Commissie: Energie
Categorie: Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
983346/1159080
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Het geschil betreft onder meer de beëindiging van de betalingsregeling. De consument heeft op 21 februari 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.
De consument heeft een bedrag van € 1.623,37 niet betaald en verzoekt om een ontheffing van deze verplichting.
Volledige uitspraak
De Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) heeft het geschil, voor wat betreft de depotstorting, ter zitting behandeld op 4 juli 2025 te Den Haag.
De commissie heeft kennisgenomen van hetgeen partijen over de depotstorting hebben gesteld.
De commissie heeft het in dit stadium van het geschil niet nodig geacht partijen op te roepen om ter zitting te verschijnen voor het geven van een nadere toelichting.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De consument maakt bezwaar tegen het beëindigen van de betalingsregeling. De consument is alle afspraken nagekomen.
Bij bericht van 21 mei 2025 verzocht de consument om hem te ontheffen van de verplichting het openstaande bedrag in depot te storten.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
Van een standpunt van de ondernemer over een door de consument te verrichten depotstorting is de commissie niet gebleken.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, voor zover de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat zij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Op die gronden is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich al een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.
Slechts in het geval door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.
De consument heeft weliswaar verzocht om geen depotstorting te hoeven doen, maar dit verzoek is verder niet onderbouwd, zodat de commissie geen inzicht heeft gekregen in de inkomens- en vermogenspositie van de consument. De commissie ziet dan ook geen grond om de consument te ontheffen van een depotstorting. Wel zal de commissie het door de consument genoemde bedrag van € 1.623,37 aanhouden en niet het iets hogere bedrag van € 1.783,73 dat in de stukken van de ondernemer wordt genoemd, nu de ondernemer zich niet heeft uitgelaten over een in depot te storten bedrag door de consument.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat de consument gehouden is een bedrag van € 1.623,37 in depot bij de commissie te storten alvorens het geschil door de commissie inhoudelijk kan worden behandeld.
De betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van deze beslissing
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 4 juli 2025.