Commissie: Voertuigen
Categorie: Non conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1287705/1313179
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 1 juli 2025 een zeven jaar oude auto zonder garantie. Kort na aankoop kreeg hij meldingen over een stuurfout en problemen met de stabiliteit. De ondernemer heeft de auto gerepareerd, maar volgens de consument kwam het probleem terug. Hij wil de koop ontbinden en daarnaast vergoeding voor wegenbelasting, verzekering en emotionele schade. Een deskundige heeft de auto onderzocht. Daarbij zijn geen stuurproblemen of foutmeldingen vastgesteld. Wel bleek dat de auto in het verleden ernstige schade heeft gehad en daarna matig is hersteld door een derde partij. De consument had dit niet onderzocht vóór aankoop, terwijl de auto “zoals gezien en bereden” was verkocht. Omdat niet is bewezen dat het gestelde gebrek al bij levering aanwezig was, en omdat de auto oud is, zonder garantie is verkocht en aanzienlijke schade had, is er geen sprake van non‑conformiteit. De consument kan de koop dus niet ontbinden en heeft geen recht op schadevergoeding. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de klacht over een storing in het stuursysteem.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 1 juli 2025 kocht de consument een auto bij de ondernemer. Na ingebruikname bleek een ernstige storing (stuur/stabiliteit). De ondernemer voerde op 9 juli 2025 een reparatie uit. Maar het probleem keerde terug.
De consument wenst ontbinding van de koopovereenkomst onder terugbetaling van de koopsom, terugbetaling van de reeds door hem betaalde en toekomstige wegenbelasting en autoverzekering alsmede een financiële compensatie voor emotionele schade en stress die zijn gezin heeft gehad.
Standpunt van de ondernemer
Bij brief van 10 november 2025 heeft de ondernemer verweer gevoerd. De inhoud van deze brief dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern stelt de ondernemer dat er geen sprake is van non-conformiteit ex artikel 7:17 BW. Voor zover er wel sprake zou zijn van non-conformiteit dan kwam c.q. komt de consument de bevoegdheid tot ontbinding om meerdere redenen niet toe.
Er staat immers nog geenszins vast dat het probleem aan de stuurkolom waarmee de consument zich kort na aflevering meldde al op het moment van aflevering aanwezig was en bijvoorbeeld niet door hem zelf of door een van buiten komende oorzaak is veroorzaakt.
Voor zover vast zou komen te staan dat het probleem aan de stuurkolom al op het moment van aflevering aanwezig was, dan is er nog altijd geen sprake van non-conformiteit. Bij de koop van een gebruikte auto moet de koper er namelijk rekening mee houden dat deze bij normaal gebruik aan slijtage onderhevig is en in het algemeen geldt dat de kans op gebreken groter wordt naarmate de auto ouder is en meer kilometers heeft gereden. Hoe ouder de auto, hoe meer de koper er rekening mee moet houden dat in de nabije toekomst reparaties nodig zullen zijn om de auto te kunnen blijven gebruiken. Dat gegeven is verdisconteerd in de koopprijs van een tweedehandsauto die daarom doorgaans (veel) lager is dan een nieuwe.
In dit geval gaat het om een auto die bij levering zeven jaar oud was, met ruim 24.000 kilometer op de teller en die verkocht is voor 40% van de oorspronkelijke verkoopprijs zonder garantie en verkocht zoals bereden, gezien en akkoord bevonden. De consument is zonder enig (voorafgaand) onderzoek tot aankoop overgegaan. Onder die omstandigheden had hij moeten beseffen dat hij geconfronteerd zou kunnen worden met technische mankementen en had hij rekening moeten houden met noodzakelijke, in financieel opzicht serieuze reparaties in de nabije toekomst.
Van ontbinding van de koopovereenkomst kan dan ook geen sprake zijn. Daarnaast moet de ondernemer in de gelegenheid worden gesteld een eventueel gebrek te herstellen. De vordering tot schadevergoeding moet afgewezen worden wegens een gebrek aan motivering en onderbouwing. De ondernemer betwist – bij gebrek aan wetenschap – de door de consument genoemde bedragen. Bovendien wordt het bestaan van een causaal verband in de zin van artikel 6:74 BW én artikel 6:98 BW en is door de ondernemer niet voldaan aan de op de op hem rustende schadebeperkingsplicht om de auto niet te schorsen. Hij kan niet alle kosten laten doorlopen om die vervolgens onverkort en volledig verhalen op de ondernemer.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Het onderzoek door de deskundige
De deskundige heeft de auto onderzocht en zijn bevindingen en conclusies vastgelegd in een rapport. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit het onderzoek van de deskundige is de klacht met de besturing en meldingen van een stuurfout niet gebleken. Daarnaast is van belang dat, mede gelet op de betwisting door de ondernemer, niet is komen vast te staan dat het gebrek al bestond bij levering van de auto of is ontstaan ten gevolge van niet technische omstandigheden door bijvoorbeeld gebruik.
Vastgesteld is wel dat de auto aanzienlijke schade heeft gehad, welke zo nu blijkt, na (economisch) totaal verlies, op een matige wijze door een derde werd hersteld.
De commissie stelt daarbij als niet weersproken door de consument vast dat gaat het om een auto die bij levering zeven jaar oud was en die verkocht is zonder garantie en verkocht zoals bereden, gezien en akkoord bevonden alsmede dat de consument zonder enig (voorafgaand) onderzoek tot aankoop is overgegaan.
Bij consumentenkoop heeft de ondernemer weliswaar een meldingsplicht maar de consument heeft daarentegen een onderzoek plicht.
Niet gebleken is dat de ondernemer bij de aankoop wetenschap had over de herstelde schade door een derde. Wel staat vast dat de consument , zoals ter zitting ook desgevraagd aangegeven, geen onderzoek heeft gedaan naar het verleden van de auto en ervoor heeft gekozen geen gebruik te maken van een mogelijke aankoopkeuring alvorens tot aankoop aan te gaan. In die situatie kan de consument de ondernemer in redelijkheid geen verwijt maken laat staan enige vergoeding eisen.
De commissie komt dan ook tot de slotsom dat het gebrek zoals aangegeven in de klacht niet is vastgesteld, van non-conformiteit niet is gebleken en van ontbinding van de koopovereenkomst geen sprake kan zijn.
Van schade door toedoen van de ondernemer is niet gebleken nog afgezien van de omstandigheid dat de ondernemer de gevorderde schade heeft betwist en de consument deze onvoldoende heeft onderbouwd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Hetgeen partijen voorts nog hebben aangevoerd behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. W.M. Langedijk, leden, op 3 maart 2026.