Geen vergoeding voor tweede turboschade: klacht ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 937278/1069476

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument liet in 2023 een dure reparatie uitvoeren waarbij onder andere de turbo werd vervangen. Binnen een jaar ging de turbo opnieuw kapot door oliegebrek. De consument vond dat de ondernemer bij de eerste reparatie een onderliggende oorzaak had moeten opsporen. De ondernemer stelde dat het eerste defect mechanisch was en het tweede door oliegebrek kwam. De deskundige bevestigde dat er sprake was van olielekkage en dat het onderhoudsinterval was overschreden. De commissie oordeelde dat de consument niet voldoende kon aantonen dat de ondernemer fouten had gemaakt. De klacht is daarom ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 september 2023 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een door de consument te betalen prijs van € 2.997,33.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 9 december 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 262,38 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft in 2023 een dure reparatie uitgevoerd waarbij onder meer de turbo is vervangen. Binnen een jaar is de turbo weer defect geraakt wederom als gevolg van een oliegebrek. De ondernemer weigert garantie te verlenen omdat volgens hem sprake is van een externe oorzaak waarvoor hij niet verantwoordelijk is. De auto is niet elders in onderhoud geweest. De conclusie van een door de commissie ingeschakelde specialist luidt dat de turbo door een oliegebrek kapot is gegaan en dat een nader onderzoek nodig is om de precieze oorzaak vast te stellen. Het is de vraag of indertijd ook de toevoer olieleiding is gecontroleerd. Mogelijk is deze als gevolg van de reparatie door de ondernemer beschadigd, waardoor een olietoevoer probleem is ontstaan. Er is sprake van een olielekkage maar die is niet zo ernstig dat hierdoor het oliepeil sterk zal dalen. De waterpomp is ook in 2023 vervangen, zodat men mag verwachten dat het koelsysteem in orde is en oververhitting kan worden uitgesloten.

Een turbo mag niet na een jaar opnieuw kapot gaan. Er is een diepere oorzaak die uit de diagnose van de ondernemer niet naar voren is gekomen. De ondernemer heeft gefaald in het detecteren van de onderliggende oorzaak en heeft aldus de reparatie niet juist uitgevoerd.

De consument verlangt dat de gemaakte reparatiekosten aan haar worden terugbetaald en de kosten van de door haar ingeschakelde specialist worden vergoed door de ondernemer.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Als gevolg van de slechte communicatie met de ondernemer heeft zij geen vertrouwen meer in de ondernemer. Zij begrijpt dat er naar een onderliggende oorzaak moet worden gezocht, maar heeft weerstand om dat door de ondernemer te laten doen. Toen de melding “service” in het display verscheen heeft zij de garage bezocht. Die kon niets doen. De lampjes gingen aan en uit. Zij is doorgereden totdat het lampje ging branden. Ze wist niet welk lampje ging branden. Het is juist dat de auto nog steeds bij de ondernemer staat. De consument zal een afspraak maken om de auto aldaar op te halen. Zij weet nog niet of de auto zal worden hersteld.

Zij heeft geen opdracht gegeven tot het onderzoek dat de ondernemer aan haar in rekening heeft gebracht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is niet de veroorzaker van de ontstane schade. De reparatie van 2023 was noodzakelijk geworden als gevolg van een mechanisch gebrek van de turbo, de laaddrukregelaar was vastgelopen, en niet als gevolg van een oliegebrek. Na de reparatie is 23000 km met de auto gereden. De suggestie dat tijdens de reparatie de olieleiding is beschadigd, mist elke grond.

De consument is sinds 2021 eigenaar van de auto. De auto is niet in onderhoud bij de ondernemer geweest. Uit het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige blijkt dat er regelmatig gepeild is en olie is bijgevuld. Dat is niet te controleren. Wel is het zo dat het oliepeil minimaal was en op het display de melding “service” zichtbaar was. De enige manier om de oorzaak van het defect gaan van turbo te achterhalen is een verdere diagnose. Mogelijk is sprake van een interne lekkage.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De turbo is door een oliegebrek opnieuw kapotgegaan. De ondernemer heeft naar de auto gekeken en daarvoor een factuur gestuurd. Dat was een misverstand, miscommunicatie. De factuur is inmiddels intern gecrediteerd. Het depotbedrag kan aan de consument worden overgemaakt. De auto bevindt zich nog bij de ondernemer. De ondernemer kan zich vinden in de bevindingen van de deskundige die ter zitting door de voorzitter worden voorgelezen.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapportage het volgende vastgesteld.

‘’ Klager heeft onderhavig motorvoertuig op 21 oktober 2021 aangeschaft. Het motorvoertuig is geïmporteerd uit het buitenland. In september 2023 is onderhavig motorvoertuig bij aanbieder aangeboden met een brandend motorstoringslampje. Gedurende de diagnose en herstelwerkzaamheden is de waterpomp vernieuwd en is er een nieuwe turbo gemonteerd. Het mankement van de waterpomp betrof koelvloeistoflekkage. Met betrekking tot de turbo was er sprake van een mechanisch defect, namelijk het vastzitten van de verstelbare schoepen van de turbo. De tellerstand bedroeg op dat moment 135.852 km. In december 2024, bij tellerstand 158.482 km is er opnieuw een storing opgetreden, waarbij er wederom sprake is van een defecte turbo. Onderzoek door aanbieder wijst op een defecte turbo, echter nu is er sprake van een olie gerelateerd mankement. Om de oorzaak van de schade aan de turbo te kunnen vaststellen, moet de turbo worden gedemonteerd en zal het smeersysteem van de motor en alle draaiende delen onderzocht moeten worden.

Feit is dat de motorolie bij tellerstand 135.852 km is ververst door aanbieder gedurende de uitgevoerde herstelwerkzaamheden. Nadien is de olie niet weer ververst, enkel bijgevuld. De termijn voor het verversen van olie en oliefilter is voor dit type motor 15.000 km. De afgelegde kilometers na het laatste onderhoud bedragen 22.630 km. Om vast te kunnen stellen of deze overschrijding van 50% de oorzaak van het falen van de turbo is, kan niet simpel worden vastgesteld. Ook is gedurende de diagnose vastgesteld dat er sprake is van olielekkage aan de distributiezijde van de motor. Klager heeft desgevraagd bevestigd dat er regelmatig sprake is geweest van het bijvullen van de motorolie.

Het staat vast dat de turbo door een olieprobleem defect is geraakt. Tevens staat vast er sprake is van olielekkage en het regelmatig bijvullen van motorolie. Klager geeft aan niet door aanbieder geïnformeerd te zijn met betrekking tot de intervallen van de servicewerkzaamheden. Echter het display van onderhavig motorvoertuig geeft de tekst ‘’service’’ weer, dit betekent dat er actie moet worden ondernomen als dit symbool is verschenen. Herstel van de motorschade is technisch goed uitvoerbaar, maar brengt veel kosten met zich mee. Economisch is het onverantwoord om de motorschade te herstellen. De herstelkosten bedragen circa € 4.500,– incl. BTW. De dagwaarde bedraagt circa € 3.000,–.

De omvang van de klacht(en): Ernstig

Is herstel of reparatie technisch mogelijk? Ja

Welke technische oplossing(en) is (zijn) er mogelijk? Herstel is economisch niet verantwoord.

Wat zullen de herstelkosten hiervan zijn (incl. BTW)? € 4.500,– ’’

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de uitvoering van een in 2023 door de ondernemer uitgevoerde reparatie, waarbij de turbo en de waterpomp zijn vervangen. Zij wijt het opnieuw, binnen korte tijd, defect raken van de turbo aan een onvoldoende diagnose door de ondernemer, waardoor de onderliggende oorzaak niet is gevonden.

De ondernemer voert verweer. De ondernemer voert verweer.

De commissie stelt voorop dat zij het betreurt dat partijen eerst ter zitting kennis konden nemen van de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige, maar ter zitting daarover in voldoende mate zijn geïnformeerd. Bovendien is de commissie niet gebleken dat partijen voorafgaand aan de zitting bij de commissie hebben beklaagd over het niet kunnen openen van het bestand. Ook blijkt dat beide partijen bij het onderzoek van de deskundige aanwezig zijn geweest. Er bestaat derhalve geen aanleiding of noodzaak om partijen alsnog te laten reageren op het rapport van de deskundige.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat, zoals door de ondernemer wordt gesteld, de turbo in tweede instantie door een gebrek aan olie defect geraakt is en dat bij de eerste reparatie sprake was van een mechanisch defect. Thans is sprake van diverse olielekkages en zal nader onderzoek moeten worden gedaan naar het smeersysteem van de motor. Ook blijkt dat onderhoudsinterval zeer aanzienlijk is overschreden, met ruim 7.000 km en dat de consument geen gehoor heeft gegeven aan de servicemelding die op het display te zien was.

Bovenstaande omstandigheden maken het niet waarschijnlijk dat de ondernemer bij de in 2023 uitgevoerde reparatie is tekortgeschoten, maar dat het defect is ingetreden als gevolg van een andere later ingetreden oorzaak.

Dit brengt de commissie tot het oordeel dat de consument, waarop de bewijslast van het tekortschieten rust, niet dan wel in onvoldoende mate haar stellingen, die dat inhouden, aannemelijk heeft gemaakt.

De slotsom is dat de consument er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de ondernemer onjuist heeft gehandeld, zodat zijn klacht als zijnde ongegrond zal worden afgewezen.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag verrekend aan de consument.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer R. Vlasveld, de heer H.H. van der Linden, leden, op 19 augustus 2025.

Opslaan als PDF