Commissie: Energie
Categorie: Warmte
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1311427/1321122
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vroeg om een wettelijke compensatie omdat hij 85 uur lang geen goede ruimteverwarming zou hebben gehad. De aanbieder zegt dat er geen sprake was van een ernstige storing, maar alleen van verminderde levering. De commissie heeft gekeken naar de informatie en ziet dat er wél warmte is geleverd. De aanvoertemperatuur was steeds boven de 65 graden en de consument meldde binnentemperaturen van 18 tot 18,5 graden terwijl het buiten 0 tot 10 graden was. Dat betekent dat de woning nog steeds verwarmd kon worden. Daarom vindt de commissie dat er geen sprake was van een ernstige storing volgens de Warmtewet en dat de consument geen recht heeft op compensatie. De klacht is ongegrond en het verzoek wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument wenst wettelijke compensatie van aanbieder op grond van de warmetewet wegens het niet leveren van ruimteverwarming voor aaneengesloten periode van 85 uur.
Aanbieder stelt dat geen sprake is geweest van “ernstige storing” in de zin van de warmtewet, omdat de levering niet totaal is uitgevallen, maar van “verminderde levering” en ziet geen reden voor wettelijke compensatie.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen:
Waar consument stelt dat geen ruimteverwarming is geleverd, is de commissie gebleken uit overgelegde informatie dat dat er wel warmte is geleverd aan het appartement. Voorts dat inderdaad sprake was van “verminderde levering”, maar niet in die zin dat de woning feitelijk niet adequaat kon worden verwarmd, laat staan dat sprake was van een “ernstige storing”.
Uit de overgelegde informatie en uit de antwoorden ter zitting is bijvoorbeeld gebleken dat de aanvoertemperatuur steeds meer dan 65 graden bedroeg en consument zelf in de bewuste periode van 85 uur een keer een melding heeft gedaan 18 graden (op enig moment op een dag) en een andere melding van 18,5 graden (op enig moment op een andere dag) bij buitentemperaturen van 0-10 graden Celsius.
Reden waarom de commissie een compensatie op grond van de warmtewet niet aan de orde acht en de klacht ongegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst al het verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 25 maart 2026.