Geen recht op ontbinding na succesvolle reparatie van laptop

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Herstel / Non conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311279/1329942

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument wilde de koop van een laptop ontbinden nadat de oplader binnen anderhalve maand na aankoop door een defect uitviel en kortsluiting veroorzaakte. De ondernemer verving de oplader kosteloos en controleerde de laptop, waarbij geen verdere gebreken werden gevonden. De consument had echter geen vertrouwen meer in het product en eiste terugbetaling van de aankoopprijs. De commissie oordeelde dat de ondernemer het gebrek op een juiste en volledige manier had hersteld. Omdat herstel mogelijk was en succesvol was uitgevoerd, bestond er geen recht op ontbinding van de overeenkomst. De klacht werd daarom afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 7 juli 2025 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een laptop/notebook [model] tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 849,-.

De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks die datum.

De consument heeft op 25 augustus 2025 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 7 juli 2025 kocht ik een laptop bij [ondernemer] (online betaald, in winkel afgehaald). Na 1,5 maand veroorzaakte de oplader een explosie met stroomuitval. [Ondernemer] gaf aan het product te hebben “gerepareerd” en wilde mijn oude laptop teruggeven. Ik stelde voor om tegen bijbetaling een nieuw model te ontvangen, maar dit werd geweigerd. Vanwege het ernstige veiligheidsrisico en gebrek aan vertrouwen eis ik volledige terugbetaling.

Na iets meer dan één maand (op 25 augustus 2025) gebruik is de oplader van de laptop ontploft, waarbij er een zwartgeblakerde oplader is achtergebleven. Door deze ontploffing viel ook de stroom in mijn woning deels uit. Ik heb hiervan direct foto’s gemaakt en heb dezelfde dag contact opgenomen met [ondernemer]. Omdat ik de laptop niet meer vertrouwde, heb ik op 1 september 2025 voor het eerst een redelijk voorstel gedaan: óf ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van de aankoopprijs, óf een vervangende laptop van een beter model, waarbij ik bereid was het prijsverschil zelf te betalen. Op 2 september 2025 heb ik ditzelfde voorstel nogmaals gedaan, zowel naar het algemene e-mailadres als naar de klantenservice. Eveneens op 2 september 2025 ontving ik van [ondernemer] een e-mail dat mijn laptop na “reparatie” weer klaar zou liggen in de winkel. Ik heb dit product echter niet afgehaald, omdat ik duidelijk had aangegeven dat ik de laptop niet meer vertrouw en geen enkel risico meer wil lopen. Ik heb dit ook aan [ondernemer] laten weten.

Dit is geen eenvoudig defect, maar een ernstig gebrek dat mijn veiligheid in gevaar heeft gebracht. Een oplader die ontploft binnen zo’n korte termijn na aanschaf valt niet onder normaal gebruik. Volgens art. 7:18 BW wordt een gebrek dat zich binnen 6 maanden na levering voordoet, vermoed al bij levering aanwezig te zijn. Het is aan de verkoper om te bewijzen dat dit mijn schuld is. Dat is niet aangetoond. Artikel 7:22 BW geeft mij als consument het recht de overeenkomst te ontbinden wanneer herstel of vervanging onmogelijk is, of wanneer het gebrek ernstig genoeg is. Een oplader die ontploft is zodanig ernstig dat ik niet hoef in te stemmen met enkel een reparatie.

[Ondernemer] heeft aangegeven dat “het defect te verhelpen was” en dat zij daarmee aan hun verplichtingen hebben voldaan. Voor mij is dit echter geen aanvaardbare oplossing: gezien de ernst van het gebrek en het feit dat de oplader is ontploft, kan ik het product niet meer vertrouwen.

Omdat [ondernemer] mijn redelijke voorstel heeft afgewezen en ik dringend een betrouwbare laptop nodig had, heb ik inmiddels zelf een nieuw toestel aangeschaft. Daarmee is mijn eerdere aanbod om bij te betalen voor een ander model vervallen. Er is dus geen sprake meer van vervanging: ik verzoek uitsluitend nog om een volledige terugbetaling van de oorspronkelijke koopprijs.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Ik heb de door de ondernemer aan mij verzonden laptop geweigerd in ontvangst te nemen. De besteller heeft hem toen beneden gedeponeerd in de gemeenschappelijke ruimte zonder mijn toestemming. Daarvoor zijn naar ik begrijp later ook excuses voor aangeboden door [vervoersmaatschappij]. Waar de laptop nu is weet ik niet; ik heb hem niet.

De consument verlangt: “Ik verzoek om ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de volledige aankoopprijs van de laptop. Vervanging of bijbetaling voor een ander model is niet meer mogelijk, omdat ik inmiddels zelf een nieuwe laptop heb moeten aanschaffen.”.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 7 juli 2025 heeft de consument bij [ondernemer] een [model] aangeschaft voor
€ 849,-. Daarna heeft consument zich gewend tot [ondernemer] met de klacht dat de oplader defect is geraakt. [Ondernemer] heeft het product vervolgens ter beoordeling en herstel ingenomen. Uit de daaropvolgende terugkoppeling aan de consument blijkt dat het geconstateerde probleem is verholpen door vervanging van de oplader en dat de laptop is gecontroleerd, waarbij geen verdere gebreken zijn vastgesteld.

De consument stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een ernstig gebrek en vordert ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de koopprijs. Zij heeft daarbij aangevoerd dat zij, ondanks het uitgevoerde herstel, geen vertrouwen meer heeft in het product.

Op grond van art. 7:17 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Indien sprake is van non-conformiteit, heeft de consument in beginsel recht op kosteloos herstel of vervanging. Ontbinding komt pas aan de orde wanneer herstel of vervanging onmogelijk is, of niet van de verkoper kan worden gevergd. Dat volgt uit het wettelijke stelsel van de consumentenkoop, zoals ook past binnen het door de consument zelf ingeroepen consumentenrecht. Van een situatie waarin ontbinding reeds direct gerechtvaardigd is, is hier geen sprake. [Ondernemer] heeft de klacht serieus genomen, het product laten onderzoeken en het geconstateerde defect laten verhelpen door vervanging van de oplader. Daarnaast is de laptop gecontroleerd en zijn geen verdere gebreken vastgesteld. Daarmee heeft [ondernemer] voldaan aan haar primaire verplichting om een eventueel conformiteitsgebrek kosteloos te herstellen. Dat consument subjectief geen vertrouwen meer zegt te hebben in het product, maakt op zichzelf nog niet dat zij zonder meer recht heeft op ontbinding van de overeenkomst. [Ondernemer] verzoekt de commissie daarom de klacht ongegrond te verklaren.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ook de ondernemer blijft bij wat door hem is aangevoerd. De consument kan geen ontbinding van de overeenkomst afdwingen. De consument heeft onverstandig gehandeld door te weigeren haar laptop in ontvangst te nemen. Er is een nieuwe oplader bijgevoegd. Waar de laptop nu is, is de ondernemer niet bekend. Het zou kunnen dat de laptop alsnog door [vervoersmaatschappij] is geretourneerd aan de ondernemer. Daar kan navraag naar worden gedaan. Het resultaat daarvan bericht ik de commissie nog deze week.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In de artikelen 7:21 en 7:22 Burgerlijk Wetboek is vastgelegd dat voordat de consument de overeenkomst kan ontbinden, hij eerst de verkoper moet verzoeken de zaak te herstellen of te vervangen. Pas als herstel of vervanging onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden, of wanneer de koper al om herstel of vervanging heeft gevraagd maar niet heeft gekregen, heeft de koper recht op ontbinding of prijsvermindering. Dit wordt het getrapte stelsel van rechtsmiddelen genoemd.

De kortsluiting in de lader is door de ondernemer kosteloos hersteld door vervanging van die lader door een nieuw exemplaar van hetzelfde merk, met controle van de laptop op gebreken ten gevolge van de plotselinge uitval van de lader. Dit betreft naar het oordeel van de commissie een volledig en deugdelijk herstel van het mankement. In termen van nakoming/herstel kan in redelijkheid niet meer van de ondernemer worden gevergd dan thans is verricht.

Door de consument is niet de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen, zodat toetsing daarvan niet aan de orde is.

Wel vordert de consument thans van de commissie om de koopovereenkomst integraal te ontbinden. Die vordering moet worden afgewezen om reden als hiervoor is vermeld.

De laptop is dus eigendom gebleven van de consument. Het niet in ontvangst willen nemen van de laptop met toebehoren na reparatie en controle door/namens de ondernemer heeft daar niets aan veranderd, en dient dan ook voor risico van de consument te blijven.

Los hiervan en geheel ten overvloede heeft de commissie nog het volgende overwogen. Ter zitting is de vertegenwoordiger van de ondernemer bereid gevonden om intern de ondernemer navraag te doen of de laptop mogelijk toch nog is geretourneerd en mogelijk bij de ondernemer bewaard is gebleven in afwachting van de beslissing in dit geschil. Na afloop van de zitting is conform daartoe ter zitting gemaakte afspraak voor zover hier van belang het volgende bericht ingekomen van de zijde van de ondernemer: “Naar aanleiding van de zitting van 18 mei jl. bericht ik u het volgende. U vroeg of wij het door klant geweigerde pakket met de herstelde laptop retour hebben ontvangen. Dat is niet het geval. (….)”. De consument heeft na afloop van de zitting nog toegelicht dat zij de hier aan de orde zijnde laptop heeft aangeschaft voor eigen gebruik. Een en ander brengt dus niet mee dat hier anders moet worden beslist dan hiervoor is overwogen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, mevrouw M. van Knippenbergh, leden, op 18 mei 2026.

Opslaan als PDF