Commissie: Makelaardij
Categorie: Schade
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
919359/1143528
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument diende een klacht in tegen haar aankoopmakelaar omdat zij vond dat zij door diens handelen een veel te hoog bod had uitgebracht op een woning. De woning had een vraagprijs van € 435.000,–, terwijl zij uiteindelijk € 588.350,– bood. Nadat de koop rond was, hoorde zij dat haar bod bijna € 98.000,– boven het op één na hoogste bod lag. Volgens de consument had de makelaar haar onvoldoende geadviseerd en daardoor financiële schade veroorzaakt. Zij stelde haar schade op € 60.000,– wegens hogere hypotheeklasten, maar beperkte haar vordering bij de Geschillencommissie tot € 10.000,–. De makelaar bestreed dit en voerde aan dat het hoge bod volledig door de consument zelf was bepaald. Uit e-mailwisselingen bleek dat de consument zelf had aangegeven welk bedrag zij wilde bieden en de makelaar alleen had gevraagd dit bod door te geven. Daarnaast had de makelaar haar vooraf nog gewaarschuwd dat het om een uitzonderlijk hoog bod ging, gezien de staat van de woning. De Geschillencommissie concludeerde dat uit de stukken niet bleek dat de consument advies had gevraagd over de hoogte van het bod of dat de makelaar haar had aangemoedigd om zo hoog te bieden. Integendeel, de makelaar had juist zijn twijfels uitgesproken. Omdat niet was aangetoond dat de makelaar tekort was geschoten in zijn dienstverlening, werd de klacht ongegrond verklaard en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de kwaliteit van de verrichte dienstverlening. De consument wenst een schavergoeding die zij heeft beperkt tot € 10.000,–
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik acht het handelen van de makelaar niet in overeenstemming met de eisen van professionaliteit, zorgvuldigheid en deskundigheid die horen bij een NVM makelaar. Op advies van de makelaar heb ik een bod uitgebracht van € 588.350,– op een woning met een vraagprijs van € 435.000,–. Na afloop van de bedenktijd heeft de verkopende makelaar mij geïnformeerd dat mijn bod € 97.896,– boven het tweede hoogste bod lag. Dit verschil acht ik disproportioneel en getuigt van een gebrek aan adequate marktanalyse en zorgvuldigheid in advisering van de betreffende makelaar. Gezien de ernst van de tekortkomingen en de gevolgen daarvan, stel ik [naam] hierbij aansprakelijk voor de door mij geleden schade, welke ik begroot op € 60.000,–. Deze schade bestaat uit: extra hypotheeklasten: € 60.000,– (berekend over een looptijd van 10 jaar). Echter wil ik geen rechtszaak tegen haar starten gezien de hoge procedeerkosten waar ik enorm tegenop zie. Ik heb al genoeg kosten gemaakt. In plaats daarvan wil ik via de geschillencommissie een schadeclaim van € 10.000,– tegen [naam] indienen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik betwist uitdrukkelijk dat ik de consument zou hebben geadviseerd of aangemoedigd het betreffende bod uit te brengen. De consument heeft mij niet gevraagd of het bod te hoog was. Ik heb haar naar aanleiding van haar bieding van 12 september juist op 13 september een mail gestuurd met mijn bedenkingen inzake het bijzonder hoge bod, de staat van het onderhoud en het naastgelegen pand met bedrijfsbestemming. Zij mailde mij daarop: “het is natuurlijk wel voor veel te veel geld, maar ja, blijkbaar is dat op dit moment de enige manier om aan een huis te komen”. Zij is zich dus te allen tijde bewust geweest dat zij te veel voor de woning heeft betaald. Het is juist ons kantoor dat schade heeft geleden. Ik heb niets bij de consument in rekening gebracht en zij heeft ons negatieve publiciteit bezorgd door een slechte review te geven.
Ik aanvaard daarom geen aansprakelijkheid voor de beweerdelijk geleden schade.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In het dossier bevindt zich een mail van de consument aan de makelaar gericht van 12 september 2024 met de volgende strekking: “” Hierbij ontvang je mijn bieding. Ik ga € 588.350,– bieden. Hoop dat dat genoeg is. Fingers crossed. Zou je dat voor mij in [website] willen zetten”. Deze mail wordt op 13 september 2024 door de makelaar beantwoord met de volgende mail: “Het is een bijzonder hoog bod. Dat realiseer je je. Zeker gezien de staat van onderhoud. Er moet nog veel aan gebeuren. Ik zal maandag dit voorstel uitbrengen. We gaan ervoor!”. De commissie gaat voorbij aan de stelling van de consument dat zij deze mail niet zou hebben gekregen, gezien de blote ontkenning. Uit het dossier en in het bijzonder uit deze mailwisseling kan de commissie niets anders afleiden dan dat de consument de woning per se wilde hebben. Op geen enkele wijze blijkt van enige vraag aan de makelaar tot advisering of instemming met het bod, laat staan dat de makelaar haar tot dit hoge bod zou hebben aangemoedigd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. D. van den Brink, voorzitter, mevrouw J.P.J. de Kleermaeker, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 24 juli 2025.