Geen kennelijke vergissing ten aanzien van reissom.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Informatie schriftelijk    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI06-1413

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 mei 2006via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor twee personen naar Rhodos in Griekenland met verblijf in een hotel op basis van logies en ontbijt, voor de periode van 11 juni 2006 tot en met 25 juni 2006 voor de som van € 540,–.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Wij hebben geboekt voor een mooi 3 sterrenhotel op Rhodos. Bij aankomst zijn wij ondergebracht in een armetierig hotel. Wij hebben geklaagd bij de reisleidster en kregen als antwoord dat wij voor een 3 sterren hotel aanzienlijk moesten bij betalen. Wij hebben geklaagd bij terugkomst bij reisorganisator. Nadat we drie keer het bos waren ingestuurd kregen we uiteindelijk antwoord op 14 oktober 2006. De reisorganisator stelt dat wij in de veronderstelling verkeerden dat wij een 3 sterren hotel had geboekt. Dat was niet het geval. Ik was zeker van mijn mooie 3 sterren hotel. Wij achten ons wel degelijk misleid. Het hotel had een uitstraling die deed denken aan een winkel die derde hands goederen verkoopt. Wij voelen ons door reisorganisator niet serieus genomen.   Klager verlangt € 2.370,50 plus een reischeque van € 750,–.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Klager heeft op 28 juni 2006 aan ons via het reisbureau kenbaar gemaakt dat zij gedacht hadden een 3 sterren hotel te hebben geboekt. Onderzoek heeft uitgewezen dat onze organisatie in de publicaties geen verkeerde verwachtingen heeft opgeroepen. Uit de brief die het boekingskantoor op 2 november 2006 aan klager stuurde, blijkt dat er in de advertentie van [de krant] een fout is geslopen, met betrekking tot het aantal sterren waarover het door klager geboekte hotel zou beschikken. In de ANVR voorwaarden wordt in artikel 2 lid 7 aangegeven dat fouten en vergissingen de op het eerste gezicht als zodanig kenbaar zijn, vallen onder kennelijk fouten en vergissingen en niet bindend zijn. Wij menen dat een bedrag van € 205,– per persoon met vertrek op 11 juni 2006 op basis van logies/ontbijt met een tweeweeks verblijf, door klager als vergissing herkend had kunnen worden. Wij sluiten kopieën in uit onze prijsbijlage waaruit blijkt dat de prijzen voor een nnn hotel, categorie 3 sterren tussen de € 543,– en € 670,– liggen. Dit is meer dan het dubbele van hetgeen klager betaalde.   Ter zitting heeft de reisorganisator verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Wij hebben geen classificatie genoemd. Er is geen vergoeding toegekend. Die is wel op zijn plaats. Wij verzoeken de commissie in redelijkheid een vergoeding te bepalen. De classificatie wordt door de autoriteiten van het land bepaald. Het boekingskantoor is verantwoordelijk voor de advertentie. Het gaat hier uitdrukkelijk om een 2 sterren accommodatie. Ik kan niet in algemene zin aangeven wat het verschil is tussen een 2 sterren en een 3 sterren accommodatie.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Klager heeft zich beklaagd over de kwaliteit van het door hem geboekte hotel. In plaats van 3 sterren bleek het hotel slecht over 2 sterren te beschikken. Bij de stukken bevindt zich een afschrift van de advertentie van het boekingskantoor in [de krant] waarbij het door klager geboekte hotel wordt aangeboden, voorzien van 3 sterren. Ter zitting is gebleken dat het hier gaat om een fout van het boekingskantoor. De reisorganisator is evenwel ten opzichte van klager aansprakelijk voor de door het boekingskantoor gemaakte fout. Door de reisorganisator is aangevoerd dat klager had moeten begrijpen dat er sprake was van en kennelijk fout of vergissing. De commissie kan de reisorganisator in deze argumentatie niet volgen. In algemene zin is de prijsstelling voor consumenten bij afgeprijsde reizen niet eenvoudig te doorgronden. In het voorliggende geval wordt bovendien in aanhef melding gemaakt van kortingen van 48 tot 63%, met de toevoeging: 15 dagen vanaf € 205,–. In de gegeven omstandigheden was er onvoldoend aanleiding voor klager om aan te nemen dat € 205,– per persoon een kennelijke fout of vergissing was. Klager heeft recht op enige compensatie. Bij de vaststelling van het bedrag heeft de commissie tevens de relatief geringe hoogte van de reissom in de overwegingen betrokken en de daaruit af te leiden verwachtingen.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 125,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 35,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 125,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 9 februari 2007.