Commissie: Thuiswinkel
Categorie: Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
704484/755877
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in juni 2021 een televisie met accessoires voor € 1.123,99. In november 2023 ging de televisie kapot en kon niet worden gerepareerd. De ondernemer betaalde het volledige aankoopbedrag terug. De consument vond dat hij € 1.499 had moeten krijgen, omdat dat de prijs van de televisie in maart 2024 was. Ook wilde hij extra geld voor shoptegoed en de huur van een vervangende televisie. De commissie oordeelde dat de consument onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn eisen. Hij kreeg al het aankoopbedrag terug, inclusief accessoires, en had de televisie 26 maanden gratis gebruikt. De klacht is daarom ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de uitvoering van een overeenkomst.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 24 juni 2021 heeft de consument bij de ondernemer een televisie van het merk Philips 55OLED705 (hierna: de televisie) met accessoires gekocht voor € 1.123,99.
Op 4 november 2023 viel de televisie uit en heeft de consument deze ter reparatie aangeboden.
Pas op 8 december 2023 kwam een monteur, maar omdat hij de benodigde onderdelen niet bij zich had kon hij de televisie niet repareren. Na veel discussie over de reparatiekosten (telefonisch en via e-mail) zou de ondernemer in februari 2024 de televisie gratis repareren. In plaats hiervan heeft de ondernemer in maart 2024 voor een “commerciële” oplossing gekozen door de consument € 1.123,99 te betalen. Hoewel de consument van meet af aan aangaf dat hij gratis reparatie wilde heeft de ondernemer hem het aankoopbedrag terugbetaald van € 1.123,99. In het geval van terugbetaling dient de consument
€ 1.499, — te ontvangen omdat dit de prijs van de televisie in maart 2024 was.
De consument had een shoptegoed bij de ondernemer van € 1.123,99. Zonder overleg worden door de ondernemer hierop bedragen op- en afgeboekt, bestellingen gedaan en het tegoed op nihil gebracht. De ondernemer stelt ten onrechte dat de consument hem nog geld schuldig is. De consument heeft al maanden niets besteld en heeft nog geld van de ondernemer tegoed. Het is daarom niet juist dat de consument nog steeds verzoeken krijgt om zijn bestelling van € 297,98 te betalen.
De consument heeft door toedoen van de ondernemer lang zonder televisie gezeten en een vervangende
televisie moeten huren.
De consument heeft zijn klacht schriftelijk en onder bijvoeging van bijlagen nader toegelicht.
De consument verlangt van de ondernemer betaling van een bedrag van € 375,01, zijnde het verschil tussen de nieuwwaarde van de televisie van € 1.499, — en het uitgekeerde bedrag van€ 1.123,99, van
€ 826,01 aan herstel van shoptegoed en van € 339,60 voor de huur van een vervangende televisie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 4 november 2023 meldde de consument een defect aan de televisie. In februari 2024 bleek dat reparatie niet mogelijk was omdat de benodigde onderdelen bij het reparatiebedrijf niet op voorraad waren. Daarom en vanwege het ongemak voor de consument heeft de ondernemer het volledige aankoopbedrag van € 1.123,99 terugbetaald bestaande uit € 908,58 voor de televisie ad en € 215,42 voor de soundbar en HDMI kabel. De consument heeft daarom geen recht op een aanvullende betaling van € 375,01.
De ondernemer heeft in maart en april 2024 het bedrag van € 1.123,99 abusievelijk twee keer uitbetaald. Eén keer via bankoverschrijving en één keer als shoptegoed. De consument heeft geen recht op twee keer betaling. Dit shoptegoed was het gevolg van een administratieve fout en is na ontdekking gecorrigeerd en ingetrokken. Met het onterecht ontvangen shoptegoed heeft de consument op 6 april 2024 een bestelling geplaatst. Dit resulteert in een openstaand bedrag van €297,98. De consument is verplicht dit openstaande bedrag te voldoen. Geen recht bestaat op herstel van het shoptegoed.
De consument heeft niet aangetoond dat de kosten voor een vervangende televisie noodzakelijk waren en direct verband houden met het handelen van de ondernemer.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Niet is in geschil dat sprake was van een defect aan de televisie. Ook staat vast dat de ondernemer een bedrag van € 1.123,99 aan de consument heeft terugbetaald. Gelet op het vragenformulier en hetgeen de consument daarin verlangt spitst het geschil zich toe op de vraag of de ondernemer met dit bedrag kon volstaan, dan wel de consument een bedrag van € 1.499,– had moeten betalen en hem aldus een aanvullende betaling van € 375,01 verschuldigd is.
De commissie volgt de consument niet in zijn standpunt, reeds omdat hij zijn standpunt dat de televisie in maart 2024 € 1.499,– kostte niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd. Daar komt bij dat de consument voor de televisie in juni 2021 niet € 1.123,99, maar €908,58 heeft betaald. Dit blijkt uit de factuur van 24 juni 2021 waarop dit staat vermeld, alsook dat de soundbar € 190,52 en de HDMI kabel € 24,90 kosten, in totaal € 1.123,99. De ondernemer heeft aldus ook de HDMI kabel en soundbar vergoed terwijl die naar behoren functioneerden. Op grond waarvan de ondernemer de consument desalniettemin het verschil tussen € 1.499,- en €1.123,99 zou dienen te vergoeden is door de consument verder niet toegelicht.
Dat de ondernemer aanvankelijk de televisie gratis zou repareren leidt niet tot een ander oordeel. De ondernemer heeft voldoende onderbouwd dat de benodigde onderdelen bij het voor hem werkzame reparatiebedrijf niet aanwezig waren, zodat reparatie onmogelijk was. De koper heeft geen recht op herstel nu dit onmogelijk is (art. 7:21 lid 4 BW). De stelling van de consument dat andere bedrijven hem hebben bericht die onderdelen wel te kunnen leveren maakt dit niet anders. Ook die stelling heeft de consument niet of onvoldoende onderbouwd, terwijl niet kan worden gezegd dat de ondernemer hier niet de vrijheid en ruimte toekomt om te bepalen met welk bedrijf hij zaken doet om reparaties te laten uitvoeren.
Dit onderdeel van de klacht faalt.
Wat betreft de klacht betreffende het herstel van het shoptegoed bij de ondernemer heeft de consument niet kunnen uitleggen dat dit geld hem toekomt. De ondernemer heeft echter voldoende gemotiveerd dat hij het bedrag van € 1.123,99 twee keer heeft uitbetaald, onder bijvoeging van de creditfactuur van 13 maart 2024. Eén keer€ 1.123,99 op de bankrekening van de consument en één keer€ 1.123,99 shoptegoed op het account van de consument. Dat sprake is van afboekingen van bestellingen die de consument niet heeft geplaatst is niet gebleken. Ter zitting heeft de consument erkend dat hij de door de ondernemer genoemde bestelling had geplaatst en dat dit is afgeboekt op zijn shoptegoed. De commissie acht het redelijk dat de ondernemer hiertoe is overgegaan. Gesteld noch gebleken is dat de consument recht heeft op twee keer terugbetaling van voormeld bedrag, terwijl hij terugbetaling weigerde. De consument dient er dan ook rekening mee te houden dat hij het restantbedrag op zijn shoptegoed nog aan de ondernemer zal moeten terugbetalen.
Dit onderdeel van de klacht faalt.
Ook de klacht betreffende de huur voor een vervangende televisie faalt. De consument heeft zijn stelling dat hij een televisie bij een kennis heeft gehuurd waarvoor hij € 339,60 heeft betaald, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de ondernemer, onvoldoende onderbouwd. De door de consument zelf opgestelde verklaring is hiervoor ontoereikend. Van een betaling is niet gebleken.
Dit onderdeel van de klacht faalt.
Wel is de commissie van oordeel dat de ondernemer de consument beter had dienen te informeren over de door hem genomen beslissingen over de televisie gedurende de periode dat de consument zonder televisie zat. De commissie volstaat echter met deze constatering, nu de consument door de ondernemer hier voor voldoende is gecompenseerd. Genoemd worden de terugbetaling van de gehele aankoopsom van de televisie, de betaling van het bedrag van € 219,41 voor de HDMI kabel en soundbar, die de consument heeft mogen behouden, alsmede het gedurende 26 maanden kosteloos gebruik maken van de televisie.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 27 januari 2025.