de ondernemer geschatte gasverbruik over de periode 5 april 2023 – 21 juni 2024, en stelde dat haar verbruik sterk was verminderd. In een eerdere tussenuitspraak gaf de Geschillencommissie Energie aan dat een volledige jaarafrekening vanaf 27 juli 2024 nodig was om dit te beoordelen. De consument leverde echter slechts een afrekening over een korte zomerperiode aan, zonder meterstanden. De commissie oordeelde dat dit onvoldoende bewijs is en dat de gevraagde informatie niet is verstrekt. Daarom werd het verzoek van de consument afgewezen en de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument levert niet de door de commissie in een tussenuitspraak gevraagde gegevens aan, zodat het verlangde wordt afgewezen.

Beoordeling

Het geschil van partijen betreft de vraag of het door de ondernemer in rekening gebrachte geschatte verbruiksbedrag over de periode 5 april 2023 – 21 juni 2024 correct is. De consument geeft aan ernaar te streven het gasverbruik te verminderen, onder meer door het gebruik van een warmtepomp, en dat het door de ondernemer in rekening gebrachte voorschotbedrag niet klopt omdat geen rekening is gehouden met dat streven. In de tussenbeslissing heeft de commissie geoordeeld dat de jaarrekening over de periode vanaf 27 juli 2024 uitsluitsel kan bieden. Als blijkt dat het gasverbruik van de consument over deze periode zeer laag is, ligt het voor de hand dat het door de ondernemer over de periode 5 april 2023 – 21 juni 2024 geschatte verbruik te hoog is geraamd. Daarbij heeft de commissie de verwachting uitgesproken dat deze jaarafrekening binnenkort beschikbaar zal zijn omdat die over laatstgenoemde periode beschikbaar was op 4 september 2024.

De consument heeft op 18 juli 2025 een eindafrekening d.d. 19 september 2024 over de periode 28 juli 2024 – 5 september 2024 overgelegd waaruit blijkt dat over die periode door de consument 0 m³ gas is afgenomen. Op 22 juli 2025 heeft de ondernemer aangegeven dat het toegevoegde bestand geen meterstanden bevat en gaat over een zeer korte periode, zodat dit niet voldoende bewijs voor het standpunt van de consument oplevert. Het enige bewijs dat voldoet is naar het oordeel van de ondernemer een volledige jaarrekening en een foto van de huidige meterstand. Op 23 juli 2024 heeft de consument daarop geantwoord met de mededeling dat door de geschillencommissie zal worden beoordeeld of er voldoende bewijs is.

De commissie zal het door de consument verlangde afwijzen nu zij niet de door de commissie gevraagde informatie heeft verschaft. Uit de uitspraak van de commissie van 7 juli 2025 blijkt dat de commissie aansluiting wilde zoeken bij de jaaropgaven april 2023 – juli 2024 en die vanaf juli 2024, welke laatste naar verwachting in augustus of september 2025 beschikbaar zou zijn. De consument heeft echter slechts een afrekening over een korte periode (28 juli 2024 – 5 september 2024) overgelegd waarin geen meterstanden worden genoemd. Daarmee is niet voldaan aan het door de commissie vereiste nu het een zeer korte periode betrof en deze afrekening slechts betrekking had op zomermaanden en niet ook op wintermaanden en derhalve niet als jaarafrekening kan gelden. Het lijkt erop dat de consument een tussentijdsoverzicht heeft ingezonden. De door de consument overgelegde afrekening zou ook betrekking kunnen hebben op een periode waarin de consument afwezig was en uit dien hoofde geen gas verbruikte. De commissie ziet geen reden de consument alsnog in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie te verschaffen nu de consument door de ondernemer was gewezen op de ondeugdelijkheid van de overgelegde opgave.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 8 augustus 2025.

Opslaan als PDF