Geschil over afwerking randen gietvloer en meerwerkkosten

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: -    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 208782/213402

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over de slordige afwerking van de randen van een gietvloer, maar de ondernemer stelde dat hij niet verantwoordelijk was voor de betwiste kitrand. De commissie oordeelde dat de consument dit niet kon bewijzen en dat het aanbrengen van een kitrand boven de vloer geen onderdeel was van de overeenkomst. Daarnaast betwistte de consument de kosten voor het afwerken van de kantstroken. De commissie concludeerde echter dat dit werk conform de overeenkomst als meerwerk was uitgevoerd en dat er geen bewijs was van een gebrekkige afwerking.

De klacht werd ongegrond verklaard en het door de consument ingehouden bedrag van € 1.682,- moest alsnog aan de ondernemer worden betaald.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Afbouw (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2023 te Den Haag.

De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de wijze waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd.

De consument heeft een bedrag van € 1.682,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij zijn met de ondernemer een overeenkomst aangegaan voor het leggen van een gietvloer. Bij de uitvoering hebben we een extra optie genomen voor het afwerken van de kantstroken voor een zogeheten “plintloze” aansluiting met de wanden. Deze wanden waren voorafgaand aan de gietvloer reeds gestuukt.

Het geschil tussen ons en de ondernemer betreft de afwerking van de randen, die naar ons idee afschuwelijk zijn afgewerkt, zonder nette overgang vloer-wand (door middel van kit) en ook niet conform opdracht. Onze bovenburen hebben bij hetzelfde bedrijf dezelfde optie genomen, en kennen een totaal andere afwerking van de vloer.

Moeizaam overleg met de ondernemer heeft deels geleid tot het toegeven van een niet geheel nette afwerking, maar is voor de ondernemer geen reden om daarin iets te betekenen.

Op de laatste betaling aan de ondernemer hebben we 10% ingehouden en ook met hen gedeeld dat wij deze ingehouden hebben, na consultatie van de geschillencommissie.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is in gebreke met de betaling van het meerwerk. Ruim vier maanden nadat de vloer gegoten is, dient de consument een klacht in. De kit, waar de klacht betrekking op heeft, is na het aanbrengen van een gietvloer en niet door ons aangebracht. De klacht is derhalve ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De kern van de klacht van de consument betreft de afwerking van de randen. Partijen verschillen daarbij van mening door wie de kitrand op de vloer is heeft aangebracht. De consument stelt dat de ondernemer dit – op ondeugdelijke wijze – heeft gedaan. De ondernemer heeft dit gemotiveerd weersproken, waartoe hij onder meer heeft gesteld dat de kitrand onder de vloer door hem is aangebracht maar dat de kitrand boven de vloer, waar de klacht betrekking op heeft, niet door hem is aangebracht.

Nu de ondernemer gemotiveerd weersproken heeft dat hij de bewuste kitrand heeft aangebracht en het aanbrengen van een kitrand op de vloer geen onderdeel is van de tussen partijen gesloten overeenkomst, zal de consument dit tenminste aannemelijk moeten maken. De consument is daarin niet geslaagd. Derhalve is dit klachtonderdeel ongegrond.

Voor zover de consument ook heeft willen aanvoeren dat de kosten van het kantwerk, die als meerwerk in rekening zijn gebracht, niet verschuldigd zijn, overweegt de commissie als volgt. In de tussen partijen gesloten overeenkomst isn het afwerken van de kantstroken – niet te verwarren met de hiervoor bedoelde kitrand op de vloer – opgenomen als meerwerk voor bedrag van € 12,– per strekkende meter. Dat de ondernemer de kantstroken heeft afgewerkt staat niet ter discussie en ook niet dat het in totaal 125 strekkende meters betreft. Dat de kantstroken ondeugdelijk zijn afgewerkt en dat dit de ondernemer valt aan te rekenen, heeft de commissie niet kunnen vaststellen. Derhalve is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Op grond van het vorenstaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Het door de consument verlangde zal derhalve worden afgewezen en de commissie zal bepalen dat het door de consument bij de commissie gedeponeerde bedrag aan de ondernemer dient te worden uitgekeerd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van €1.682,- uitgekeerd aan de ondernemer.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. B.J. van Gent, leden, op 11 augustus 2023.

Opslaan als PDF