Commissie: Reizen
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
627705/790102
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in bij de ondernemer over een vertraagde en beschadigde reiskoffer tijdens een pakketreis van 26 augustus t/m 3 september. De koffers arriveerden twee dagen na aankomst op de bestemming. De consument eiste een vergoeding van €598,91 voor gemaakte kosten, naast de €200 die al door de reisverzekering was uitgekeerd.
Consument: Claimt noodzakelijke aankopen te hebben gedaan (totaal €798,91) en stelt dat de ondernemer aansprakelijk is voor de schade en kosten, aangezien het om een pakketreis gaat.
Ondernemer: Bevestigt de vertraging als gevolg van een storing op Schiphol, maar stelt dat de consument buitensporige aankopen heeft gedaan (o.a. €226,64 aan speelgoed). De bagage arriveerde op 28 augustus, dus de consument was slechts 1 dag en 2 nachten zonder koffer. De vergoeding van de verzekering (€200) wordt als redelijk beschouwd.
Oordeel van de commissie:
De consument is niet voldoende terughoudend geweest in zijn aankopen en heeft zijn schade niet beperkt zoals redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden.
De kosten zijn onvoldoende onderbouwd als noodzakelijk voor de overbruggingstijd.
De schade aan de koffer is niet bewezen, onder andere door het ontbreken van een aankoopbewijs.
De reeds uitgekeerde €200 wordt als voldoende compensatie beschouwd.
De klacht van de consument is ongegrond. De consument krijgt geen aanvullende vergoeding.
Volledige uitspraak:
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Reizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025 te Den Haag.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De consument is niet verschenen. De ondernemer is vertegenwoordigd door de heer [naam].
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vergoeding van de door de consument gemaakte kosten als gevolg van het later op bestemming aankomen van de reiskoffers.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Via de ondernemer ben ik afgelopen 26 augustus t/m 3 september op vakantie geweest. Helaas zijn mijn koffers 2 dagen na aankomst én beschadigd (koffer zonder wiel) aangekomen. Ik heb op de luchthaven een PIR-rapport gemaakt en ik heb alle kwitanties bewaard van de noodzakelijke aankopen om de eerste dagen door te komen. Op basis hiervan heb ik direct melding gemaakt bij mijn reisverzekering en die gaven aan een (maximum) bedrag van €200 te vergoeden. Omdat dit niet het volledige bedrag aan extra gemaakte kosten dekt, heb ik de ondernemer verzocht het restant aan mij te vergoeden (ook op advies van de reisverzekering). De totale kosten betreffen €798,91 (inclusief kosten voor schade aan de koffer en taxikosten om de inkopen te kunnen doen). Ik heb de ondernemer erop gewezen dat zij aansprakelijk zijn omdat het een pakketreis betreft, de aankopen in redelijkheid gedaan zijn (op de kwitanties is te zien dat het producten voor 2 dagen betreft) én dat ik het gedeelte wat mijn reisverzekering vergoed niet aan hen terugvraag, waardoor de gewenste vergoeding vanuit de ondernemer uitkomt op €598,91.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op de dag dat de consument naar Turkije afreisde had Schiphol te maken met een storing van het bagagesysteem, waardoor een deel van de koffers niet tijdig op de vluchten mee konden komen. Op de vlucht van de consument zijn 44 koffers niet meegekomen. De afhandelaar heeft nog een deel van de koffers handmatig aan boord weten te krijgen door ze uit het bagagesysteem te halen en naar de juiste vlucht te vervoeren. Jammer genoeg is dat niet voor alle koffers gelukt.
Op het moment dat de problemen verholpen zijn, heeft de ondernemer de plicht de bagage alsnog zo spoedig mogelijk na te sturen. Dit heeft de ondernemer ook gedaan. De bagage is de volgende dag met de XC8222 van Amsterdam naar Antalya gevlogen, die kort na middernacht in Turkije is aangekomen. Daarna heeft de afhandelaar de koffers zo snel mogelijk nagestuurd naar alle gasten die zaten te wachten op de koffer.
In de ochtend van de 28e zijn de koffers alsnog bezorgd. Alle getroffen passagiers zijn op 27 augustus rond 22:25 Turkse tijd geïnformeerd dat de bagage onderweg was naar Turkije.
De consument heeft ervoor gekozen om voor € 783,64 aan spullen voor de eerste dag te kopen, waarvan € 226,64 aan speelgoed. Dit zijn geen eerste levensbehoeften. Verder valt onder eerste levensbehoeften simpele tijdelijke kleding en de nodige toiletartikelen. Men moet hierbij de schade beperken. Voor € 68,- aan zonnebrand, € 69,- voor een badpak en meerdere setjes kleding voor de baby kan niet onder schadebeperking gerekend worden
De verzekering van de consument heeft € 200,- uitgekeerd voor de eerste levensbehoeften. Dit is in alle redelijkheid en billijkheid geweest. De consument had voor € 50,- per persoon eenvoudige spullen aan kunnen schaffen. De consument geeft aan dat de taxikosten € 50,- zouden zijn geweest om naar de Nova Mall te komen. De ondernemer komt niet verder dan 380 TRY (retour), ofwel ca € 10,-
Tot slot heeft de consument schade aan een van de wielen van de koffer. Dit zijn uitstekende delen van de bagage. Deze worden niet door de airline vergoed. Bovendien heeft klager geen aankoop bon van de koffer bijgevoegd.
De ondernemer heeft ter zitting onder meer het volgende toegevoegd:
Er is een probleem geweest met de bagageafhandeling. Overmacht is niet aan de orde. De consument is op 26 augustus laat in de avond gearriveerd. Wij hebben hem op 27 augustus direct geïnformeerd over de status van de koffer. Op 28 augustus is de koffer bij hem binnengekomen. Hij heeft dus 2 nachten en 1 dag niet over de bagage kunnen beschikken. Wij achten de door de consument aangeschafte kleren e.d. buitensporig . Hij had zich moeten beperken tot de eerste levensbehoeften. Gelet op het feit dat de verzekering de consument heeft gecompenseerd met € 200,– zien wij geen aanleiding tot een aanvullende compensatie.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat de bagage van de consument niet tegelijkertijd met hem op de bestemming is gearriveerd. De ondernemer heeft tijdig op 27 augustus over de status van de koffer gecommuniceerd, zodat de consument wist of kon weten dat de koffer 28 augustus zou arriveren.
De consument heeft evenwel ervoor gekozen om voor € 783,64 aan spullen voor de eerste dag te kopen, waarvan € 226,64 aan speelgoed.
De consument heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem gedane aankopen zich hebben beperkt tot die voorzieningen c.q. eerste levensbehoeften die nodig waren om 1 dag en 2 nachten te overbruggen. De consument heeft aldus niet zijn schade beperkt zoals van hem verwacht mocht worden. De schade aan de koffer acht de commissie onvoldoende onderbouwd mede omdat de aankoop bon van de koffer niet aan de stukken is toegevoegd.
De commissie is met de ondernemer van oordeel dat de consument op basis van de uitkering door de verzekering voldoende is gecompenseerd. De klacht is ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gewenste wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer mr. O.P.G. Vos, voorzitter, mevrouw drs. G.M. Locquet, mevrouw A. Pols-Verweij, leden, op 11 februari 2025.