Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
795345/890781
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg op 4 september 2024 een correctienota voor zijn energieverbruik tussen januari 2020 en maart 2023. Hij vond dat een deel van de vordering verjaard was en wilde daarom minder betalen. De ondernemer had echter al uit coulance het verbruik gespreid en deels tegen lagere tarieven afgerekend. De commissie oordeelt dat er geen sprake is van verjaring en dat de consument het volledige bedrag moet betalen. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument heeft op 4 september 2024 een correctienota ontvangen voor zijn verbruik in de periode van 28 januari 2020 tot 2 maart 2023. De consument doet een beroep op de verjaringstermijn en meent daarom niet een bedrag van € 4.992,78 verschuldigd te zijn maar slechts € 2.963,–. Een deel heeft hij al betaald. De consument is bereid het volgens hem nog resterende bedrag van € 1.964,– te betalen.
Beoordeling
Uit de stukken van het geding blijkt het volgende.
De ondernemer heeft de consument een jaarnota gestuurd over de periode 9 februari 2023 tot 2 maart 2024. Die jaarnota is opgemaakt op basis van harde beginstanden en harde eindstanden die met de consument zijn gecommuniceerd per mail. De jaarnota’s 2021 en 2022 zijn opgemaakt op basis van geschatte standen omdat – zo zegt de ondernemer – de consument toen zijn meterstanden niet heeft doorgegeven.
Uit de stukken blijkt niet dat de consument dat wel heeft gedaan in de jaren 2020 en 2021.
De commissie gaat dan ook van geschatte standen uit.
Vast staat dat de consument naar aanleiding van de jaarnota’s 2021 en 2022 die op basis van geschatte standen zijn opgemaakt geen contact heeft opgenomen met de ondernemer.
De ondernemer heeft voldaan aan het verzoek van de consument naar aanleiding van de jaarnota 2024 om zijn verbruik vermeld op die jaarnota, te spreiden over een langere periode zodat een deel van zijn verbruik wordt afgerekend tegen de in de desbetreffende periode veel lagere tarieven.
Naar het oordeel van de commissie is voor een dergelijk verzoek strikt genomen geen juridische basis.
Toch heeft de ondernemer besloten om uit coulance in te stemmen met het verzoek en heeft vervolgens het werkelijke verbruik van de consument verdeeld over twee jaar. De ondernemer heeft een gecorrigeerde jaarnota opgemaakt en is 6.5554 kWh en 1.510 m3 afgerekend tegen het lage tarief van het drie jarige contract dat de consument had.
De nota van 4 september 2024 gaat dus over de correctie van de jaarnota van 2 maart 2024, die op verzoek van de consument in zijn voordeel is toegepast. Anders dan de consument kennelijk meent, is van verjaring van de vordering geen sprake.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 19 maart 2025.