Commissie: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals
Categorie: Vernietiging
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Uitspraak in beroep
Uitkomst: -
Referentiecode:
1323579/1328504
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak betreft een beroep tegen een eerdere tuchtuitspraak over vermeende projectontwikkeling door een makelaar. Tijdens de beroepsprocedure hebben zowel klager als beklaagde verzocht de zaak niet verder inhoudelijk te behandelen, omdat de klacht was ingetrokken en partijen tot een interne afdoening waren gekomen. De beroepscommissie oordeelt dat geen tuchtrechtelijk belang meer bestaat bij voortzetting van de procedure, vernietigt de uitspraak in eerste aanleg en bepaalt dat de eerder gepubliceerde uitspraak wordt verwijderd.
De volledige uitspraak
De uitspraak in eerste aanleg
In de uitspraak in eerste aanleg heeft de tuchtcommissie de klacht, inhoudende dat beklaagde zich bezighoudt met projectontwikkeling, ongegrond verklaard.
Klager stelde dat sprake was van een overtreding van de erecode en achtte het noodzakelijk de zaak voor te leggen. De tuchtcommissie heeft overwogen dat klager het handelen van beklaagde heeft beoordeeld aan de hand van een andere versie van de erecode dan de versie die op dat moment van toepassing was. Om die reden is de commissie niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Na de uitspraak van de tuchtcommissie in eerste aanleg van 12 juni 2025 hebben klager en beklaagde overleg gevoerd. Daarbij heeft beklaagde erkend dat zijn handelen niet in overeenstemming was met de geldende normen. Beklaagde heeft klager verzocht de klacht in te trekken en de kwestie intern af te doen. Klager is daartoe bereid, onder de voorwaarde dat de uitspraak van de tuchtcommissie niet in stand blijft of niet wordt gepubliceerd. Dit verzoek is door het secretariaat van de tuchtcommissie afgewezen, waarbij is meegedeeld dat tegen een uitspraak alleen beroep openstaat.
Klager verzoekt primair om de uitspraak buiten beschouwing te laten dan wel publicatie achterwege te laten, nu de klacht is ingetrokken en partijen zijn gekomen tot een interne afdoening. Volgens klager is daarmee het tuchtrechtelijk belang bij voortbestaan en publicatie van de uitspraak vervallen.
Subsidiair stelt klager dat het onderscheid tussen verschillende versies van de erecode niet relevant is, omdat de onderliggende norm niet is gewijzigd. Volgens klager berust de uitspraak daarom op een onjuist beoordelingskader en een gebrekkige motivering.
Ter zitting heeft klager toegelicht dat publicatie van de uitspraak in eerste aanleg volgens hem onwenselijk is. Dit, omdat de aan die uitspraak ten grondslag liggende veronderstellingen volgens klager onjuist zijn en publicatie daarmee niet passend wordt geacht voor de vereniging.
Standpunt van beklaagde
Voor het standpunt van beklaagde verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Beklaagde bevestigt dat na de zitting contact heeft plaatsgevonden met de ledencommissie van de (branche). Daarbij heeft beklaagde aangegeven dat zijn handelen niet in overeenstemming was met het nieuwe reglement en voorgesteld om als bestuurder terug te treden en de onderneming over te dragen. Tevens heeft beklaagde zich bereid verklaard mee te werken aan een oplossing in der minne en in te stemmen met het primaire verzoek van klager.
Ten aanzien van de subsidiaire standpunten kan beklaagde zich niet vinden in het standpunt van klager en onderschrijft hij de overwegingen van de tuchtcommissie in eerste aanleg.
Beoordeling van de klacht
De beroepscommissie heeft het volgende overwogen.
De beroepscommissie ziet zich gesteld voor de bijzondere situatie dat beide partijen in beroep primair verzoeken om geen inhoudelijke uitspraak te doen en de beslissing in eerste aanleg als niet gedaan te beschouwen.
Op grond van artikel 29 van het destijds geldende reglement van de tuchtcommissie beslist de commissie in gevallen waarin het reglement niet voorziet met inachtneming van de eisen van een goede procesorde en een eerlijk proces. Tegen deze achtergrond acht de beroepscommissie het mogelijk om de behandeling in beroep te staken. Een dergelijke staking brengt mee dat de uitspraak in eerste aanleg van de tuchtcommissie wordt vernietigd, ongeacht de inhoud daarvan, en dat de klacht geen verdere behandeling meer behoeft.
De beroepscommissie betrekt daarbij dat klager, tevens branchepartij, in het beroepschrift heeft aangegeven dat het tuchtrechtelijk belang bij verdere behandeling is komen te vervallen, aangezien de klacht wordt ingetrokken en beklaagde meewerkt aan een interne afdoening. Nu beide partijen dit standpunt delen en de branche zelf geen belang meer ziet bij een tuchtrechtelijke beoordeling, bestaat er geen aanleiding om de uitspraak in eerste aanleg in stand te laten.
Daarbij weegt mee dat het reglement bepaalt dat, indien een klacht wordt ingetrokken, de brancheorganisatie wordt gevraagd of zij aanleiding ziet de behandeling van de klacht voort te zetten.
In het onderhavige geval is de brancheorganisatie echter zelf klager. Zij heeft in beroep uitdrukkelijk te kennen gegeven geen tuchtrechtelijk belang meer te zien bij verdere behandeling van de klacht. Daarmee ontbreekt niet alleen het individuele belang van klager bij voortzetting van de procedure, maar ook een door de brancheorganisatie gedragen algemeen belang dat aanleiding zou kunnen geven de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen. Ook de omstandigheid dat tussen partijen een regeling is bereikt draagt bij aan dit oordeel.
Gelet op het ontbreken van een grond voor voortzetting van de behandeling, zal de beroepscommissie de beslissing van de tuchtcommissie vernietigen.
Het verzoek van klager om publicatie van de uitspraak in eerste aanleg achterwege te laten, zal de beroepscommissie inwilligen. Het secretariaat zal worden verzocht de uitspraak van 12 juni 2025 met zaaknummer 714496/963086 niet te publiceren, dan wel deze van de website te verwijderen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De beroepscommissie:
– vernietigt de uitspraak in eerste aanleg van 12 juni 2025 van de tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, gewezen onder zaaknummer 714496/963086;
– verstaat dat de klacht geen behandeling meer behoeft;
– bepaalt dat de op de website van de tuchtcommissie Vastgoedprofessionals gepubliceerde uitspraak in zaak 714496/963086 wordt verwijderd, nu deze is vernietigd.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Jaarsveld, voorzitter, de heer J. Verdoold, de heer mr. A.C.G. Reezigt, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L.H.A. van Doorn, secretaris, op 19 mei 2026.