Commissie: Energie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: -
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
-
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat de ondernemer hem niet de juiste bijdrage uit het [noodsteunfonds] heeft gegeven en wil daarom een deel van de jaarafrekening 2024 laten vernietigen. Uit de stukken blijkt dat de consument in 2024 een tegemoetkoming van € 1.978,80 heeft ontvangen en in 2025 nog eens € 1.800,-. Deze bedragen zijn door de ondernemer netjes verrekend via termijnnota’s en een correctienota. De consument stelt wel dat de ondernemer hem heeft benadeeld, maar geeft geen concrete feiten waaruit dat blijkt. De commissie ziet geen aanwijzingen dat de ondernemer fouten heeft gemaakt bij het uitvoeren van de Noodfonds‑regeling. Als de consument vindt dat hij te weinig steun heeft gekregen, moet hij dat bij het Noodfonds zelf melden. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en gaat het depotbedrag van € 1.176,60 naar de ondernemer.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument meent dat de ondernemer hem niet de bijdrage uit het [noodsteunfonds] heeft toegekend, die de consument toekomt. De consument vraagt een gedeeltelijke vernietiging van de afrekening over het jaar 2024 en de steun die hem toekomt op basis van de regeling.
De commissie wijst het verzoek af.
Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat de consument van 7 maart 2024 tot 1 september 2025 een dynamische leveringsovereenkomst voor de levering van gas en stroom heeft gehad met de ondernemer.
De consument heeft voor het kalenderjaar 2024 een tegemoetkoming van € 1.978,80 ontvangen uit het [noodfonds]. De ondernemer heeft dat bedrag verdeeld over zes termijnnota’s uitgekeerd aan de consument.
De consument heeft voor het jaar 2025 een aanvullende tegemoetkoming ontvangen van € 1.800,- uit het Noodfonds.
Die tegemoetkoming is door de ondernemer verrekend in een correctienota.
De ondernemer zegt nog een vordering te hebben op de consument van € 1.319,12.
De consument heeft weliswaar gesteld dat de ondernemer heeft verhinderd dat de consument de juiste noodsteun heeft ontvangen, maar concrete feiten en omstandigheden waaruit dat moet blijken, voert de consument niet aan. Dat door toedoen van de ondernemer de consument financieel zou zijn benadeeld zoals de consument stelt, blijkt evenmin uit de stukken.
Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat de ondernemer zijn taak in het kader van het Noodfonds niet juist heeft uitgevoerd.
Voor zover de consument meent dat hij te weinig heeft ontvangen uit het Noodfonds, kan hij daarover klagen bij het Noodfonds zelf en niet bij de ondernemer.
De commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is. Het door de consument in depot gestorte bedrag moet worden uitbetaald aan de ondernemer.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Het depot wordt uitbetaald aan de ondernemer.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1176,60.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 4 maart 2026.