Geen terugbetaling: klacht over leeg pakket onvoldoende onderbouwd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 609621/691956

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument bestelde zes kledingstukken voor € 832,50. Het pakket werd op 3 augustus 2024 bezorgd en door zijn broer aangenomen. Toen de consument thuiskwam, bleek het pakket leeg en voorzien van een sticker van PostNL waarop stond dat het beschadigd of incompleet was. De ondernemer stelde dat het pakket compleet was verzonden en geleverd, en dat het 2,66 kg woog. De commissie oordeelde dat de consument onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het pakket leeg was bij aflevering. Daarom is de klacht ongegrond en krijgt de consument geen geld terug.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de inhoud van een aan de consument geleverd pakket.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 1 augustus 2024 heeft de consument een bestelling voor zes kledingstukken gedaan bij de ondernemer en het aankoopbedrag van € 832,50 betaald.
De dag van bezorging van het pakket was de consument afwezig en heeft zijn broer het pakket in ontvangst genomen. Toen de consument thuiskwam constateerde hij dat pakket leeg was, het pakket voorzien was met PostNL tape aan één zijde en een sticker van PostNL bovenop. Op de sticker van PostNL staat dat het pakket beschadigd, open geweest, incompleet of leeg is. Naar aanleiding van de melding door de consument is een onderzoek gestart. De consument kan zich niet vinden in de uitkomst. Hij betwist dat het pakket wordt gewogen voordat het de bus in gaat. Het pakket kan ook beschadigd zijn op de band, met inladen of door de bezorger zijn weggepakt. Er kunnen veel dingen zijn gebeurd. De consument heeft niet de door hem betaalde goederen in het pakket aangetroffen.
De consument verlangt het aankoopbedrag terug.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is voldoende bewijs voor de aflevering van alle goederen.
De zending is op 3 augustus 2024 afgeleverd op het adres van de consument. Voor de aflevering is een handtekening gezet. Alle artikelen van de ondernemer worden gescand en er wordt pas een verzendlabel gemaakt als dat is gedaan. Orders worden verzonden in een zwarte doos met sealsticker. Naar aanleiding van de melding van de consument dat het pakket leeg was bij ontvangst is de ondernemer een onderzoek gestart bij de vervoerder. De chauffeur van de vervoerder heeft verklaard dat hem niets is opgevallen van schade aan of extreem laag gewicht van de zending. Blijkens de track and trace code is de zending ingescand op een gewicht van 2,66 kg. Het moet bij aflevering direct opgevallen zijn dat het pakket beschadigd en vooral leeg is.

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen verschillen van mening over de vraag of de door de consument bestelde goederen bij hem zijn afgeleverd. De consument stelt dat het betreffende pakket weliswaar op het door hem opgegeven adres is afgeleverd, maar dat de inhoud ontbrak. De ondernemer heeft dit betwist.

Artikel 7:11 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek luidt:
Bij een consumentenkoop waarbij de zaak bij de koper wordt bezorgd, is de zaak voor het risico van de koper vanaf het moment dat de koper of een door hem aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de zaak heeft ontvangen.

De Memorie van Toelichting op dit artikel luidt:
In het eerste lid is de hoofdregel neergelegd dat de zaak wordt bezorgd bij de koper. In dat geval gaat het risico over wanneer de consument of de door hem aangewezen derde – bijvoorbeeld een familielid – de zaak heeft ontvangen.

Daarmee heeft een ondernemer voldaan aan de verplichtingen uit de overeenkomst, zodra geleverd is aan een consument zelf of aan een familielid.
De commissie heeft in een soortgelijke zaak (3 september 2020, inzake 21551/24761) overwogen dat uitgangspunt voor de commissie is dat het door de ondernemer verzonden pakket aan de consument geleverd is. Daarbij wordt verondersteld dat de inhoud klopt, tenzij de consument aannemelijk maakt dat dit niet het geval is.

De consument is hierin niet geslaagd. De consument heeft zijn standpunt onvoldoende onderbouwd. Het enkele stellen dat de doos bij aflevering beschadigd was en voorzien was van een sticker van de vervoerder waarop staat dat het pakket beschadigd, open geweest, incompleet of leeg is, betekent niet zonder meer dat alle zes producten ontbreken in de doos. Daarbij is van belang dat door (of namens) de consument is getekend voor ontvangst van een pakket van het opgegeven gewicht. Blijkens de track and trace code is de zending ingescand op een gewicht van 2,66 kg, hetzelfde gewicht dus waarvoor door of namens de consument voor ontvangst is getekend. Dit is door de consument niet betwist. Voorts wordt betrokken hetgeen de ondernemer tegen het standpunt van de consument heeft ingebracht. Blijkens het verweer worden alle artikelen van de ondernemer gescand en wordt er pas een verzendlabel gemaakt als alle artikelen gescand zijn. Ook blijkt uit het verweer dat de ondernemer naar aanleiding van de melding door de consument dat een inhoudsloos pakket geleverd is, onderzoek heeft gedaan naar de aflevering bij de vervoerder. Daarbij is door de chauffeur van de vervoerder meegedeeld dat hem niets is opgevallen van schade aan of extreem laag gewicht van de zending.

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de vervoerder een compleet pakket heeft afgeleverd bij de consument, zodat het op de weg van de consument gelegen had zijn standpunt nader te onderbouwen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Zo had hij een verklaring van zijn broer kunnen overleggen omtrent de ontvangst en het gewicht van het pakket.

In dit specifieke geval is daarmee naar het oordeel van de commissie door de consument onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de doos op het moment van aflevering niet de inhoud had die hij mocht verwachten. Dit betekent dat de ondernemer niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn leveringsverplichting jegens de consument. De consument kan in dit geval dan ook geen aanspraak maken op terugbetaling van het door hem betaalde bedrag van € 832,50.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 27 januari 2025.

Opslaan als PDF