Commissie: Recreatie
Categorie: Overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1312065/1320485
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Het geschil gaat over een consument die al jarenlang een seizoenplaats huurde op een camping en nu geen uitnodiging meer kreeg om te verlengen. De consument vindt dit onterecht en zegt dat hij zich altijd aan de regels heeft gehouden en recht heeft op dezelfde behandeling als andere kampeerders. De camping stelt dat zij niet verplicht is een nieuwe overeenkomst aan te bieden en dat zij geen vertrouwen meer heeft in een goede voortzetting van de relatie. De Geschillencommissie oordeelt dat de camping het recht heeft om de samenwerking te stoppen, omdat het steeds om losse seizoencontracten ging en geen vaste plaats of automatische verlenging bestond. De klacht van de consument is daarom ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft het niet doen van een uitnodiging om nog langer een seizoen plaats van de ondernemer te huren.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik ben het niet eens met het besluit van de camping om mij geen nieuwe seizoenplaats te geven. De opgegeven reden is voor mij onduidelijk en niet onderbouwd. Mijns inziens heb ik mij altijd aan de regels gehouden. Ik verzoek de geschillencommissie het geschil in behandeling te nemen en mij toe te staan op de camping te blijven totdat er een uitspraak is gedaan en mij gelijke rechten te geven als mijn medekampeerders. Ik sta open voor bemiddeling en een zorgvuldige beoordeling van de situatie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij zijn niet verplicht om met de consument een nieuwe huurovereenkomst voor een seizoen plaats aan te gaan of om daarvoor een aanbieding te doen. Op grond van gebeurtenissen gedurende de afgelopen huurperiode hebben wij er geen vertrouwen meer in dat we de relatie met de consument op plezierige wijze kunnen voortzetten. Wij hebben gehandeld volgens de RECRON-voorwaarden voor toeristische plaatsen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft gedurende vele jaren een aansluitend zowel winter (vijf maanden) als zomer (zeven maanden) seizoen plaatsen van de ondernemer gehuurd. Steeds kreeg de consument op enig moment een uitnodiging om ook voor het komende seizoen weer een nieuwe reservering te doen. Bij brief van 11 september 2025 heeft de ondernemer aan de consument geschreven dat er, anders dan voorgaande jaren, zo’n uitnodiging nu niet (meer) aan de consument zou worden gedaan, omdat de consument het vertrouwen in een voor beide partijen bevredigende voortzetting van de relatie heeft verloren.
De consument heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijkheid en billijkheid zich ertegen verzetten dat de ondernemer de vrijheid heeft om hem geen uitnodiging meer te sturen om een nieuwe reservering te doen (en zo dus de contractuele relatie niet te verlengen), omdat sprake is van een bestendig gebruik en omdat de seizoen plaats van de consument feitelijk het karakter van een vaste plaats zou hebben.
De commissie verwerpt dit standpunt. Vast staat dat partijen steeds afzonderlijke, aan elkaar aansluitende overeenkomsten met elkaar zijn aangegaan, waarbij op geen van partijen een verplichting rustte tot het aangaan van een volgende overeenkomst. Van een situatie waarin stilzwijgend werd verlengd is geen sprake. Waar de consument na elk seizoen de volledige vrijheid heeft om voor het komende seizoen niet weer een overeenkomst af te sluiten, heeft de ondernemer diezelfde vrijheid. Dat partijen er jarenlang voor hebben gekozen de contactuele relatie steeds te vernieuwen maakt dat niet anders.
Ook het standpunt dat de seizoen plaats feitelijk een vaste plaats zou zijn geworden houdt geen stand. Zo gelden er voor een seizoen plaats meerdere afwijkende voorwaarden, waaronder (doch zeker niet uitsluitend) contractduur en prijs, waar de overeenkomsten van deze consument niet aan voldeden.
Of een partij (in dit geval de ondernemer) in een geval als dit wel of niet (nog steeds) met een ander een contract wenst te sluiten, valt geheel onder de contractvrijheid van die partij. De gronden waarop die afweging wordt gebaseerd doen niet ter zake. Om die reden zal de commissie niet ingaan op de gronden die in dit geval door de ondernemer voor diens keuze zijn aangevoerd.
De ondernemer is in zo’n geval volledig vrij om, om hem moverende redenen, de relatie met een contractspartij aan het einde van een lopende contractperiode te laten eindigen en niet langer voort te zetten. De commissie begrijpt dat het voor de consument een hard gelag kan zijn, dat met veel emotie gepaard gaat, als na een jarenlang verblijf de seizoen plek op deze wijze niet langer beschikbaar zal zijn, maar ook dat doe aan de contractvrijheid in een geval als dit niets af.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
De ondernemer is geen behandelingskosten verschuldigd aan de commissie.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, de heer H.W. Zuur, leden, op 3 februari 2026.