Geen verplichte depotstorting wegens financiële omstandigheden consument

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 964833/1146733

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze procedurele uitspraak heeft de Geschillencommissie Energie geoordeeld dat de consument geen bedrag in depot hoeft te storten voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het geschil. Normaal gesproken is een depotstorting vereist om de ondernemer zekerheid te bieden dat een eventueel toegekende vordering betaald wordt. De commissie benadrukt dat deze verplichting losstaat van de inhoudelijke beoordeling van het geschil. Uitzondering op deze regel is mogelijk wanneer de consument aannemelijk maakt dat hij financieel niet in staat is tot depotstorting. In dit geval heeft de consument aangetoond dat hij moet rondkomen van een bijstandsuitkering. De commissie acht dit voldoende reden voor volledige ontheffing van de depotverplichting. De inhoudelijke behandeling van het geschil zal op een later moment plaatsvinden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Depotbeslissing. De commissie is van oordeel dat de consument niet gehouden is om een bedrag in depot te storten, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.

Beoordeling
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dat wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel tot depotstorting verplicht. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over de kwestie voordat partijen hun standpunten hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de ondernemer en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer voor zover deze na inhoudelijke behandeling van het geschil gegrond wordt beoordeeld. Slechts in het geval dat door de consument aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan geheel of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot depotstorting te verlenen.

De commissie is van oordeel dat aannemelijk is dat de consument niet tot volledige betaling van het depotbedrag ineens in staat is. De consument heeft aannemelijk gemaakt dat hij moet rondkomen van een bijstandsuitkering. De commissie ziet daarin grond voor een volledige ontheffing van de verplichting tot depotstorting.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat de consument geen bedrag in depot dient te storten, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het geschil.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 24 juni 2025.

Opslaan als PDF