Geen wilsovereenstemming over essentialia reisovereenkomst; misleidende gebruik van het woord optie.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Totstandkoming    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI04-1433-1

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 15 oktober 2003 met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst, waarbij de reisorganisator zich verplicht heeft tot het leveren van een kampeerrondreis/fietsrally door Duitsland en Oostenrijk met verblijf op diverse campings, voor twee personen, gedurende de periode van 26 mei tot en met 15 juni 2004, voor de som van € 1.599,–.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   De reis heeft niet aan de verwachtingen voldaan. De reisleiding was niet capabel om deze groepsreis goed en veilig te laten verlopen. We hebben levensgevaarlijke momenten meegemaakt omdat de reisleiding de weg niet kende. Daar is mijn echtgenote de dupe van geworden. Zij heeft veel leed ondervonden, is nog steeds onder doktersbehandeling en zal blijvend last houden van haar gescheurde enkelbanden. De reisleiding gaf geen informatie over de route. De reisleiding heeft ons niet goed behandeld en heeft na het ongeluk geen enkele belangstelling getoond.   Ter zitting heeft klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De reisleiding heeft het eerste incident met ons besproken en verontschuldigingen aangeboden. Daarna was echter de relatie stroef. Wij hebben van de annuleringsverzekering een vergoeding ontvangen voor de niet genoten laatste vijf dagen.   Klager stelt niet tevreden te zijn met het door de reisorganisator gedane aanbod, maar verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Gezien het verloop van de correspondentie achten wij de aanmelding van de klacht bij de commissie enigszins voorbarig. Op 22 juni 2004 heeft klager zijn klacht aan ons verstuurd. Tussen 22 juni en 26 juli 2004 hebben wij twee maal telefonisch contact gehad en hebben wij gemeld dat de klacht in behandeling was. En op 29 juli 2004 hebben wij klager een antwoord en een schikkingsvoorstel gezonden. Klager heeft echter op 23 juli 2004 de klacht bij de commissie aangemeld, zonder kennis van ons antwoord.   Ter zitting heeft de reisorganisator verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De reisleiding was voldoende bekwaam voor de begeleiding van de fietsrally. Wij wijzen op de vele positieve reacties die wij hebben ontvangen van de deelnemers. Indien klager dit had verzocht was een lid van de reisleiding meegegaan naar de arts.   De reisorganisator heeft d.d. 29 juli 2004 een vergoeding aangeboden van € 150,– voor twee ‘verloren’ rallydagen en heeft klager voor de laatste vijf in het geheel niet genoten rallydagen verwezen naar zijn annuleringsverzekering.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Betreffende de door klagers echtgenote opgelopen blessure merkt de commissie op dat de commissie ingevolge artikel 5, onder b, van haar reglement het geschil niet kan behandelen voorzover deklacht betrekking heeft op ten gevolge van de uitvoering van de reisovereenkomst ontstane ziekte of lichamelijk letsel. De beoordeling van letselschade laat de commissie in het hiernavolgende derhalve uitdrukkelijk buiten beschouwing.   Dat klagers echtgenote tijdens de fietstocht letsel heeft opgelopen staat tussen partijen vast, zodat de commissie daarvan uitgaat. Onderzocht dient te worden of de reisorganisator ter zake van de toedracht van het ongeval een verwijt valt te maken en zo ja, of de daardoor gederfde vakantievreugde een vergoeding rechtvaardigt. Deze vraag raakt tevens aan de meer algemene klacht over de wijze waarop de reisleiding uitvoering heeft gegeven aan de begeleiding van de groep.   Gelet op het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende acht de commissie het aannemelijk dat de reisleiding niet op alle momenten een juiste inschatting heeft gemaakt van de risico’s die het fietsen met een grote groep mensen over donkere wegen in slechte weersomstandigheden met zich meebracht. Daarnaast is de commissie van oordeel dat de reisleiding niet erg attent heeft gereageerd na het ongeluk van klagers echtgenote. Hoewel klager zeer wel in staat was zelf met zijn echtgenote een arts te bezoeken heeft de reisleiding op dat moment geen blijk gegeven van een medelevende en hulpvaardige opstelling.   Op grond van het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat de reisorganisator bij het uitvoeren van het overeengekomene zodanig tekort is geschoten en klager daardoor zodanig ongerief heeft ondervonden, dat de reisorganisator klager een vergoeding verschuldigd is. De commissie stelt evenwel vast dat de reisorganisator klager ter compensatie van het ongerief een vergoeding heeft aangeboden. Mede gelet op het feit dat de annuleringsverzekering aan klager de niet genoten vakantiedagen heeft gecompenseerd, acht de commissie het aanbod dat de reisorganisator heeft gedaan, nadat het geschil bij de commissie aanhangig was gemaakt, redelijk. De reisorganisator is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod.   Gelet op de tijdsverloop tussen het indienen van de klacht bij de reisorganisator en de eerste reactie van de reisorganisator (ruim vijf weken), en in aanmerking nemende dat klager tussentijds telefonisch naar de reactie heeft geïnformeerd, kan de commissie niet tot het oordeel komen dat klager de klacht voortijdig aan de commissie heeft voorgelegd.   De commissie acht de klacht derhalve gegrond.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod, indien en voorzover daaraan nog niet is voldaan. De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 60,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, op 29 september 2004.