Commissie: Installerende bedrijven
Categorie: Kosten
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321041/1328135
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of de consument recht heeft op vermindering van de overeengekomen prijs voor de levering en installatie van een cv-ketel.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik ben op 29 oktober 2025 akkoord gegaan met de offerte van de ondernemer voor het pakket vervangen cv-ketel inclusief, montage en meerwerk. De installatie vond op 11 november 2025 plaats.
Voor meerwerk was 26 uur geraamd. Al het werk (inclusief montage cv-ketel) is aantoonbaar in 25 uur gedaan. Toch moet ik voor montage cv-ketel € 525,- betalen + 26 uur meerwerk. De ondernemer verklaart dat er ook veel tijd gemoeid was met reizen, werk voorbereiden, opstarten en opruimen. Maar deze kosten staan niet op de offerte. Ik heb de montagekosten voor de cv (€ 525,-) teruggevraagd maar de ondernemer geeft niet thuis. Het heeft er overigens ook nog alle schijn van dat er dubbele btw is berekend over de montagekosten voor de cv-ketel.
Ik stel voor om de montagekosten van de cv-ketel (€ 525,-) die dubbel werden gefactureerd, op de factuur in mindering te brengen. Zeker nu de aanbieder ook toegeeft ‘dat de jongens totaal een paar uurtjes sneller waren dan wij berekend hadden’. Bovendien blijkt dat hij de reistijd per monteur, zijn tijd en reistijd voor uitleg aan de medewerkers ter plaatse, werkvoorbereiding, spullen pakken en na het werk opruimen ook heeft doorberekend, terwijl daarover niets op de offerte staat.
Dan blijft dus het bedrag van € 757,60 waar we het niet over eens zijn.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij hebben na een opname van de situatie bij de consument thuis meerdere offertes uitgebracht. De uiteindelijke offerte dateert van 13 oktober en komt uit op een totaalbedrag van € 5.441,86. De offerte betreft de levering en installatie van de ketel en een aantal standaardwerkzaamheden. Naar aanleiding van de situatie in de woning van de consument hebben wij ook een inschatting van het meerwerk gemaakt. Het ging om het realiseren van een condens afvoer, het aansluiten cv-leidingen en vloerverdeler, het leggen van de gasleiding en het plaatsen van een heet waterkraan. Dit meerwerk hebben wij voor een vast bedrag aangeboden. Het gaat om een vaste prijs, met andere woorden: wordt het meer of minder dan is het risico voor ons.
In de offerte aan de consument van 13 oktober is één totaalprijs opgenomen voor het volledige werk (vervanging cv-ketel én het meerwerk). De verschillende posten (uren en materiaal) zijn slechts een specificatie van die totaalprijs.
In dit geval bleek het werk sneller dan verwacht te kunnen worden uitgevoerd. Dit geeft de consument echter geen aanspraken op korting. Vergeten wordt bovendien dat het niet alleen gaat om de uren in de woning van de consument maar ook om alle voorbereiding en dergelijke.
Er is geen enkel aanknopingspunt in de stukken waaruit volgt dat: op basis van werkelijke uren verrekend zou worden, of bepaalde uren niet in de prijs zouden mogen worden meegenomen (zoals reistijd, opstarten of opruimen), of er sprake zou zijn van “dubbel rekenen” van uren.
Wij hebben correct gefactureerd en het volledige factuurbedrag is juridisch verschuldigd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer heeft gesteld dat er in dit geval sprake was van levering en installatie van de cv-ketel voor een vaste prijs. Dat er over meerwerk wordt gesproken betekent volgens de ondernemer dat deze extra’s zijn begroot en daarna voor een vaste prijs zijn aangeboden. De consument heeft dit niet (voldoende) betwist.
De commissie constateert dat er in de algemene voorwaarden die de ondernemer hanteert wel een artikel staat dat over meer- en minderwerk gaat (artikel 9) maar geen van partijen heeft hier een beroep op gedaan. Ook de commissie zelf vindt hierin geen aanknopingspunt om af te wijken van de vaste prijs die volgens de ondernemer is overeengekomen.
Met de ondernemer is de commissie daardoor van mening dat eventuele tegenvallers bij de uitvoering van de overeenkomst voor rekening zouden zijn gekomen, maar dat eventuele meevallers daardoor ook aan haar toevallen.
Of de ondernemer feitelijk minder tijd aan de uitvoering heeft besteed, is daardoor niet van belang. Met de ondernemer constateert de commissie bovendien dat de consument heeft gefocust op de tijd die monteurs in haar woning hebben doorgebracht. Uiteraard vergt de uitvoering van de overeenkomst meer tijd dan de consument kan waarnemen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 757,60.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer P.A. Frank, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 5 maart 2026.