Commissie: Energie
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1019910/1109145
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwistte een hoge jaarnota van € 4.122,67 voor warmteverbruik, die volgens haar niet kon kloppen gezien haar bescheiden gebruik. Ze wees op een meterwissel en een gemeld lek. De ondernemer stelde dat de meterstanden correct zijn geregistreerd en dat het verbruik na de meter buiten zijn verantwoordelijkheid valt. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat er geen sprake is van foutieve registratie en dat de consument het verbruik moet betalen. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Aan de consument is niet meer warmte in rekening gebracht dan aan haar is geleverd.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Ik heb een hoge jaarnota ontvangen waarbij ik een bedrag van € 4.122,67 bij moet betalen! Dit kan niet kloppen. Ik woon al bijna 16 jaar in dit huis, ik heb nog nooit een probleem gehad met een nota en betalen behalve afgelopen jaarnota. Ik woon in een appartement met mijn dochtertje van 3. Ik heb alleen af en toe 1 kachel aanstaan in de koudere maanden. Het verbruik dat wij en vooral ik (want heb hier vanaf het begin alleen gewoond tot sep 2021 toen mijn dochtertje werd geboren) tot aan nov 2023 hebben is een gemiddelde van 14 GJ wat niet veel is in verhouding tot afgelopen jaarnota van een absurd hoog verbruik van ongeveer 62 GJ! Er is een meter wisseling geweest en een lek gemeld, de vraag is waar het hoge verbruik vandaan komt, want kloppen kan dit niet!
Standpunt van de ondernemer
Na uitgebreide analyse is ons niet gebleken dat er fouten zijn gemaakt in de registratie van meterstanden en/of verbruiken. De verzonden jaarnota’s zijn telkens gebaseerd op daadwerkelijke meterstanden en verbruiken. [Energieleverancier] wijst op grond hiervan iedere vorm van correctie van het verbruik af. Als energieleverancier hoeven wij het warmteverbruik na de meter niet te verklaren als de warmteinstallatie correct functioneert en er geen meetfouten of technische gebreken zijn vastgesteld. De aanwezige meter registreert het warmteverbruik op juiste wijze, en er zijn door onze monteurs tijdens de vervanging van de warmtemeter geen afwijkingen vast komen te staan. Als de meter correct werkt en er zijn geen technische storingen in de levering, dan is het warmteverbruik een gevolg van het gebruik door de consument. Alles na de meter (zoals de binneninstallatie en afgiftesystemen zoals radiatoren e.d.) vallen onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar of consument. Als warmteleverancier leveren wij warmte tot de meter; hoe deze warmte binnen de woning wordt gebruikt, is geen onderdeel van onze zorgplicht. Dit onderdeel valt dus zuiver buiten de verantwoordelijk van ons bedrijf. Factoren zoals een slecht/of onvoldoende geïsoleerde woning, een defecte thermostaat of verkeerd ingestelde radiatoren (wel/niet waterzijdig ingesteld) kunnen een hoog warmteverbruik veroorzaken, maar ook dat valt zoals eerder vermeld buiten de invloedsfeer van [energieleverancier]. De verdere verklaring van het warmteverbruik ligt in deze onderhavige kwestie bij de consument, niet bij de leverancier. De consument is conform artikel 10 lid 1 van de Algemene Voorwaarden 2014 gehouden om het op basis van door de warmtemeter geregistreerde meterstanden het afgenomen verbruik te betalen.
Oordeel van de Commissie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer voldoende duidelijk gemaakt dat aan de consument niet meer warmte in rekening is gebracht dan door haar feitelijk is verbruikt. Voor zover de consument klachten mocht hebben omtrent de werking van de binneninstallatie dient zij zich te wenden tot de verhuurder/eigenaar van het complex. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 26 juni 2025.