Commissie: Energie
Categorie: Aansluiting
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
931701/1072645
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vroeg om vrijstelling van energiebelasting voor een elektriciteitsaansluiting in een losstaande garage met een eigen adres. In 2023 verviel deze vrijstelling, omdat de garage geen verblijfsfunctie heeft zoals vereist volgens artikel 63 lid 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de wet bepalend is en dat het ontbreken van een verblijfsfunctie uitsluiting van de vrijstelling rechtvaardigt. Vergelijking met een buurman in een soortgelijke situatie verandert daar niets aan. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument verlangt vrijstelling van energiebelasting voor een elektriciteitsaansluiting in een los van haar woonhuis staande garage.
Beoordeling
De consument woont in een woonhuis met een los van de woning staande garage met een eigen adres. Het woonhuis en de garage hebben elk een aansluiting op het elektriciteitsnet. Aanvankelijk hadden beide adressen een vrijstelling van de energiebelasting. In 2023 is de vrijstelling voor de garage vervallen, omdat de ondernemer er door de vrijwillige teruggave door de consument van de tegemoetkoming prijsplafond over november en december 2022 à € 190,– voor de garage erop geattendeerd werd dat de garage geen verblijfsfunctie had en daardoor niet in aanmerking kwam voor de vrijstelling van de energiebelasting (artikel 63 lid 1 Wet belastingen op milieugrondslag). Een buurman die in dezelfde situatie verkeert maar een overeenkomst heeft met een andere energieleverancier, geniet wel de vrijstelling. De ondernemer wijst op de restrictieve uitleg van het begrip verblijfsfunctie.
De commissie kan niet anders oordelen dan dat de wet bepalend is voor de voorgelegde casus. De wet verlangt dat de garage een verblijfsfunctie heeft om in aanmerking te komen voor de vrijstelling. Dat heeft de garage niet. Dan moet het oordeel zijn dat de consument geen recht heeft op de vrijstelling. Dat het in het verleden anders was of dat een buurman in een identieke situatie wel een vrijstelling heeft, maakt niet dat de wet anders uitgelegd kan worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 14 juli 2025.