Geen schadevergoeding voor verloren tas door gebrek aan bewijs

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 831843/978859

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verstuurde op 29 oktober 2024 een verzekerd pakket met een tweedehands Louis Vuitton tas. Het pakket raakte kwijt. De consument vroeg een schadevergoeding van € 500, maar kon niet voldoende bewijzen dat zij de tas had gekocht en verkocht. De betaalverzoek aan de koper bevatte de omschrijving “vakantie”, wat twijfel opriep. Omdat er geen duidelijk bewijs is van de schade, oordeelde de commissie dat de ondernemer geen vergoeding hoeft te betalen. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vergoeding voor een verloren gegaan, verzekerd pakket.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, in het bijzonder naar voornoemd tussenadvies.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, in het bijzonder naar voornoemd tussenadvies.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In voornoemd tussenadvies overwoog de commissie het volgende: Vast staat dat de consument op 29 oktober 2024 een pakket (met als gestelde inhoud een tas van het merk Louis Vuitton) naar een adres in Nederland heeft verzonden. Zij heeft het pakket verzekerd voor € 500,–. Ook staat vast dat het pakket verloren is gegaan in het verzendtraject binnen de ondernemer. De consument stelt de tas contant tweedehands gekocht te hebben in 2021. Zij legt over een aankoopbewijs van Louis Vuitton Netherlands op
naam van mevrouw [naam] gedateerd 4 september 2020, vermeldende een bedrag van € 1.060,–.
De commissie acht zich onvoldoende voorgelicht. De commissie wenst van de consument nadere informatie, bevattende correspondentie met degene van wie zij gekocht heeft en aan wie zij verkocht heeft, alsmede het betaalbewijs van het door de koper betaalde bedrag (volgens de ondernemer een bankafschrift met als omschrijving “vakantie”), alsmede een toelichting op de gegeven omschrijving, indien de door de ondernemer vermelde toelichting inderdaad op het bankafschrift staat. Indien de correspondentie in het [naam] is gevoerd, dient een vertaling bijgesloten te worden.

Vervolgens heeft de consument enige stukken overgelegd. De ondernemer herhaalde zijn standpunt.

De commissie overweegt dat weliswaar correspondentie tussen de consument en de koper is overgelegd waaruit onderhandelingen over de koop van een tas van Louis Vuitton afgeleid kunnen worden, maar er zijn bijkomende omstandigheden die twijfel geven. De consument heeft een betaalverzoek aan de koper gericht en daarin staat de omschrijving “vakantie”. Weliswaar heeft de consument verklaard dat zij onzorgvuldig is geweest, maar de koper heeft die omschrijving geaccepteerd. Ook staat onvoldoende vast dat de consument de betreffende tas enige jaren eerder gekocht heeft. Omdat de betaling contant gedaan zou zijn, is er geen betaalbewijs. Door deze bijkomende omstandigheden heeft de commissie niet de overtuiging gekregen dat de consument de gestelde schade heeft geleden. Zij wijst de vordering dan ook af.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer A. Verkaik, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 11 juni 2025.

Opslaan als PDF